Tot 1965 maakte men bij het (seismisch) onderzoek naar de bodemgesteldheid van de zee, op zoek naar olie en gas, gebruik van explosieven. Door het gedrag van de schokgolven in de bodem te analyseren, kon men conclusies trekken over de verschillende aardlagen. De schokgolven gingen echter niet alleen de bodem in. In de waterkolom leidden de schokgolven zo vaak tot massale sterfte onder vissen, dat men op zoek moest naar alternatieve methodes.
De tegenwoordig meest gebruikte methode werkt met luchtkanonnen ('airguns'). Deze geven een reeks laagfrequente, krachtige geluidsgolven af, die naar zeggen van de oliemaatschappijen goed te richten zijn. In de directe omgeving van het onderzoek zouden de seismische geluidsgolven nauwelijks waarneembaar zijn. Ook zou de gehanteerde frequentie (minder dan 1 kHz) niet waarneembaar zijn voor zeezoogdieren. Kritische oceanografen, zoals Morris, spreken dit tegen. Van de tuimelaar is bekend dat deze geluiden vanaf 75 Hz (0,075 kHz) kan waarnemen. Bruinvissen maken zelf ook laagfrequent geluid: hun 'geknor' is de oorzaak van hun Duitse naam: "Schweinswal". Onderzoek op het Dolfinarium in Harderwijk toonde aan dat laagfrequente geluidsbronnen een speciale aantrekkingskracht uitoefenen op bruinvissen: zij vertonen de neiging om erop af te gaan.
Het seismisch onderzoek veroorzaakt wel degelijk een akoestisch effect in de wijde omgeving van de onderzoeksschepen. Morris meette in 1992 op een afstand van 5 zeemijl van een seismisch onderzoeksschip een verhoging van het geluidsniveau van 40 naar 76 decibel. Bij een ander onderzoek, in 1994, was het geluid van de luchtkanonnen tot op 80 zeemijl van het onderzoeksschip meetbaar. Tijdens dit laatste onderzoek viel het op dat er in het gebied opvallend weinig zeezoogdieren en zeevogels waren, die er normaal in hoge aantallen voorkomen. Morris stelt in zijn artikel over dit onderwerp, in North Sea Monitor van september 1995, dat er plannen zijn voor seismisch onderzoek met nog sterkere geluidsgolven. Hij pleit dan ook voor nader onderzoek naar de effecten hiervan.
De geluidssterkte bij de bron bij het gangbare seismisch onderzoek ligt in de orde van 230 tot 250 decibel, en de schokgolven hebben een vermogen van een 0,5 tot 12 megawatt. In de toekomst kan dit oplopen tot 100 megawatt. Ter vergelijking: de geluidsgolven die een blauwe vinvis (het zeedier dat het meeste geluid kan produceren) gebruikt voor de communicatie over de wereldzeeën hebben een vermogen van 30 watt en een sterkte van 150 decibel.