Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Het kooibedrijf

Het kooibedrijf is ambachtelijk. Het is de rustigste manier van jagen die er bestaat. Het in bedrijf zijn van een eendenkooi is zeer belangrijk voor de instandhouding ervan. Het afpalingsrecht vervalt als een kooi niet meer in gebruik is.

  • Uit kooien gaan

    Het eigenlijke vangen is een uniek samenspel tussen de eenden, de kooiker en de kooihond. Het is vogels met vogels vangen. Het vereist inzet, geduld en kennis. En het speelt zich in het verborgene af. Meestal wordt er twee keer per dag gevangen. Dit wordt uit kooien gaan of een trek doen genoemd. De kooiker neemt zijn kooihondje, voerzaad en smeulende turf mee. Die  verdrijft de mensengeur. Meestal heeft de kooiker speciale kooikleren aan, zonder vreemde luchtjes voor de eenden.

  • De juiste pijp

    Bij het kooien kiest de kooiker een vangpijp uit, waar hij tegen de wind in kan vangen. Eenden vliegen namelijk altijd tegen de wind in. In de vangpijp zullen ze dan naar het vanghokje vliegen, want daar is het lichter, en daar komt de wind vandaan. Het is logisch dat de eenden het gevoel hebben daar te kunnen ontsnappen.

  • Het lokken van de eenden

    Het lokken van de eenden begint achter het kopscherm. Van daaruit heeft de kooiker een goed overzicht op de eenden die op de kooiplas en de oevers zitten. De wilde eenden zijn hier gekomen dankzij de vliegstaleenden, de vaste bewoners van de kooi. Die hebben hun soortgenoten naar de kooiplas gelokt. De derde groep eenden op de kooiplas wordt gevormd door tamme lokeenden. Deze eenden zijn vertrouwd met de kooiker, het hondje, het voer en de vangpijpen.

  • Het kooihondje

    De lokeenden en het hondje gaan na een fluitje van de kooiker aan het werk. De kooiker gooit voerzaad over de rietschermen heen in de vangpijp. De wilde eenden zwemmen met de lokeenden naar de vangpijp toe. Het kooihondje loopt ondertussen een aantal keren om de 'kortschermen' heen en gaat steeds verder de vangpijp in, waarbij zijn pluimstaart de eenden de vangpijp in lokt. De eenden trekken op de hond, zegt de kooiker. De tamme eenden zwemmen rustig de vangpijp in. De wilde eenden krijgen zo een vertrouwd gevoel en zwemmen al etend steeds verder de vangpijp in, tot ze de bocht voorbij zijn. Dan is het zicht op de kooiplas voor de eenden weg.

  • Ringen of de kooikersgreep

    De kooiker moet op het juiste moment te voorschijn komen en de eenden laten opschrikken. Hierdoor vliegen de eenden de fuik in en komen uiteindelijk in het vanghokje terecht. Dan trekt de kooiker via een touw het valluikje dicht. De eenden worden vervolgens eruit gehaald en voorzien van een pootring van het Vogeltrekstation. Daarna laat de kooiker ze weer vrij. Onfortuinlijke eenden worden snel en pijnloos gedood met de zogenaamde kooikersgreep. Daarna gaan ze naar de poelier. De vangsten en de ringgegevens worden in het kooi- of ringboekje bijgehouden.

  • Eigendom, gebruik en beheerssituatie

    De echte vangkooien, waarvan de buit voor een belangrijk deel naar de poelier gaat, zijn van particuliere kooikers. De belangrijkste motieven voor de instandhouding zijn de traditie en de hobby. Voor de kooiker is het hooguit een bijverdienste. Veel oude vangkooien zijn nu in eigendom van een natuurorganisatie. In deze kooien wordt niet of beperkt gevangen. In de jachtwereld heten ze 'selectieve vangkooien'. Als er wordt gevangen dan zijn het bastaard wilde eenden. Enkele van deze selectieve vangkooien zijn in gebruik als ringstation. Hier worden voor wetenschappelijk onderzoek eenden geringd. Meestal gaat het om wintertaling, zomertaling, krakeend, slobeend, pijlstaart, smient en in enkele gevallen met de wilde eend. In de Korverskooi op Texel is ook een vanginstallatie voor zangvogels. In totaal zijn daar 78 verschillende soorten, waaronder vooral veel lijsterachtigen als merel, zanglijster en koperwiek, gevangen en geringd.

  • Vangperiode en vangst

    Er zijn zomerkooien en winterkooien. Als de vangst voor het merendeel voor 1 november binnen is spreekt men van zomerkooien. Er wordt dan vooral eenden gevangen die in ons land zijn uitgebroed. Bij winterkooien richt men zich op de trekeenden. Als meer dan 50% van de vangst gewone wilde eenden zijn dan spreekt men over eendenkooien. Als de vangst voor meer dan de helft uit andere eendensoorten bestaat, zoals smient, slobeend, pijlstaart en dergelijke, dan spreekt men over een blauwgoedkooi.