Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Windmolenpark voor de kust bij Egmond, Han Lindeboom, Wageningen IMARES

Windenergie op zee

Op zee waait het veel harder dan op land, waardoor een windmolenpark daar veel rendement zal hebben. De Nederlandse overheid wil in 2020 6000 megawatt aan windenergie op zee opwekken wat gelijk is aan 15% van de Nederlandse energiebehoefte. In Denemarken bestaat al een dergelijk park. Ook in Nederland wordt druk gebouwd: het eerste park voor de kust bij Egmond is al klaar, een tweede bij IJmuiden is in 2008 geopend en er zijn plannen voor tientallen andere parken.

  • Uiteindelijk 1000 vierkante kilometer

    Een windmolenpark op zee zal veel rendement hebben vanwege de hoge windsnelheid. De Nederlandse overheid wil in 2010 op de Noordzee 700 megawatt aan windenergie produceren, oplopend naar 6000 megawatt in 2020. Afhankelijk van de grootte van de molens moeten er 1200-2000 windmolens geplaatst worden. Het hiervoor benodigde oppervlak beslaat ongeveer 1000 vierkante kilometer.
    De molens zullen meer dan 100 meter hoog worden met wieken van 60 tot 70 meter lang. Ze komen gegroepeerd in lange rijen te staan. De windparken zelf en een zone van 500 meter eromheen worden tot gesloten gebied voor de scheepvaart verklaard om ongelukken te voorkomen. Nu is er nog veel subsidie nodig, maar rond 2030 zou windenergie op zee rendabel kunnen worden. De windparken moeten volgens het beleid buiten de 12 mijls-zone komen, op het park bij Egmond aan Zee na.

  • Frisse zeewind
    Kansenkaart windparken, Ecomare
    Naar Frisse Zeewind 2

    Frisse Zeewind is een samenwerkingsproject van Stichting de Noordzee, Stichting Natuur en Milieu en het Wereld Natuurfonds. Deze milieuorganisaties hebben een verkenning gedaan naar de gebieden op de Noordzee waar zonder te veel schade aan te natuur nieuwe windmolenparken kunnen komen. Daarbij zijn alle gebieden die aangewezen worden als natuurgebied in ieder geval ontzien. Bovendien is er rekening gehouden met de bestaande scheepvaartroutes. Het resultaat is dat de gebieden met de beste kansen voor windparken relatief ver uit de kust liggen. Een probleem daarbij is het transport van de opgewekte stroom.

  • 118 parken op de hele Noordzee
    Windmolenplannen (december 2008), Ecomare, op basis van een compilatie door Han

    Niet alleen Nederland wil de Noordzee op grote schaal gebruiken voor windenergie. In alle Noordzeelanden bij elkaar bestaan plannen voor 118 parken, met bij elkaar ongeveer 10.000 molens. Greenpeace lanceerde in 2008 een plan om al die parken aan te sluiten op een centraal stroomnet, zodat de windstiltes in het ene park kunnen worden opgevangen met pieken in een ander gebied op de Noordzee.
    Alle Noordzeeparken bij elkaar zouden uiteindelijk goed zijn voor een stroomproductie van 68 Gigawatt, voldoende voor het stroomgebruik van 70 miljoen huishoudens.

  • Gevaar voor de scheepvaart?

    TNO heeft onderzocht of windmolens een gevaar voor de scheepvaart vormen. Het onderzoek liet zien dat de kans op ongelukken niet toeneemt door de aanwezigheid van windmolens, maar juist door de grotere drukte op de vaarroutes, die veroorzaakt wordt doordat schepen om de windparken heen moeten gaan varen. Hierdoor neemt de kans op aanvaringen tussen schepen toe. Ook zal de kans toenemen dat een stuurloos schip tegen een windmolen aanbotst.
    De milieubeweging is voor windmolens op zee, maar vindt dat er zorgvuldig gekeken moet worden waar de parken te staan, zodat het zeeleven het minst verstoord wordt en schepen niet tegen de molens op kunnen botsen. Vissers zijn bang dat de windmolens ten koste gaan van hun visgebied. De Kustvereniging heeft liever dat er drijvende windparken worden gebouwd, verder uit de kust, omdat er dan geen horizonvervuiling is.

  • Gevolgen voor de natuur

    De werkelijke gevolgen voor de natuur zullen pas bekend zijn als de windmolens er een tijdje staan. Om de situatie na de bouw met die van voor de bouw goed te kunnen vergelijken, houden onderzoekers de verspreiding van de bodemdieren, vissen, zeezoogdieren en vogels gedurende het hele proces in de gaten. Omdat er rond de windmolenparken niet gevist mag worden, zullen vissen zo'n park waarschijnlijk als een veilig toevluchtsoord beschouwen.
    Bij de aanleg van het windmolenpark kan mogelijk schade optreden aan het gehoor van zeedieren. Zo kunnen bruinvissen het slachtoffer worden van de zeer harde geluiden tijdens het heien van de palen voor de fundering van de molens. Deze palen worden 30 meter de zeebodem ingedreven, waarvoor met zwaar materieel moet worden geheid. De aannemer gebruikt weliswaar pingers om de bruinvissen weg te jagen, maar het is niet zeker dat dit voldoende helpt. Met dit soort effecten is nog weinig ervaring opgedaan, onderzoek aan gehoororganen van aangespoelde bruinvissen moet uitwijzen of de bruinvissen inderdaad slachtoffer kunnen worden. Bij enkele nieuwe plannen wordt hier overigens al rekening mee gehouden: de aannemers willen hier niet heien, maar zware betonnen voeten op de zeebodem neerzetten, of de molens monteren op drijvers.
    Het is nog niet bekend welke effecten de windmolens zullen hebben op vogels die boven de Noordzee rondvliegen. Een van de opties is dat ze door de wieken tot gehakt worden vermalen. In Denemarken, waar sinds 2002 windmolenparken op zee staan, werd een jaar na de opening van een windpark de tussenstand opgemaakt: overdag blijven vogels daar op grote afstand van de molens, maar 's nachts is de afstand kleiner, omdat de vogels de turbines dan niet zien. Een aantal vogels vliegt inderdaad tegen de wieken, maar waarschijnlijk is dit niet een dramatisch. Een ander effect op vogels is dat trekvogels moeten omvliegen en daardoor extra energie kwijt zullen zijn, met mogelijk als gevolg een kleiner broedsucces.
    In Nederland is een testopstelling in gebruik om te registreren of vogels tegen de turbines vliegen. Een viertal microfoons registreert daarbij het geluid van de windmolen en een videocamera slaat aan als er een vreemd geluid gehoord wordt. De beelden worden naar een computer op de wal gestuurd, waar een ornitholoog kan zien om welke vogel het gaat.

  • Technische problemen

    De belangrijkste technische problemen bij de bouw van een windmolenpark op zee zijn de krachten die op de molens inwerken, de sterke corrosie door het zoute water, de verhoogde kans op blikseminslag en de onderhoudsgevoeligheid. Omdat een park op zee ver weg ligt, moet geprobeerd worden om het onderhoud tot een minimum te beperken.

  • Windenergie rendabel?

    Het Centraal Planbureau heeft in opdracht van de regering een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd. Hieruit bleek dat, als inderdaad de 6000 megawatt aan windenergie op de Noordzee gerealiseerd wordt in 2020, de kosten in alle gevallen hoger zullen zijn dan de baten. Dat wil zeggen dat het bouwen van de windmolens miljarden euro's aan subsidies kost en maar weinig oplevert voor de economie en het klimaat. Windenergie komt wel voordeliger uit de bus in een scenario waarbij de windmolenparken gefaseerd ingevoerd zullen worden en er sprake is van een streng internationaal klimaatbeleid. Als er namelijk weinig CO2 mag worden uitgestoten, dan wordt het gebruik van olie teruggedrongen en is windenergie een beter alternatief, waardoor de maatschappelijke kosten en baten wel in balans worden gebracht.