De tuinwal heet op z'n Tessels 'tuunwoal'. Ze zijn aangelegd na het afschaffen van het recht op overalweide in de tweede helft van de 16e eeuw. Boeren hadden voor die tijd het recht om vee overal te laten grazen. Dat recht werd afgeschaft omdat het beheer van de landbouwgronden, de polders en de dijken niet goed te organiseren was. Na de hervorming moest het vee op de eigen landjes blijven. In het heuvelachtige gebied kon je geen sloten maken, en hout was schaars op het toen vrijwel boomloze Texel. Dus werden het tuinwallen, gemaakt van graszoden. Ze zijn ongeveer een meter hoog, een meter breed, met een kruin van een halve meter. Vroeger zette men takken van stekelige struiken uit de duinen er boven op, dan bleven de dieren wel binnen.
Veel tuinwallen zijn in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw weggehaald. Ze pasten niet in het moderne boerenbedrijf. Maar in 1968 werd het gebied van de Hoge Berg een landschapsreservaat. De boeren moeten daar hun tuinwallen goed onderhouden. Zij krijgen er een vergoeding voor. Er is wel een probleem bij het herstel van de tuinwallen. Door het gebruik van kunstmest is de kwaliteit van de graszoden is de grasmat losser geworden, en daardoor minder geschikt om tuinwallen te maken.
Tuinwallen moeten jaarlijks gemaaid worden. Dan blijven ze stevig, en er komen mooie bloemen op te staan: grasklokje, muizenoortje, zandblauwtje, geel walstro, eikvaren, vroege haver en Engels gras. Er komen zelfs noordse woelmuizen in de droge tuinwallen voor. Op het vasteland leeft dit zeldzame diertje voornamelijk in natte gebieden.
Tegenwoordig worden tuinwallen gemaakt met een speciale 'zooiensnijer', een apparaat waarmee zoden gesneden en gestapeld kunnen worden. In een uur kan je daarmee 1,25 meter tuinwal maken. Op die manier zijn bijvoorbeeld de nieuwe tuinwallen rond het gemeentehuis en rond het Alloo aangelegd.