Dit schor bestaat uit restanten van de dijkaanleg in 1929 en het in 1984 aangelegde compensatieschor. Het biedt tijdens hoog water rustplaats aan, onder meer, bergeenden, wintertalingen, smienten, rotganzen, wulpen en scholeksters. In de winter worden er regelmatig een aantal velduilen waargenomen en in het voorjaar is het een belangrijke foerageerplaats voor de rotganzen. Het aantal foeragerende rotganzen is sinds de uitgevoerde werkzaamheden wel iets afgenomen. De oorzaak hiervan moet niet alleen gezocht worden in het kleiner worden van het oorspronkelijke schor, maar in het feit, dat de geschikte plaatsen om te foerageren voor de rotganzen langs de oude dijkvoet lagen. Doordat de nieuwe dijkvoet ongeveer 22 meter zeewaarts is verplaatst zijn deze plaatsen verdwenen. In de nazomer wordt het nieuw aangelegde deel van het schor gebruikt als slaapplaats voor duizenden sterns, onder andere visdiefjes en zwarte sterns. Op het nieuw aangelegde schor foerageren nu ook regelmatig smienten en rotganzen. De bij de aanleg van het schor ingezaaide grassen zijn inmiddels voor een groot deel verdreven door schorren-vegetatie. Aan de zuidoostzijde en op de kop van het schor vindt veel afzetting van slib plaats, het schor is sinds de aanleg al enkele tientallen meters langer geworden. Aan de wind- en stroomzijde van het schor vindt veel afslag plaats. De inham tussen het oude en het nieuwe schor is in de loop van de jaren geheel opgevuld met slik. In het broedseizoen bevindt zich op het oude gedeelte van het schor al vele jaren een grote kokmeeuwen-kolonie en op het nieuw aangelegde deel een visdiefjes- en klutenkolonie (resp. 5000, 800 en 250 broedparen). Sinds 1997 broeden hier ook noordse sterns.
In 1979 is er met hulp van vrijwilligers van Vogelwerkgroepen uit de directe omgeving voor het schor een aantal rijshoutdammen aangelegd. Dit om te proberen de te verwachten afslag te compenseren. Hoewel dit project niet helemaal aan de verwachtingen voldoet begint er nu toch broedgelegenheid voor de visdiefjes te ontstaan.