Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Visserijbeleid   Vlootsanering   

Sanering van de vissersvloot

Sanering van de visserijvloot is een mogelijke oplossing voor visserijproblemen. Een kleinere vloot is beter afgestemd op de door de EU vastgestelde vangstquota. Er zijn twee vormen van sanering: de vrijwillige (eventueel aangemoedigd door saneringspremies) en de verplichte sanering. De Europese overheid vindt de Nederlandse vissersvloot veel te groot en dringt aan op een vergaande sanering. Alleen regelingen waarbij schepen worden gesloopt, voorkomen dat het overbevissingsprobleem naar het buitenland wordt verplaatst.

  • Nederland

    Nederland verrichtte een aanzienlijke inspanning om met behulp van premies vaartuigen uit de vaart te nemen. Tussen 1988 en 1998 saneerden de vissers in totaal al circa 200.000 pk aan capaciteit op vrijwillige basis. 161 kotters werden hierbij uit de vaart genomen. Eind 2007 volgde een tweede saneringsronde, nodig om de visserijdruk op platvis te verlagen. 22 grote boomkorkotters, ongeveer een kwart van de vloot, werden daarbij uit de vaart genomen. Dit betekende een daling van de vangstcapaciteit met nog eens 61.000 pk.

  • Geschiedenis van de sanering
    Aantal Nederlandse kotters en opvarenden, Ecomare
    Uit: gegevens LEI-DLO, CBS

    De Nederlandse vloot is door nieuwbouw sterk gemoderniseerd. Sanering is pas effectief wanneer tegelijkertijd een investeringsstop wordt afgekondigd. Omdat een totale nieuwbouwstop niet mogelijk en acceptabel is, is in 1985 gekozen voor een vergunningenregeling. Een visserijbedrijf mag alleen met een schip vissen als het een zogeheten pk-licentie heeft voor het motorvermogen van het schip, tenminste als ermee wordt gevist op soorten waarop een vangstquotum van toepassing is. Nieuwbouw is alleen mogelijk op grond van een bestaande vergunning of door aankoop van de vergunning van een ander. Nieuwe vergunningen zijn na 1985 niet meer uitgegeven. In 1985 zelf was sprake van een overgangssituatie. Een aantal vissers had al een nieuw vaartuig bij een werf besteld. Ook zij hebben een vergunning gekregen. Daardoor is de vlootcapaciteit minder afgenomen dan de saneringscijfers suggereren. De bestaande vloot beschikt in principe over meer capaciteit dan nodig is voor het opvissen van het quotum.

  • Subsidies voor sanering Noordzee- en IJsselmeervisserij

    In 2005 is 38 miljoen euro uitgetrokken om de zeevisserij te saneren, zodat uiteindelijk 15 tot 20% van de tweehonderd kotters uit de vaart kan worden genomen. In november 2005 hadden zo'n 45 vissers zich aangemeld voor de regeling en dat was minder dan het ministerie had gehoopt.
    Ook was er in 2005 7 miljoen euro beschikbaar om de IJsselmeervisserij te saneren, om de capaciteit uiteindelijk 50% te laten dalen. Het resultaat van de regeling was dat 13 van de ruim 60 bedrijven stopten en dat 16 bedrijven gedeeltelijk ophielden. Het waren vooral kleine verouderde bedrijven die van de regeling gebruik maakten.
    De saneringsronde van 2005 leverde uiteindelijk maar een reductie van 38% van de vangstcapaciteit op. Omdat sommige vissers de regeling toch niet helemaal hadden begrepen, is de regeling in 2006 nog een keer toegepast om zo wel tot de beoogde 50% reductie te komen.
    In 2007 hebben visserijorganisaties 95 miljoen euro voor de sanering van de platvissector gevraagd. Een nieuwe saneringsronde moet een golf van faillissementen in de kottersector voorkomen, die anders onafwendbaar is door de lagere quota en hoge brandstofprijzen.