Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Stuifduinen op Schiermonnikoog, Martin Schoemaker, archief Bezoekerscentrum Schiermonnikoog

Noorderduinen

De meeste duinen op Schiermonnikoog komen voor ten noorden van het dorp en de polder. Ze vormen een groot massief blok tegen de zee. Ze zijn ontstaan tussen 1400 en 1850. Het stuk in het noordoosten ontstond pas rond 1850. Hoe verder je van het dorp komt, hoe jonger en minder begroeid ze zijn.

  • Dennenbossen

    In dit gedeelte van de duinen van Schiermonnikoog komen ook dennenbossen voor. Deze zijn aangeplant in het begin van de 20e eeuw. De duinen zijn hier hoger en breder dan de overige duinen. Dit komt omdat hier de zandaanvoer het grootst is en dankzij het vasthouden van zand door planten, struiken en bomen het verlies gering.

  • Flora

    In de vochtige duinkommen komen herminium, moeraswespenorchis en addertong voor. Tussen de kruipwilgen zijn maanvaren, klein- en rond wintergroen te zien. Zeldzame soorten hier zijn grote keverorchis, stippelzegge en adderwortel. In enkele valleien vlak bij de zee met veel kalk die tot het grondwater zijn uitgestoven komen veel zeldzame planten voor, zoals muggenorchis, vleeskleurige orchis, rietorchis en parnassia.

  • Voor 1945

    De noorderduinen zijn bijna overal begroeid. Dat was vroeger heel anders. Van nature stuiven duinen al. Maar tot 1900 werden de noorderduinen ook nog eens gebruikt voor landbouw. In de vlakke delen vlak bij het dorp, zoals de Hertenbosvallei, de Kapeglop en de Seeglop, verbouwde men aardappelen en groente. In de andere delen liet men vee weiden en werd hooi geoogst. Er werd helm gesneden om matten van te vlechten.

    Zo ontstond een kaal duinlandschap waar de wind vat op kreeg. Ook de vele konijnen zorgden voor losgewoeld zand. De wind blies veel zand over het dorp. Men ging er wat aan doen. In 1912 werden er dennenbossen aangeplant in opdracht van de toenmalige eigenaar van het eiland graaf Von Bernstorff. Hij verbood ook het weiden van vee en het hooien in de duinen. Als er helm gemaaid was moest er ook weer nieuwe helm geplant worden. En het had succes. De vrijwel kale duinen van het eiland raakten in zo'n vijftig jaar begroeid.

  • Na 1945

    Na de oorlog kwamen er echter steeds meer grote struiken en kleine bomen en steeds minder zeldzame planten. Daarom heeft men sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw weer enkele duinen doen verstuiven. Zoals onder andere ten westen van de vuurtoren en ten noorden van de Kapenglop. Dit proces gaat nog steeds door. De duinen ten noorden van de Kapenglop verplaatsen zich in zuid-oostelijke richting.

    Men hoopte dat er meer soorten planten en kleine struiken gingen groeien en dat er daardoor ook meer soorten insecten en vogels zouden komen. Dit is gelukt. De planten die nu in deze uitgestoven valleien voorkomen, horen bij de meest waardevolle van het hele waddengebied. De hoeveelheid zand die vanaf deze duinen over het eiland waaide was overigens gering en bedreigde het dorp niet meer.

    Bij de duinen in het oosten ging men echter ook door met het aanplanten van helm en het neerleggen van takken. Opnieuw om hier de verstuiving tegen te gaan. Bij de instelling van het Nationaal Park in 1989 is er kritisch gekeken naar dit duinbeheer. Men heeft toen besloten op nog enkele plaatsen waar veel planten zouden kunnen gaan groeien verstuiving te stimuleren en helm alleen te planten op die plekken waar zonder helm toch weinig planten zouden groeien en waar zeewerende duinen zijn.