Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Beleid   Kaderrichtlijn Water   

Kaderrichtlijn Water

In 2000 ging de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Deze richtlijn verplicht de lidstaten om het beheer van het grond- en oppervlaktewater zodanig aan te pakken dat in 2015 alle wateren voldoen aan strenge ecologische kwaliteitscriteria. Bovendien moet het gebruik van water tegen die tijd duurzaam zijn en moeten de watersystemen zo zijn ingericht dat de risico's van overstromingen en droogte minimaal zijn.Europese richtlijnen hebben geen kracht van wet. Wel zijn de lidstaten verplicht om de bepalingen uit de richtlijn over te nemen in de nationale wetgeving. De richtlijn geeft daar deadlines voor aan.

  • Stroomgebieden

    De Kaderrichtlijn gaat uit van stroomgebieden. Een stroomgebied is het gebied van alle kleine wateren die uitmonden in een rivier, de rivier zelf en het kustwater waar de rivier in uitmondt. Per stroomgebied moet voor 2009 een beheerplan worden opgesteld. Waar het gaat om grensoverschrijdende systemen moeten die plannen in internationaal verband worden opgesteld. Meestal zijn er vrij grote verschillen tussen de regels en planningsinstrumenten per land, zodat hier veel tijd in gaat zitten.
    De Kaderrichtlijn hanteert chemische en ecologische kwaliteitsnormen. Er is een lijst van 32 stoffen die moeten worden opgenomen in de meetprogramma's van de lidstaten. Het water- en milieubeleid moet gericht zijn op het minimaliseren van de uitstoot van deze stoffen. Een aantal van die stoffen (bijvoorbeeld organotinverbindingen) staan op de lijst als 'bijzonder gevaarlijke prioriteitsstoffen'.
    De ecologische kwaliteitsnormen zijn per type water vastgesteld. De richtlijn onderscheidt rivieren, meren, overgangswateren (tussen zoet en zout), kustwateren en wateren die afwijken van natuurlijke wateren (zoals kanalen en grachten). Per type water is een groep organismen aangewezen. De stand van zaken ten aanzien van die organismen geeft een indicatie van de ecologische kwaliteit van het systeem. Voor de getijden- en kustwateren bepaalt de richtlijn dat de conditie van het fytoplankton, de wierflora, de stand van zaadplanten (zeegras) en de bodemfauna maatgevend zijn. Van deze groepen moet worden vastgesteld hoe de toestand in ongestoorde vorm er uit zou zien in het desbetreffende systeem.
    Voor de kustwateren worden twee grenzen aangegeven. Binnen een grens van één zeemijl uit de kust gelden de ecologische criteria, en binnen een grens van tien zeemijl uit de kust de chemische.

  • Consequenties voor het Nederlandse waterbeheer
    Stroomgebieden in Nederland, Ecomare, Gerbrand Gaaff

    Voor Nederland betekent het van kracht worden van de Kaderrichtlijn Water dat enkele wetten, zoals de Wet op de Waterhuishouding en de Wet Milieubeheer, moeten worden aangepast. Het opstellen van de beheersplannen voor de stroomgebieden kan worden samengevoegd met de reeds bestaande werkwijze rond de rijksnota's Waterhuishouding. Punt van aandacht daarbij is de afstemming met België en Duitsland.
    In het kader van de Kaderrichtlijn Water moeten alle wateren een status toegewezen krijgen waarbij bepaalde normen voor de waterkwaliteit horen. Het ministerie heeft voor de Waddenzee de voorkeur voor de status 'natuurlijk water', maar het bedrijfsleven wil de status 'sterk veranderend water', die minder strenge eisen met zich meebrengt.
    De Nederlandse getijden- en kustwateren vallen onder vier stroomgebieden. Het stroomgebied van de Schelde omvat de Wester- en Oosterschelde, de Grevelingen en de kustwateren voor de Zeeuwse eilanden. Het stroomgebied van de Maas omvat de monding van de Maas en de kustwateren voor de Zuidhollandse eilanden. Het stroomgebied van de Rijn is verreweg het grootst: de kustwateren vanaf Hoek van Holland tot en met Schiermonnikoog en de hele Nederlandse Waddenzee met uitzondering van het Eems-Dollard-estuarium. Dat laatste gebied valt onder het stroomgebied van de Eems.