Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Akoestische verontreiniging

Naast alle andere invloeden op de zee kan ook geluid een bron van vervuiling op zee zijn. In de wereld onder water speelt geluid een andere, en soms belangrijkere, rol dan boven de zeespiegel. Uit recent onderzoek blijkt dat lawaai van scheepsmotoren en schokgolven die worden gebruikt bij geologisch onderzoek wel eens meer invloed kunnen hebben op het zeeleven dan men tot nu toe dacht.

  • Stilte

    Het is onder normale omstandigheden vrij stil onder de zeespiegel. Veel zeedieren, zoals kreeftachtigen, vissen en zeezoogdieren, maken allerlei geluiden, die bij elkaar een geluidsniveau van ongeveer 40 decibel veroorzaken.

  • Watergeluid

    Geluid gedraagt zich in het water anders dan in de lucht. Het plant zich vijf keer zo snel voort en draagt ook veel verder omdat er weinig obstakels zijn. Veel zeedieren maken daar dan ook dankbaar gebruik van. Zij gebruiken geluid (en vooral ook de echo's) voor het opsporen van prooien, voor het waarnemen van obstakels als er geen licht is en voor hun onderling contact. De tandwalvissen (dolfijnen, bruinvissen en potvissen) zijn hier grootmeesters in: zij leven in een geluidswereld, zoals mensen in een visuele wereld, en honden vooral in een geurwereld leven. Maar ook baleinwalvissen communiceren met geluidssignalen over enorme afstanden met elkaar.

  • Akoestische mist
    Gestrande bruinvis, Ecomare, Salko de Wol.

    De rust onder water wordt soms verstoord door natuurlijke omstandigheden. Vooral in de kustwateren kan een flinke storm of een hevige regenbui leiden tot een verhoging van het geluidsniveau tot zo'n 75 decibel. Men heeft kunnen vaststellen dat dolfijnen onder deze omstandigheden naar dieper water trekken. Dit lijkt logisch omdat zij zich in de verhevigde herrie veel minder goed kunnen oriënteren, en waarschijnlijk ook veel minder goed kunnen communiceren. Men spreekt wel van een 'akoestische mist'.
    Akoestische mist kan ook worden veroorzaakt door menselijke geluidsbronnen. De oceanograaf Morris deed geluidsmetingen in de Cardigan Bay (Ierse Zee). Dit gebied is onder normale omstandigheden vrij rustig (tot 50 decibel), maar tijdens de weekeinden en vakanties tussen mei en september zorgt de plaatselijke watersport (vooral motorboten) voor een toename van het achtergrondniveau tot 80-90 decibel. De dolfijnen, die normaal gesproken ook overdag tot vlak onder de kust van Cardigan Bay waarneembaar zijn, komen in deze periode alleen nog 's nachts jagen in het visrijke kustwater.

    Van bultruggen is bekend dat ze last hebben van het geluid van sonar, dat onder andere door onderzeeboten gebruikt wordt om te navigeren. In de paartijd brengen de mannetjes ballades ten gehore, die de vrouwtjes moeten lokken. Als onderzoekers een tape met sonargeluiden afspeelden tijdens het zingen van de walvissen, duurde het zingen tot 30% langer. De onderzoekers denken dat hierdoor het paringsritueel verstoord kan raken.

  • Laag-frequente sonar

    Onderzeeërs zijn tegenwoordig met conventionele sonar-apparatuur nauwelijks meer op te sporen. Een speciaal, laag-frequent sonarsysteem (LFA SURTASS) kan dat wel. Dit systeem zendt bijzonder doordringende signalen uit. In de buurt van de Canarische Eilanden ligt een zeegebied waar marineschepen van de NAVO regelmatig oefenen met deze krachtige sonar-signalen. Tijdens die oefeningen is het schering en inslag dat er spitssnuitdolfijnen aanspoelen op de stranden van de eilanden. Zij hebben beschadigingen aan hun oren en dodelijke luchtbellen in hun bloedvaatstelsel (caissonziekte). Wetenschappers hebben in 2004 ontdekt dat gestrande walvissen vaak tekens van caissonziekte vertonen. Het lijkt erop dat walvissen schrikken door verstoring, dan te snel opstijgen, caissonziekte krijgen en als gevolg daarvan aanspoelen.
    In Amerika vinden soortgelijke praktijken plaats. De Amerikaanse milieuorganisatie National Resources Defence Council had gesignaleerd dat er onnatuurlijk veel strandingen plaats vonden als de marine het LFA sonarsysteem testte. Een rechter oordeelde daarop dat de Amerikaanse marine voor de dolfijnen en walvissen moet wijken.

  • Geluidsexplosies

    Tot 1965 maakte men bij het (seismisch) onderzoek naar de bodemgesteldheid van de zee, op zoek naar olie en gas, gebruik van explosieven. Door het gedrag van de schokgolven in de bodem te analyseren, kon men conclusies trekken over de verschillende aardlagen. De schokgolven gingen echter niet alleen de bodem in. In de waterkolom leidden de schokgolven zo vaak tot massale sterfte onder vissen, dat men op zoek moest naar alternatieve methodes.
    De tegenwoordig meest gebruikte methode werkt met luchtkanonnen ('airguns'). Deze geven een reeks laagfrequente, krachtige geluidsgolven af, die naar zeggen van de oliemaatschappijen goed te richten zijn. In de directe omgeving van het onderzoek zouden de seismische geluidsgolven nauwelijks waarneembaar zijn. Ook zou de gehanteerde frequentie (minder dan 1 kHz) niet waarneembaar zijn voor zeezoogdieren. Kritische oceanografen, zoals Morris, spreken dit tegen. Van de tuimelaar is bekend dat deze geluiden vanaf 75 Hz (0,075 kHz) kan waarnemen. Bruinvissen maken zelf ook laagfrequent geluid: hun 'geknor' is de oorzaak van hun Duitse naam: "Schweinswal". Onderzoek op het Dolfinarium in Harderwijk toonde aan dat laagfrequente geluidsbronnen een speciale aantrekkingskracht uitoefenen op bruinvissen: zij vertonen de neiging om erop af te gaan.
    Het seismisch onderzoek veroorzaakt wel degelijk een akoestisch effect in de wijde omgeving van de onderzoeksschepen. Morris meette in 1992 op een afstand van 5 zeemijl van een seismisch onderzoeksschip een verhoging van het geluidsniveau van 40 naar 76 decibel. Bij een ander onderzoek, in 1994, was het geluid van de luchtkanonnen tot op 80 zeemijl van het onderzoeksschip meetbaar. Tijdens dit laatste onderzoek viel het op dat er in het gebied opvallend weinig zeezoogdieren en zeevogels waren, die er normaal in hoge aantallen voorkomen. Morris stelt in zijn artikel over dit onderwerp, in North Sea Monitor van september 1995, dat er plannen zijn voor seismisch onderzoek met nog sterkere geluidsgolven. Hij pleit dan ook voor nader onderzoek naar de effecten hiervan.
    De geluidssterkte bij de bron bij het gangbare seismisch onderzoek ligt in de orde van 230 tot 250 decibel, en de schokgolven hebben een vermogen van een 0,5 tot 12 megawatt. In de toekomst kan dit oplopen tot 100 megawatt. Ter vergelijking: de geluidsgolven die een blauwe vinvis (het zeedier dat het meeste geluid kan produceren) gebruikt voor de communicatie over de wereldzeeën hebben een vermogen van 30 watt en een sterkte van 150 decibel.

  • Herrie in de Noordzee?

    De milieukwaliteit van de Noordzee wordt intensief in de gaten gehouden met behulp van meetnetten. Maar die meten alleen de concentraties van stoffen. Geluidsmetingen worden, voor zover bekend, niet systematisch gedaan. Toch zou het geluid, vooral in de zuidelijke Noordzee, een belangrijke bepalende factor in het onderwatermilieu kunnen zijn. Het is één van de drukste scheepvaartgebieden ter wereld. Het gebied is rijk aan bodemschatten en wordt daarom regelmatig seismisch onderzocht. Recent onderzoek naar de verspreiding van walvisachtigen in de Noordzee heeft aangetoond dat bruinvissen en witsnuitdolfijnen vrij algemeen zijn in de Noordzee, maar de zuidelijke trog schijnen te mijden. In vroegere jaren waren bruinvissen en dolfijnen (toen tuimelaars) een normale verschijning langs de Nederlandse kust, vooral als de haring en de ansjovis langs trokken. De haring trekt nog steeds langs de kust, maar dolfijnen en bruinvissen zijn slechts bij hoge uitzondering waar te nemen. Een onderzoek naar de geluidsniveaus in de zuidelijke Noordzee zou nadere aanwijzingen kunnen geven over het wegblijven van deze dieren.