Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Geschiedenis   Stinsen   

Mens en Milieu

De Rinsma State in Driesum, Albert Speelman
Uit: http://community.webshots.com/album/56423261eXJjio

Stinsen

In 1511 wordt de state voor het eerst genoemd, daarna is het talloze keren verbouwd.Het Friese woord stins betekent steenhuis. Een stins is een versterkt stenen woonhuis, meestal omgeven door een gracht en vaak voorzien van bijgebouwen. Stinsen dateren uit de Middeleeuwen, net als de Groningse borgen. De oorspronkelijk functie was een verdedigbaar huis, maar in de zestiende en zeventiende eeuw zijn sommige stinsen omgevormd tot buitenplaatsen met een park of tuin. In Friesland begonnen de adellijke families omstreeks 1300 met het bouwen van stenen huizen. In deze roerige tijden boden de stinsen de bewoners niet alleen onderdak, maar ook bescherming tegen belegeraars en plunderaars in een regio waarin een centraal gezag ontbrak. In heel Friesland staan nog meer dan 120 stinsen.

  • De torenstins
    De Schierstins in Veenwouden, Albert Speelman
    Uit: http://community.webshots.com/album/56423261eXJjio

    Oorspronkelijk was een stins een verdedigbaar huis dat zich van de andere huizen onderscheidde omdat het van steen gebouwd was. Gewone huizen waren van leem en hout gebouwd. Alleen de welgestelden konden zich zo'n kostbaar huis veroorloven. De vroegste stinsen uit de tweede helft van de 13e eeuw waren versterkte torens, waar de bewoners van een boerderij zich in tijd van oorlog terug konden trekken. Ze bestonden meestal uit een kelder met gewelven, waarboven drie verdiepingen gebouwd waren. De stins kon alleen met een trap van buitenaf bereikt worden. Wanneer de vijand kwam, werd de trap weggehaald en zaten de bewoners veilig. De kelder was afgesloten van de rest van het gebouw uit veiligheidsoverwegingen. Een dergelijke torenstins is nog te vinden in Veenwouden (zie foto hieronder). In de 14e en 15e eeuw werden stinsen meer voor bewoning gebruikt. Hiervoor werd vaak een extra verdieping, vensters en stookplaatsen toegevoegd.

  • De zaalstins

    Naast de woontorens werd in de 14e en 15e eeuw ook een ander soort stins gebouwd: de zaalstins. Deze vorm was praktischer om in te wonen. Een zaalstins bestond uit een zaalvormige kamer, verdeeld in een kleine zaal en een grote zaal. De kleine zaal had een haard en kon zonder al te hoge kosten warm worden gestookt. Brandstoffen waren namelijk lange tijd zeer kostbaar. De zaalstinsen werden in de loop der tijd uitgebouwd met een aantal woonvertrekken en bijgebouwen.

  • De State
    De Unia State in Beers, Albert Speelman
    Uit: http://community.webshots.com/album/56423261eXJjio

    In de loop van de 16e eeuw werden verdedigbare huizen zinloos, omdat er een centraal gezag was waardoor de bewoners hun huizen niet meer hoefden te verdedigen. In plaats daarvan werden er huizen gebouwd of verbouwd die de status van de bewoner moesten laten zien. Op het platteland gingen de huizen steeds meer op kastelen lijken. Als toegang werd er in veel gevallen een stenen poort over een gracht gebouwd. De torenstinsen waren niet praktisch meer en werden afgebroken. In de 17e en 18e eeuw verrezen bij de stinsen boerderijen en fraaie lusthoven. Deze slotcomplexen kregen de naam state. Later werd alleen het huis aangeduid met state. Op het platteland waren in 1622 190 states te vinden.

    De Unia State in Beers. Alleen de toegangspoort is nog over.

  • Verdwijnen van de states

    In de 18e en 19e eeuw verdween het grootste deel van de states. Door het verdwijnen van het Friese Hof verhuisde de adel mee naar Den Haag. Om goede banen in de wacht te slepen moesten de eigenaren van de states land verkopen en zich diep in de schulden steken. Dit leidde tot de verkoop en de afbraak van de states. Een andere belangrijke reden voor het verdwijnen van de stinsen en states was het verbod van het fideicommis. Het fideicommis hield in dat de eigenaar van de state of stins het huis en de bijbehorende grond in zijn geheel moest overdragen aan iemand uit de volgende generatie. Hierdoor versnipperde het bezit nooit. Bij de instelling van het Burgerlijk Wetboek in 1838 werd het instellen van een fideicommis verboden, waardoor het bezit verdeeld moest gaan worden onder meerdere erfgenamen. Tenslotte deed de overheid er in de 19e eeuw niets aan om stinsen en states te behouden, omdat de cultuurhistorische waarde er toen nog niet van werd ingezien.