Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Natuurbeleid   Ecosysteemdoelen Noordzee   Natuurwaardenkaart Noordzee   

Ecosysteemdoelen Noordzee

Om de natuur op zee te kunnen beschermen moet je weten waar de waardevolle natuur te vinden is, wat de huidige kwaliteit van de natuur is en welke kwaliteit gewenst is. Dit soort kennis is in 2000 samengebracht in het project 'Ecosysteemdoelen Noordzee'. In de vorm van twaalf doelen wordt de waarde van de natuur op zee in beeld gebracht. Een uitwerking van deze doelen heeft geleid tot de natuurwaardenkaart voor het Nederlandse deel van de Noordzee, die op zich weer de basis vormde voor het aanwijzen van beschermde gebieden op zee.

  • Verkenningen

    Het Compendium voor de Leefomgeving (zie weblinks) heeft kaartjes gemaakt met een verdeling van de soortenrijkdom op het Nederlands deel van de Noordzee. Op de site van het Compendium kun je dit voor verschillende diergroepen in beeld brengen.

  • Doel 1: De natuurlijke dynamische processen handhaven.

    De zeestromingen en het bijbehorende transport van zand en slib op volle zee zullen alleen verstoord raken door grootschalige zandwinning in diepe putten. Dit komt nu nog niet voor, maar er zijn wel plannen in die richting (winning betonzand op de Noordzee). Stromingspatronen langs de kust (de 'kustrivier') kunnen verstoord raken door de aanleg van de Tweede Maasvlakte, onderhoud aan pieren en vaargeulen, kustverdedigingswerken en, in beperkte mate, door de visserij.
    De voorgestelde graadmeters voor deze doelstelling zijn samengevat in onderstaande tabel.

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    larvenstroom naar kust en Waddenzeeonbelemmerdonbelemmerd
    slibtransport naar de Waddzenzee (106 ton/jaar)2020
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 3: Vergroten van het estuariene karakter (vooral deltagebied).

    De kwaliteit van het ecosysteem in de deltawateren staat vooral onder druk door de nog steeds hoge concentraties vervuilende stoffen in de Scheldewater. Ook de concentraties aan nutriënten zijn te hoog, hetgeen kan leiden tot de bloei van gif- of plaagalgen. Verder stelt men dat de kokkelvisserij een bedreiging vormt voor de vogelpopulaties en de schelpdierteelt het risico met zich mee brengt dat er systeemvreemde soorten in de deltawateren terecht komen (zoals de afgelopen decennia is gebeurd met de Japanse oester). De aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent een grote aanslag op het bestaande intergetijdegebied.
    In de grote getijdenwateren van de Delta is het getijde aanzienlijk getemperd door de Deltawerken. Toename van het verschil tussen hoog- en laagwater (het verval) zou ertoe leiden dat het areaal aan droogvallende platen weer sterk kan toenemen.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:

    Parameterhuidige waardestreefwaarde
    Droogvallende platen (in ha)20.00040.000
    Verval (m)afnametoename
    grenzen zoet/brak/zoutverstoordhistorische posities
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 5: Hooguit incidenteel optreden van algenbloei en behouden en zo nodig herstellen van een natuurlijke diversiteit in het plankton.

    Het bereiken van dit doel wordt vooral belemmerd door de nog steeds hoge aanvoer van nutriënten naar het zeewater. De bloei van niet-giftige organismen, zoals phaeocystis en zeevonk kan plaatselijk leiden tot het ontregelen van het ecosysteem. Bloei van giftige algen, zoals dynophisis, levert gevaren op voor alle planktoneters, maar ook (vooral via schelpdieren) voor de mens. Nieuwe giftige algen kunnen via het ballastwater van de scheepvaart terecht komen in het Noordzee-ecosysteem. Verder verwacht men dat er bij grootschalige zandwinning zo veel vertroebeling van het zeewater kan optreden, dat dit invloed zal hebben op het plankton.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    Nutriënten (kust) in de winter
    . gehalte N en P (-mol/l)
    . verhouding N en P
    . emissie N en P (ton/jaar)

    N 60-90; P 1,4-3,0
    23
    N 400; P24

    N 14-24; P 0,6-0,7
    16
    0
    Chlorofyll a (mg/m3)15-207
    aanwezigheid plaagalgen (cellen/liter)
    . Karenia mikimotoi
    . Alexandrium spp.
    . Dinophysis spp.
    . Pseudonitzschia spp.


    1110.00010.000.000


    111001000
    aanwezigheid Phaeocystis (aantal dagen > 106 cellen/liter)4010
    zuurstofgehalte (mg O2/l)56
    ballastwater (%behandeld)0100
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • 6: Diversiteit van de bodemfauna behouden en zo nodig herstellen, inclusief populaties van langlevende en langzaam voortplantende soorten.

    De bodemfauna in de Noordzee heeft vooral te lijden van de boomkorvisserij met wekkerkettingen. Langlevende diersoorten, zoals de noordkromp en de noordhoren, gaan sterk achteruit in de gebieden waar intensief op platvis wordt gevist. Maar ook andere schelpdieren, stekelhuidigen, krabben en kreeften en bodemvissen verdwijnen om plaats te maken voor een fauna die vooral uit wormachtigen bestaat. Daarnaast staat de bodemfauna ook onder invloed van de vervuiling. Vooral de eutrofiëring kan leiden tot verstoringen of een andere samenstelling van de fauna.
    De aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent het verdwijnen van een aanzienlijke oppervlakte aan biotopen in de ondiepe kustzone.
    Olie- en gaswinnigsplatforms hebben indirect een gunstig effect op de bodemfauna. Rond elke installatie geldt een veiligheidszone met een straal van 500 meter, waarbinnen scheepvaart, visserij en activiteiten als zandwinning niet zijn toegestaan. In deze zones is de verstoring van de bodemfauna veel minder dan elders op zee. Plaatselijk kan de stort van boorgruis wel leiden tot verstoring.
    Ook toekomstige windmolenparken en de eventueel te plaatsen zendinstallatie zullen omgeven zijn door een veiligheidszone die gunstig is voor de bodemfauna.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    populatieomvang noordkromp in het noordelijk NCP (aantal dieren/m2)10-5050
    populatieomvang wulk in het zuidelijk NCP (aantal dieren/m2)0,010,05-1,5
    imposex Wulk (open zee) en purperslak (kust) (% van vrouwtjes)25-100<10
    Diversiteitsindex (Shannon-Wiener)gebiedsafhankelijk 1,1-3,0verhogen
    Areaal zonder bodemberoering (percentage NCP minder dan 1x per 10 jaar bevist)915
    Oesterbanken (ha)015
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 7: Diversiteit van de visfauna bevorderen

    Ook voor de bodemvissen is de veligheidszone rond offshoreplatforms en windmolenparken een uitwijkplaats. Vervuiling door de offshore en scheepvaart kan een bedreiging vormen. Grindwinning is schadelijk voor de soorten die hun eieren afzetten op grindbodems (zoals de haring).
    De visserij heeft grote invloed op de visbestanden. De doelsoorten dreigen overbevist te raken en onbedoeld meegevangen soorten, zoals haaien en roggen, zijn sterk in betekenis achteruit gegaan. Haaien en roggen zijn ook gevoelig voor de electromagnetische velden die worden opgewekt door electriciteits- en telefoniekabels.
    De aanleg van de Tweede Maasvlakte heeft, via het verleggen van de kustrivier, vermoedelijk een niet gering ongunstig effect op de migratie van vislarven naar de kraamkamer in de Waddenzee.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    gemiddelde grootte van de visgemeenschap (%>25 centimeter)2840
    aanwezigheid langlevende soorten (aantal/km2)
    . stekelrog
    . grote pieterman


    0,1-0,3
    0


    6
    50
    paaibiomassa commerciële soorten boven het voorzorgsniveau (miljoen kilogram)
    . haring
    . kabeljauw
    . schol
    . zandspiering
    . tong
    . wijting



    772
    54
    289
    706
    40
    257



    1300
    150
    300
    600
    35
    315
    discards (% gewicht van de vangst)
    . vis
    . bodemdieren


    27
    46


    minmalisatie
    minimalisatie
    Diversiteit (aantallen en soorten)onbekendverhoging
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 8: Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor zee- en kustvogels

    Verlichte booreilanden hebben negatieve effecten hebben op trekvogels. Ook kunnen vogels het slachtoffer worden van het affakkelen van gas dat bij de exploratieboringen vrij komt. Maar erger zijn de risico's van de lozingen van minerale en plantaardige olie door de scheepvaart.
    De visserij heeft zowel positieve als negatieve invloed op de vogels. Nogal wat zee- en kustvogels raken verstrikt in staand want. De schelpdiervisserij pleegt een aanslag op de voorraden stapelvoedsel, zoals kokkels en spisula. Positief is het effect van de bijvangst die vanaf de boomkorkotters overboord gaat. Vooral meeuwen en stormvogels profiteren daarvan.
    De invloed van vervuiling op vogels wordt minder ernstig geacht. Effecten van stoffen als PCB's op het immuunsyteem van de vogels zijn niet voldoende onderzocht. Windmolenparken brengen voor de vogels het risico van aanvaringen met zich mee. Militaire activiteiten verstoren rustende en foeragerende vogels.
    De recreatie op het strand en in het kustwater kan foeragerende vogels verstoren en broedplaatsen laten verdwijnen. De aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent verlies van een groot foerageergebied.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling staan in de onderstaande tabel:

    parameters huidige waarde streefwaarde
    broedparen dwergstern (aantal) Waddenzee 150
    Delta 350
    Waddenzee 200
    Delta 500
    broedparen strandplevier (aantal) Waddenzee 60-80
    Delta 200
    Waddenzee 150
    Delta 300
    zwarte zee-eend (aantal) 100.000 gelijk
    zeekoet en alk (aantal) NCP 200.000
    Bruine bank >1/km2
    gelijk
    areaal broedgebied dwergstern en strandplevier (ha) 2000 4000
    aanwezigheid stapelvoedsel en kleine vis
    . zandspiering
    . haring
    . sprot
    . schelpdieren


    1145
    825
    onbekend
    10-225


    1300
    600
    o.b.v. jaaradvies
    nader te bepalen
    olieslachtoffers (% met olie besmeurde dode vogels op het strand)
    . zeekoet (open zee)
    . zwarte zee-eend (kust)



    70-80
    70-80



    0
    0
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 9: Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor populaties zeezoogdieren.

    Omdat ze aan de top van de voedselketen staan hebben zeezoogdieren relatief het meeste last van de vervuiling van de zee, of die nu afkomstig is van de offshore, van de scheepvaart of van het land. Voortplantings- en gezondheidsproblemen kunnen het gevolg zijn.
    Staand want visserij levert problemen op voor zeezoogdieren. Bruinvissen kunnen verdrinken in de netten van de kabeljauwvissers, zeehonden kunnen verdrinken in fuiken zonder keerwant.
    Tenslotte is de verstoring van rustende zeehonden een probleem. Dit kan worden veroorzaakt door recreanten (op het strand of in de getijdengebieden), door de scheepvaart of door militaire activiteiten.
    De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    gewone zeehond (aantal)Waddenzee 5000
    Voordelta 130
    Waddenzee >6500
    Voordelta 300
    bruinvis (aantal)NCP 20.000
    Voordelta 30
    NCP 50.000
    Voordelta > 250
    areaal rust- en zooggebied voor zeehonden (ha)
    . Wadden
    . Delta


    gelijk houden
    20.000



    40.000
    aanwezigheid stapelvoedsel en kleine vis
    . zandspiering
    . haring
    . sprot


    1145
    825
    onbekend


    1300
    600
    o.b.v. jaaradvies
    bijvangst zeezoogdieren (% van de populatie)2,7 (Noordzee)<1,7
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 10: Handhaven van de mogelijkheden voor het ervaren van de dynamiek van de natuurkrachten wind, water, zand en zout op de overgang van open water naar droge kustzone.

    In het kader van dit doel heeft men geen duidelijke effecten van menselijke activiteiten kunnen vaststellen.

  • Doel 11: Handhaven van de openheid, weidsheid, stilte en duisternis; dit geldt voor de gehele kustlijn in noord-zuid-richting en loodrecht op het strand tot aan de zichtlijn ('schone horizon').

    Statische constructies zoals booreilanden en windmolenparken verstoren de open horizon. Schepen op zee daarentegen versterken het gevoel van een open weidsheid. Militaire oefeningen en luidruchtige vormen van watersport verstoren de stilte.
    De voorgestelde graadmeter voor deze doelstelling is samengevat in onderstaande tabel.

    parameterhuidige waardestreefwaarde
    onbelemmerd uitzichtonbekendhuidige situatie handhaven
    Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002
  • Doel 12: Handhaven en waar mogelijk bevorderen van de mogelijkheden om de aanwezigheid van bijvoorbeeld vogels, vissen en zeezoogdieren te ervaren.

    Vervuiling speelt een aanzienlijke rol in het kader van deze doelstelling. Olieslachtoffers en zwerfvuil verminderen de belevingswaarde van de kustnatuur in aanzienlijke mate. Verder speelt ook hier de verstoring door recreatie en militaire activiteiten een rol.