Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Mens en Milieu

Westerschelde, luchtfoto, Joop van Houdt

Westerschelde

De Westerschelde is het Nederlandse deel van het trechtervormige Schelde-estuarium en stroomt vanaf de Belgische-Nederlandse grens tot aan de Noordzee. De Westerschelde is 60 km lang. De breedte neemt geleidelijk toe van twee kilometer ter hoogte van de  grens tot wel vijf kilometer bij Vlissingen. Het is de gevaarlijkste, belangrijkste en enige directe route van de rivier de Schelde naar zee. Alle scheepvaart naar de haven van Antwerpen gaat via deze waterweg. Op de bodem liggen al heel wat scheepswrakken en nog steeds lopen boten vast op de vele zandbanken.
Het meergeulenstelsel met zijn geulen en zandplaten is kenmerkend voor de Westerschelde. Vooral voor watervogels maar ook voor sommige platvissen en bodemdieren is dit gebied heel belangrijk. Hierdoor is het gebied ter bescherming opgenomen in verschillende verdragen en richtlijnen, zowel nationaal als internationaal.

  • Waardevol ecologisch gebied
    Melkkruid, DympieH, via www.flickr.com

    Open riviermondingen zoals de Westerschelde zijn steeds zeldzamer in Europa. Deze mondingen zijn zeer belangrijk voor de zeedieren. Zeevissen, zoals tong, schol en zeebaars, maar ook de grijze garnaal organiseren hier hun kraamkamers: de larven komen er terecht en groeien hier in voedselrijke omstandigheden op tot half-volwassen dieren.
    De slikken en de iets hoger gelegen schorren zijn unieke leefwerelden voor vele soorten planten en dieren. De eerste plant die zich langs de zoute Westerschelde op het dagelijks overspoelde slik waagt is een éénjarig plantje, de zeekraal. Deze plant is trouwens een geliefde delicatesse in de Zeeuwse keuken. Ook schorrezoutgras, zoutmelde en zeealsem zijn zouttolerante planten en komen in het zoutwaterschor voor. Heen, strandkweek, melkkruid, zilte rus en zeeaster verkiezen een wat minder zoute omgeving en komen meer stroomopwaarts voor. Riet begint aan belang te winnen en is op sommige brakwaterschorren al zeer dominant aanwezig. In de modder van het slik leven heel wat  bodemdieren zoals wadpier, draadworm, het nonnetje, kokkels, wadslakje en de slijkgarnaal.
    De meeste bodemdieren voeden zich met zwevende deeltjes in het water, die ze uit het water filteren, of op de bodem, die ze er vanaf stofzuigeren. Andere jagen op andere bodemdieren of eten nagenoeg alles in hun omgeving. Maar zelf zijn de bodemdieren ook een lekkernij voor andere soorten die de schorren en slikken bezoeken.
    De platen, slikken en schorren in de Westerschelde vallen in verschillende mate droog en stromen weer onder. Bij hoog water worden ze druk bezocht door garnalen en grondels, die zelf gesmaakt worden door grotere vissen zoals harders. De brakwatergrondel is zo de meest voorkomende vissoort in de schorkreken van de Westerschelde. Bij laag water vinden vogels zoals steltlopers, eenden en ganzen hier hun voedsel. In de uitgestrekte rietvelden leven typische moerrasvogelsoorten: blauwborst, rietzanger en kleine karekiet.
    Het Schelde-estuarium herbergt het grootste brakwaterschor van Europa: het Verdronken Land van Saeftinghe. Het is een uitgestrekt schorrengebied op de linkeroever in de Westerschelde, tegen de Belgische grens aan. Aaneensluitend hiermee ligt het Schor Oude Doel en het Paardenschor (schor in wording) op Belgische bodem en het Sieperdaschor in Nederland. Samen vormen ze één geheel.

  • Visserij
    Visgronden voor tong en garnaal in de Westerschelde, VLIZ

    Vooral  in het westelijke deel van de Westerschelde en in het mondingsgebied wordt er gevist. Voor commerciële visserij op vooral garnaal, tong en schar is de Vlakte van de Raan, voor de monding van de Westerschelde, van belang. Meer stroomopwaarts kom je garnalenvissers tegen die met hun boomkor de bodem afslepen op garnalen.  Breskens is hierbij de belangrijkste aanvoerhaven. Ter hoogte van Terneuzen wordt vooral op sprot en paling gevist met fuiken. Vanaf de Voordelta tot rond Hanseweert zijn er in de Westerschelde verschillende kokkelgebieden. Meer stroomopwaarts wordt het zoutgehalte van het water voor deze soort te laag.

     

  • Kinderkamer
    Jonge schol, Ecomare, Salko de Wolf

    Jonge garnalen, jonge tong en in mindere mate jonge schol groeien op in de Westerschelde. Het is hun zogenaamde kraam- of kinderkamer. Deze gebieden zijn aantrekkelijk voor de jonge zeedieren omdat hier veel voedsel beschikbaar is en minder belagers waardoor hun kans om te overleven stijgt. Als de jonge tongetjes een lengte hebben van 12-15 mm trekken sommigen verder de Westerschelde op, zelfs tot in het zoete scheldewater.

  • Invloed van de mens
    Contrainerschip op de Westerschelde, Bart van Damme, via www.flickr.com

    Vanaf de 11e eeuw begon de mens schorgebieden van de zee af te sluiten en dus in te inpolderen. Na de grote overstromingen In 1953 werd het Deltaplan uitgewerkt. Men stelde een plan op om gebieden die bij hoge vloedstanden nog regelmatig onder water kwamen, te beschermen tegen overstroming en de veiligheid te garanderen. Verder moest verzilting van het land tegengegaan worden. Zo ging men stuw- en schutsluizen en stormvloedkeringen bouwen en verschillende zeearmen afdammen. Steeds meer gebieden verloren zo hun link met de zee  en zo werd de Westerschelde de laatste echte riviermonding van het Schelde estuarium.

    Door het belang van deze verbinding met de zee is de containervaart op de Schelde de laatste 30 jaar wereldwijd enorm gegroeid. De schepen worden ook steeds groter. De goed toegankelijke haven van de Antwerpen is zowel voor de Vlaamse als Nederlandse economie van groot belang. Het Deurganckdok is zo een dok in de Antwerpse haven, gelegen aan de linkeroever van de Schelde net ten zuiden van het polderdorp Doel. Het dok staat rechtstreeks (zonder sluizen) in verbinding met de Noordzee, waardoor schepen heel snel de haven kunnen bedienen.

    In en op de schepen zitten vaak ongewenste lifters. Soorten uit andere streken die in het ballastwater van het schip of op de romp vastgehecht de Schelde binnenkomen. Wel 83 soorten zijn er in geslaagd zich te nestelen in het Schelde-estuarium maar bedreigen andere inheemse soorten. Zo heb je de Chinese wolhandkrab en de Amerikaanse zwaardschede. Ook niet-inheemse planten vinden hun weg zoals Engels slijkgras en reuzenbalsemien.

  • Baggeren, baggeren, baggeren
    Drempels in de Westerschelde, VLIZ

    Om ervoor te zorgen dat de grote zeevaart de haven van Antwerpen kan blijven bereiken, dient de vaargeul op alle plaatsen voldoende diep te zijn. Door de open verbinding met de zee wordt veel zand meegevoerd met de getijden. Bij een lage stroomsnelheid bezinkt dit zand in het Westerschelde-bekken waardoor de vaargeulen ondieper worden. Daarom wordt op 14 ondiepe gedeelten - de zogenaamde drempels- tot 14,7 m beneden/onder laagwater  gebaggerd. Op bepaalde plaatsen wordt de vaargeul zelfs verbreed tot 370 m, dit is een zwaaizone zodat zeeschepen kunnen draaien en terug richting zee varen.

  • Beleid

    Het internationale karakter, de grote economische betekenis en de vele natuurgebieden van de Schelde vragen om goed overleg tussen de betrokken landen. Zo zijn in de Westerschelde diverse nationale en Europese richtlijnen van kracht, waaronder de Europese kaderrichtlijn Water, de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, de richtlijn gevaarlijke stoffen, de Visserijquotering. Bovendien is het gebied aangeduid als Ramsargebied.