Voor Nederland betekent het van kracht worden van de Kaderrichtlijn Water dat enkele wetten, zoals de Wet op de Waterhuishouding en de Wet Milieubeheer, moeten worden aangepast. Het opstellen van de beheersplannen voor de stroomgebieden kan worden samengevoegd met de reeds bestaande werkwijze rond de rijksnota's Waterhuishouding. Punt van aandacht daarbij is de afstemming met België en Duitsland.
In het kader van de Kaderrichtlijn Water moeten alle wateren een status toegewezen krijgen waarbij bepaalde normen voor de waterkwaliteit horen. Het ministerie heeft voor de Waddenzee de voorkeur voor de status 'natuurlijk water', maar het bedrijfsleven wil de status 'sterk veranderend water', die minder strenge eisen met zich meebrengt.
De Nederlandse getijden- en kustwateren vallen onder vier stroomgebieden. Het stroomgebied van de Schelde omvat de Wester- en Oosterschelde, de Grevelingen en de kustwateren voor de Zeeuwse eilanden. Het stroomgebied van de Maas omvat de monding van de Maas en de kustwateren voor de Zuidhollandse eilanden. Het stroomgebied van de Rijn is verreweg het grootst: de kustwateren vanaf Hoek van Holland tot en met Schiermonnikoog en de hele Nederlandse Waddenzee met uitzondering van het Eems-Dollard-estuarium. Dat laatste gebied valt onder het stroomgebied van de Eems.