Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Visserij   Visserij algemeen   
Vangst van een boomkorkotter, Karien Blankenburgh

Visserij algemeen

De Nederlandse en EU vissers brachten in 1999 in Nederland totaal 540 duizend ton vis aan land. Nederland staat daarmee halverwege de lijst van de 55 belangrijkste visserijnaties ter wereld. Bovenaan staat China met in 1995 ruim 24 miljoen ton. Over de hele wereld wordt in de orde van 100 miljoen ton per jaar gevist. In de EU zijn Denemarken en Spanje de belangrijkste visserijlanden, Nederland bezet hier de zesde plaats. Driekwart van de aangevoerde vis in Nederland bestond in 1999 uit ingevroren vis. De visserij in Nederland is ingedeeld in verschillende sectoren. Zo zijn er bijvoorbeeld de garnalen-, de platvis-, de schelpdier- en de rondvisvisserij.

  • Korte geschiedenis

    Tussen 1975 en 1995 is de visvangst (wereldwijd) verdubbeld. Volgens de wereld-voedselorganisatie FAO wordt een kwart van de visbestanden te zwaar bevist en de helft maximaal. Maximaal wil zeggen dat de vissstand onder normale omstandigheden gehandhaafd kan blijven bij deze visserijdruk.
    De internationale exportwaarde van de opbrengst van Nederlandse visserij bedroeg in 1996 ongeveer 1,1 miljard euro. Nederland importeerde in dat jaar voor ongeveer 0,8 miljard euro aan visserijproducten. De totale opbrengst van de zee- en kustvisserij daalde van zo'n 434 miljoen euro in 1995 naar rond 421 miljoen euro in 1996.
    De Nederlandse vissersvloot bestond in 1998 uit 1064 schepen, waarvan 582 kotters, trawlers en loggers (inclusief zo'n 75 vaartuigen voor de mosselcultuur), 15 grote hektrawlers en 467 scheepjes die te klein zijn om in de voorgaande groepen in te delen. De laatste groep bestaat vooral uit hobby-vissers.
    In 1998 is 550 miljoen kilo vis in Nederlandse havens aan land gebracht door vissers uit de Europese Unie. De aanvoer van vis is licht gestegen (circa 2%) ten opzichte van 1997.
    Om iets meer vis te vangen was wel veel meer moeite nodig. Sinds halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw is in de kottervloot het aantal gevangen ton vis per pk-dag sterk gedaald en het aantal liters olie dat verbruikt wordt om een ton vis te vangen sterk gestegen. Dit houdt in dat er om een vol net bij elkaar te vissen tegenwoordig langer gevaren moet worden (er is minder maatse vis).
    Om de visserij in zo goed mogelijke banen te leiden, zijn er vele regels opgesteld. Het hoofdstuk 'visserijbeleid' behandelt de belangrijkste. Er zijn felle discussies over de vraag op welke manier men verstandig, oftewel duurzaam kan vissen.
    De Nederlandse regering streeft naar een evenwichtig visserijbeleid. Dat houdt in dat er zorgvuldig met de visbestanden en met natuurwaarden wordt omgegaan en dat overbevissing vermeden wordt.
    Daarnaast proberen vissers uit zichzelf "verstandig te vissen". Zij zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van een gezond milieu met goede visbestanden.

  • Vistechnieken
    Het net van een boomkorkotter, Karien Blankenburgh

    De te vangen diersoorten kunnen op zeer verschillende wijzen leven. Er is dan ook een grote diversiteit in vangstmethoden, visserijtechnieken genoemd. De ene techniek richt zich vooral op het vangen van vissen die op de bodem leven, zoals schol, tong en tarbot, de andere techniek is ontwikkeld om juist vissen te kunnen vangen die hoger in het water zwemmen. Onder deze zogenaamde pelagische vissen vallen soorten als haring, sprot en horsmakreel.
    De voor Nederland economisch belangrijkste tak is de visserij op schol en tong. Daarbij is in Nederland de boomkorvisserij de belangrijkste techniek. Tweederde van de totale aanvoerwaarde wordt gevormd door de schol- en tongvangst, voornamelijk gevangen met behulp van de boomkor.
    Andere vistechnieken zijn bijvoorbeeld: spanvisserij, hektrawl-visserij en kokkelzuigers.

  • Werkgelegenheid in de visserijsector
    Werkleding gereed voor volgende trek, Karien Blankenburgh

    In 2001 bedroeg de totale werkgelegenheid in de Nederlandse visserijsector ongeveer 3435 arbeidsplaatsen. Hieronder vallen de visserij, de viskwekerij en de aanverwante sectoren, zoals de scheepsbouw. In de handel en de visverwerkende industrie waren ook nog eens ruim 3000 mensen werkzaam.
    Naast de activiteiten in aanvoer, handel en verwerking zorgt de visserij ook voor werkgelegenheid in een aantal toeleveringsbedrijven zoals scheepswerven, banken en leveranciers van elektronica en visserijmaterialen.

  • Problemen en oplossingen in de visserij

    De visserij kampt met grote problemen door afnemende visbestanden en hoge dieselprijzen. Een liter diesel kostte in 2005 nog 26 cent, maar in 2006 was dit 43 cent geworden. Aangezien een beetje kotter tijdens een week vissen zo'n 30.000 liter diesel verbruikt, is het vissen nu al 5100 euro per week duurder geworden. Het gemiddelde inkomen van de bemanning van een kotter daalde in 2006 van 35.000 euro naar 29.000 euro. Omdat de vissers grote visserschepen hebben waar veel kapitaal in zit, kunnen ze niet zomaar stoppen maar moet sanering van schepen plaatsvinden. Volgens de minister van LNV zouden de vissers en afslagen zich meer moeten begeven op nichemarkten, zoals de versmarkt. Een groeiend aantal consumenten wil namelijk verse vis eten in plaats van diepvriesvis. Een andere mogelijkheid is om schepen flexibeler in te richten, zodat ze ook op andere soorten zoals inktvis kunnen vissen.