Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Konikpaarden in het Lauwersmeergebied, Wim Bouwland, www.bouwland.org

Het natuurbeheer in het Lauwersmeergebied

Om het beheer van de natuur in het Nationaal Park Lauwersmeer goed te kunnen uitvoeren, is een Beheer- en Inrichtingsplan (BIP) opgesteld door het bestuur van het Nationaal Park, het zogenoemde Overlegorgaan. Dit Overlegorgaan is samengesteld uit vertegenwoordigers van belanghebbende partijen in en om het Nationaal Park. Het BIP geeft onder andere aan welke waarden het gebied heeft voor de natuur, de recreatie en het landschap. Aan de hand van de gemaakte keuzen zijn de beheersmethoden en beheersmaatregelen vastgesteld. Dat kunnen allerlei maatregelen zijn; van helemaal niets doen tot het inzetten van grote grazers, zoals runderen of paarden. Een andere manier van natuurbeheer is het werken met gedempt getij: het beperkt inlaten van zout water zorgt ervoor dat het gebied niet met bos kan dichtgroeien. De provincies Groningen en Friesland waren het in 2006 nog niet met elkaar eens of deze vorm van beheer er moet komen.

  • Flora

    De uitgestrekte vlaktes van het Lauwersmeergebied zijn voor veel plantenliefhebbers een waar Eldorado. Door de wisselende samenstelling van de bodem groeien er veel verschillende soorten. In het noorden kom je voornamelijk zandbodem tegen, in het zuiden zijn het zware kleibodems. Het middengebied kent een afwisseling van zand-, zavel-, en kleibodems. In samenhang hiermee groeien in het noorden planten die ook voorkomen in duinvalleien, zoals parnassia en verschillende soorten orchideeën. De kleigronden in het zuiden bieden plaats aan het snel groeiende riet en duinriet. In matig voedselrijke plaatsen krijgen andere planten een kans, zoals watermunt, wolfspoot, gele lis, rietorchis en soms gevlekte en vleeskleurige orchis.

    De rietvelden wisselen regelmatig af met open, grazige plekken waar vooral wit struisgras groeit. Op de brakke plaatsen, waar nog een beetje zout kwelwater aan de oppervlakte komt, komen zoutminnende planten als zilte rus en zeeaster voor. Weer anders is de vegetatie op de oude mosselbanken in het gebied. Hier groeien soorten die veel van stikstof houden, zoals brandnetel, akkerdistel, engelwortel en krulzuring. Langs de oude geulen en prielen, op grazige vochtige plaatsen, groeit het goudknopje.

  • Natuurbos en aanplant

    Het weidse landschap van het Lauwersmeergebied wordt afgewisseld met jonge bossen, die voor een deel spontaan zijn ontstaan. Zo zijn op de hoogste delen van de zandplaten direct na de inpoldering bomen gaan groeien. Het zijn loofbosjes waar soorten als de schietwilg, boswilg, grauwe en geoorde wilg een stek hebben gevonden. Ook schoten hier struwelen van duindoorn en kruipwilg uit de grond. Op de zware klei in het zuiden ontstond een bos waarin voornamelijk de vlier domineert.

    Naast deze natuurbossen zijn er ook bossen aangeplant. Het in 1972 aangelegde Zuidwalbos, dat tegen de afsluitdijk ligt, is het oudste bos. In de daarop volgende jaren werden het proefbos Lauwersoog, het proefbos Ballastplaat, het Marnebos en de bossen van de Kollumeroord aangelegd.

    Er groeien verschillende boomsoorten, zoals populieren, eiken, berken, esdoorns, iepen, dennen en sparren. De aanplant van deze bossen zorgde ook voor de komst van nieuwe zoogdieren en vogels. Reeën, vossen, hazen, konijnen en hermelijnen behoren inmiddels tot de vaste bewoners.

  • Grote grazers
    Lauwersmeergebied, Ecomare

    Natuurorganisaties hebben in 2006 een plan gepresenteerd om zout water in de Lauwersmeer te laten stromen. Eb en vloed zou beperkt toegelaten moeten worden. Ook zou er een beperkt aantal keren hoog tij per jaar moeten komen, waardoor platen overspoelen met brak water. Bos- en rietontwikkeling krijgen hierdoor geen kans en het leefgebied voor vogels blijft behouden.

    Grote delen van het Lauwersmeergebied worden begraasd door Schotse hooglanders en konikpaarden. In de zomer krijgen zij versterking van vee (koeien en paarden) van boeren uit de omgeving. De begrazing is bedoeld om de variatie in de natuur te behouden en waar mogelijk te vergroten. Vooral de waardevolle overgang tussen droge en natte delen en schaars begroeide en ruig begroeide delen zijn voor veel plant- en diersoorten van levensbelang.

  • Koniks

    In grote delen van het Nationaal Park onderhouden koniks de natuur. De kleine, muisgrijze koniks zijn afstammelingen van de tarpan, het laatste wilde paardenras van Europa. Ze komen oorspronkelijk uit Polen en hebben nauwelijks verzorging nodig. De geharde paardjes zijn eigendom van Staatsbosbeheer. Ze worden alleen in uiterste noodzaak bijgevoerd en ze brengen hun veulens zonder tussenkomst van de mens ter wereld. De dieren houden het gras kort, zodat steltlopers kunnen broeden en eenden en ganzen hier in de trektijd voedsel kunnen zoeken.

  • Hooglanders
    Hooglanders in het Lauwersmeergebied, Wim Bouwland, www.bouwland.org

    Daarnaast zet Staatsbosbeheer Schotse hooglanders in als 'maaimachine'. Hooglanders zijn stevige, taaie runderen die oorspronkelijk uit Schotland komen. Ook de hooglanders kunnen zich het hele jaar door prima zelf redden in het gebied. Alleen in strenge winters worden ze wel eens bijgevoerd. De hooglanders en koniks kunnen hier zelf hun voedselpakket samenstellen. Naast grassoorten en riet, staan in de winter ook struiken en bomen op het menu.

    Sinds de start van de begrazing worden het plantenleven en de dierenwereld van het Lauwersmeergebied gevolgd door onderzoekers. Daarnaast wordt het welzijn van het vee bewaakt door medewerkers van Staatsbosbeheer die dagelijks het terrein in gaan om het vee te tellen en de gezondheid in de gaten te houden. Een keer per jaar wordt het vee door een veearts gecontroleerd.