Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Aardgaswinning   Waddenzee   Geschiedenis   westelijke Waddenzee   

Geschiedenis van de aardgaswinning in de Waddenzee

De discussie over wel of niet toestaan van proefboringen en boringen in de Waddenzee loopt al jaren. In veel plannen werden hierover richtlijnen opgenomen die nog steeds van kracht zijn. Eerder genomen beslissingen over het wel of niet toestaan van de boringen hebben nog steeds invloed op de huidige beslissingsprocedures. Daarom worden hier de belangrijkste punten uit deze geschiedenis op een rijtje gezet.

  • Plannen voor de winning

    De NAM en Elf Petroland onderscheiden op basis van seismische onderzoeken 21 locaties in de Waddenzee waar vermoedelijk gas te winnen is. Zeven hiervan zijn bereikbaar vanaf de Fries-Groningse kust, één vanaf Ameland en twee vanuit de Noordzee. Er kan over grote afstanden schuin worden geboord, waardoor het mogelijk is de boorinstallatie net buiten een 'verboden' gebied te installeren en zo de verbodsbepalingen te omzeilen. De overige 11 locaties kunnen wellicht niet vanaf het land bereikt worden. Ze vallen geheel binnen het gebied waar de Planologische Kern Beslissing (PKB) geldt. Dit gebied is beschermd en van de regering mogen de maatschappijen daar geen permanente winningsplatforms neerzetten. Vanuit de, volgens de Natuurbeschermingswet,permanent gesloten gebieden is winning namelijk verboden.
    De mijnbouwmaatschappijen moeten in ieder geval maatregelen treffen ter compensatie van de extra zandsuppletie aan de Noord-Hollandse en Texelse kust en kwelder- en dijk versterkingswerken.

  • 1984

    De aardgasbedrijven besloten vrijwillig voor tien jaar af te zien van boringen in de Waddenzee.

  • 1994

    Onder voorwaarden, zoals vastgelegd in de Planologische Kernbeslissing Waddenzee (PKB), mochten de mijnbouwmaatschappijen van 1995 tot 1999 naar gas gaan zoeken in de Waddenzee. Enkele voorwaarden waren dat proefboringen maximaal drie maanden mochten duren, alleen in de winter plaatsvonden, de maatschappijen over een concessie beschikten voor de gebieden en het moest zeker zijn dat er gas aanwezig was. Boringen mochten niet plaatsvinden in gebieden die gesloten waren volgens de Natuurbeschermingwet. Onder deze voorwaarden dacht de NAM 50 tot 95 miljard kubieke meter aardgas te kunnen winnen.
    Twaalf Nederlandse natuur- en milieubeschermingsorganisaties dienden in 1994 bij de Europese Commissie in Brussel een verzoek in om te onderzoeken of de gaswinning in de Waddenzee niet in strijd zou zijn met de EU-Vogelrichtlijn en de EU-Habitatrichtlijn.

  • 1995

    De Waddenvereniging en andere milieuorganisaties tekenden beroep aan bij de Raad van State tegen de beslissing om proefboringen en gaswinning in de Waddenzee toe te staan, omdat dit in strijd was met de gekozen hoofddoelstelling om de Waddenzee te beschermen. ELF-Petroland besloot tot 1999 niet te gaan boren naar nieuw gas in de westelijke Waddenzee, omdat daar weinig gas te vinden zou zijn.

  • 1996

    De Raad van State oordeelde dat de Planologische Kernbeslissing Waddenzee (PKB Waddenzee) niet bepalend zou zijn voor het al dan niet doorgaan van de gasboringen in de Waddenzee. De Raad vond dat andere planologische procedures doorlopen moesten worden om daarover een oordeel te vellen. De Waddenvereniging concludeerde daaruit dat gemeenten en provincies de gasboringen zouden kunnen dwarsbomen via hun streek- en bestemmingsplannen.

  • 1997

    De provincies Noord-Holland, Groningen en Friesland verleenden toestemming tot alle proefboringen die in de MER-Waddenzee (milieueffectrapportage) werden genoemd, met uitzondering van de boring Simonszand. Op 1 juli 1997 werd echter het besluit over herziening van het beleidsplan door de provincies opgeschort, en eind oktober werd ook de inspraakprocedure gestopt. De rechtbank had de vergunningen voor proefboringen in de Noordzee-kustzone en op Ameland geschorst op verzoek van de Waddenverening. Dit besluit leidde tot aanzienlijke vertragingen in de procedures voor de proefboringen in de Waddenzee. Volgens de president van de rechtbank was de maatschappelijke noodzaak van de proefboringen niet aangetoond en was er een te gebrekkig inzicht in de mogelijke milieugevolgen.

  • 1998

    In 1998 wees het Europese Hof Nederland terecht omdat Nederland in meer dan de helft van de gevallen de EU-Vogelrichtlijn niet uitgevoerd had. Ook de plaatsen waar mogelijk geboord ging worden vielen onder de Vogelrichtlijn.
    De milieu-organisaties dienden ook een klacht in op grond van de Conventie van Ramsar, een verdrag dat zich richt op de bescherming van wetlands van internationale betekenis, waaronder de Waddenzee. Tijdens de bijeenkomst van de deelnemende landen in 1993, in Japan, werd unaniem een resolutie aangenomen waarin de bezorgdheid werd uitgesproken over gaswinning in de Waddenzee.

  • 1999

    Begin 1999 ontstond een conflict in het Nederlandse kabinet over de aardgaswinning in de Waddenzee. Minister Pronk van Milieu wilde een einde maken aan de eeuwigdurende toestemming voor de mijnbouwmaatschappijen. Minister Jorritsma van Economische Zaken bleek een groot tegenstander van dit voornemen. In april 1999 verleende minister Jorritsma toestemming voor de gaswinning bij Lauwersoog, mits dit veld schuin vanaf de kust kon worden aangeboord. Dit leidde tot protesten vanuit de kamerfracties van de linkse partijen. Een paar maanden later mislukte een kabinetsoverleg over de boringen in de Waddenzee.
    In juni werd het rapport 'De schaduwkant van het Waddengas' van Greenpeace gepresenteerd. Het liet zien dat de schade door het boren aan dijken, ecosystemen en wegvallend toerisme groter was dan de opbrengst van het gas.
    Omdat de door minister Jorritsma afgegeven vergunningen eind augustus, respectievelijk half september 1999 van kracht zouden worden, was het noodzakelijk snel te beslissen. Uiteindelijk werd aan de NAM gevraagd de eerste vergunningsaanvraag in te trekken en op hetzelfde moment een nieuwe aanvraag voor een vergunning te doen. De NAM stemde hiermee in, waardoor het kabinet 3 maanden langer de tijd had om een beslissing te nemen over het boren in de Waddenzee.
    De Waddenvereniging hield ondertussen een kaartenactie om te voorkomen dat de overheid zou beslissen dat gasboren in de Waddenzee voortaan werd toegestaan. In november kwam de minister-president met een compromis. Dit hield in dat er alleen maar geboord mocht worden op die plaatsen waar al met zekerheid aardgas in de bodem zou zitten. Op voorwaarde dat het boren gegarandeerd géén schade voor de natuur zou opleveren. Dit compromis kwam er niet door. Deskundigen, ingeschakeld door het kabinet, hadden hun twijfels over de gevolgen voor het milieu. Hierop besloot het Kabinet om de boringen naar aardgas voorlopig niet toe te staan.

  • De schaduwkant van het waddengas

    Het rapport 'De Schaduwkant van het Waddengas' is opgesteld door AID-environment in opdracht van Greenpeace. In het rapport worden de kosten en opbrengsten van de winning van het waddengas geschat. Hiermee is een stap in de richting gedaan van de bepaling van de waarde van de verschillende (ecologische) functies. Hierdoor kunnen de verschillende economische en ecologische functies van de Waddenzee met elkaar vergeleken worden.
    De Waddenzee en -eilanden vervullen veel verschillende functies die vaak niet meegenomen worden bij onderzoeken, zoals CO2 opslag, bescherming tegen overstroming en zeewaterzuivering. Het is een belangrijke kraamkamer voor vissen, schaal- en schelpdieren en recreatie en toerisme spelen een grote rol in het gebied. Wat vooral niet vergeten mag worden is dat het waddengebied een uniek ecosysteem in de wereld is. Door de grote afmeting, bescherming en de kracht en uniciteit van de abiotische en biotische processen vertegenwoordigt het grote natuurwetenschappelijke en biodiversiteitswaarden (refugium natuur).
    De schrijvers van het rapport denken dat een aantal van deze functies af zullen nemen door de bodemdaling die optreedt door aardgaswinning. Een deel van de functies is niet meegenomen in dit gedeelte van het onderzoek omdat de effecten die op zullen treden door aardgaswinning hier niet van bekend zijn. De volgende functies zullen door de bodemdaling verminderen: aantasting van de dijkveiligheid, strategische drinkwatervoorraad, zeewater zuivering, aanpassing waterhuishouding, wateroverlast, verlies aan land, refugium natuur, kraamkamer, recreatie en toerisme en productie van mosselen, kokkels, garnalen en zeepieren.
    De nadelige effecten die, optreden door waddengaswinning, zullen volgens de schrijvers van het rapport duidelijk aanwijsbaar zijn in eenderde deel van de Waddenzee. Hierdoor zullen, aldus de onderzoekers, de bovengenoemde functies van de Waddenzee met eenderde afnemen.
    In het begin van het onderzoek hebben de schrijvers vastgesteld wat de waarde is van de verschillende functies in de Waddenzee. Het totaal komt volgens de schrijvers neer op ongeveer 4,4 miljard euro per jaar. Hierdoor kon duidelijk aangegeven worden wat de kosten zullen zijn als er naar aardgas geboord gaat worden. De kosten per jaar zullen rond de 1,1 miljard euro liggen.
    Er is ook gekeken naar de opbrengsten van het waddengas. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid gas, het tijdstip waarop het geproduceerd kan worden en over welke tijdsperiode. De waarde van het aardgas ligt tussen de 3 en 18 miljard euro.
    De opbrengsten liggen op het eerste gezicht hoger, maar de schrijvers zijn ervan uitgegaan dat de kosten over een langere tijdsperiode terug zullen komen. Bij het, volgens hun meest milde schadescenario (geen schade in jaar 1 tot en met 5, 50% schade in jaar 6 tot en met 10 en 100% schade in jaar 11 tot en met 50) zal er een verlies optreden van zo'n 3,2 tot 15 miljard euro. Ze trekken de conclusie dat er meer kosten dan baten gemaakt zullen worden en er beter niet naar aardgas in de Waddenzee geboord kan worden.

  • 2000

    In 2000 heeft de Waddenvereniging bezwaar aangetekend tegen de door de minister aan de NAM verleende vergunningen voor proefboringen op het vaste land in het Noord-Groninger kustgebied. De Raad van State besliste dat de NAM een vergunning had moeten aanvragen volgens de natuurbeschermingswet en verklaarde de afgegeven vergunning ongeldig.
    Ook tegen voorgenomen proefboringen van de NAM in de kop van Noord-Holland tekende de Waddenvereniging bezwaar aan. Het ging de Waddenvereniging er vooral om dat er niet geboord zou worden rond de Razende Bol. Behalve de Waddenvereniging hadden ook de provincie Noord-Holland, een natuurvereniging uit Petten en het waterleidingbedrijf PWN bezwaar aangetekend. PWN was vooral bang dat de NAM wilde gaan boren in de Hollandse duinen. Door bodemdaling zou het zoete water daar namelijk brak kunnen worden.
    Bij uitgebreid monitoringsonderzoek na 13 jaar gaswinning bleken de effecten op flora en fauna amper waarneembaar. De bodem bij Ameland zakte in de periode dat er geboord werd 22 centimeter en zou waarschijnlijk nog 6 centimeter verder zakken. De natuurlijke dynamiek (aanzanding) maakte de daling echter ongedaan.

  • 2004

    In 2004 concludeerde de Commissie-Meijer dat de kokkelvisserij schadelijk was, maar dat er geen bezwaar tegen gaswinning bestond. Met de baten van de gaswinning zouden de kokkelvissers uitgekocht kunnen worden. Het kabinet besloot de gaswinning wel toe te staan en de kokkelvisserij in de Waddenzee af te schaffen. Commissie-Meijer verwacht 2,5 tot 9,5 miljard euro aan baten en wil deze steken in het waddengebied en de noordelijke provincies.