Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Water en land

Mens en Milieu

Ecologische processen   Vermesting   
Schuimalg, Ecomare

Eutrofiëring

Een ecosysteem is ingesteld op een bepaalde aanvoer en afvoer van bouwstoffen. Als de aanvoer van deze stoffen zo hoog wordt dat er duidelijk waarneembare veranderingen in het systeem optreden, is er sprake van eutrofiëring, ook wel vermesting genoemd. In het watermilieu neemt de hoeveelheid algen dan explosief toe. Waterplanten en wieren die op de bodem groeien verdwijnen omdat de algen het water troebel maken en het licht niet meer tot op de bodem doordringt. Als de algenmassa afsterft kan het water tijdelijk zuurstofloos worden. Veel dieren die in het water leven sterven dan.

  • Algenbloei
    Rode algenplaag, Marijke de Boer

    Fytoplankton kan in het zeewater in enorme hoeveelheden voorkomen. Het vermenigvuldigt zich snel. De kleinste soorten kunnen zich al in aantal verdubbelen binnen 1 uur, de grootste binnen 1 dag. Onder gunstige omstandigheden - veel zonlicht in combinatie met een groot aanbod aan voedingsstoffen - kan het aantal planktonplantjes in het water zodanig toenemen dat het water erdoor verkleurt. Die kleur kan groen, rood of bruinig zijn, afhankelijk van de algensoort. Een dergelijke groei-explosie noemt men algenbloei. In de relatief ondiepe Noordzee komen natuurlijke algenbloeien regelmatig voor. Dat komt doordat de gemiddelde temperatuur van het zeewater gunstig is en het Noordzeewater zeer veel voedingsstoffen bevat. Van de zeker vijfhonderd fytoplanktonsoorten die in de Noordzee voorkomen vertonen zo'n vijftig soorten van tijd tot tijd explosieve groeiverschijnselen.

  • De vermesting van het zeemilieu

    De verhoogde toevoer van meststoffen heeft geleid tot een toename van algen. Er zat rond 1985 drie tot vier keer zoveel fosfaat in het kustwater als in 1935 (gegevens onderzoek Dienst Getijdenwateren Rijkswaterstaat). Verder van de kust (zo'n 30 tot 70 kilometer) waren de concentraties van de meststoffen niet merkbaar gestegen ten opzichte van vroeger. Bij langdurige krachtige oostenwind worden verder van de kust wel verhoogde concentraties van nutriënten gemeten.
    Na 1988 is de concentratie fosfaat in het zeewater gestaag gaan dalen als gevolg van het saneren van de lozingen. Ook de stikstofconcentraties vertonen een dalende trend. Meetgegevens van het NIOZ over de ontwikkeling van Phaeocystis in het Marsdiep bij Texel laten dan ook sinds ongeveer 2000 een daling van de algenbiomassa tijdens de bloei zien. Het effect van het verbod op fosfaten is vooral zichtbaar door een kleinere hoeveelheid schuim op het strand, die door de afbraak van Phaeocystis ontstaat.
    Ook zeevonk (een alg die het vermogen tot fotosynthese heeft verloren en daarom bij wijze van spreken het midden houdt tussen een plant en een dier) kan onder bepaalde omstandigheden tot bloei komen. Vooral in de Duitse Bocht gebeurt het elke zomer wel een paar keer dat de hele zee roze ziet van de bloeiende zeevonk.
    Deze gevallen van algen- en wierbloei hebben als gevolg dat er zuurstofloosheid in het water en de zeebodem optreedt als de algen en wieren massaal afsterven. In de Duitse Bocht en het Kattegat leidt dit regelmatig tot de massale sterfte van bodemorganismen, waardoor voedselschaarste optreedt voor vele soorten vissen en zeevogels.
    Ook komen er als gevolg van eutrofiëring ongewenste algen voor, zoals de giftige pantseralg Dinophysis. Mensen die met deze algen besmette mosselen eten, kunnen last van darmklachten krijgen. Andere giftige algen kunnen vissterfte veroorzaken.
    Ondanks de afname van fosfaten blijven algenbloeien nog steeds voorkomen. Volgens onderzoeker Martin Scholten van IMARES zijn de echte boosdoeners giftige stoffen uit het huishouden en de land- en tuinbouw die schadelijk zijn voor de consumenten van algen, de roeipootkreeftjes in zout water en watervlooien in zoet water.

  • Gevolgen voor de visserij

    Sinds ongeveer 1985 is de visstand enorm gedaald. Van tijd tot tijd opperen enkele wetenschappers dat dat ligt aan de vermindering van fosfaatlozingen. Daardoor groeien er minder algen en is er dus minder voedsel voor de vis. De visserijsector stelde daarom voor een proef te doen om te kijken of het lozen van fosfaat in zee weer tot grotere vispopulaties leidt. IMARES, het instituut dat de visbestanden onderzoekt, twijfelt aan de effecten van zo'n proef. IMARES denkt dat niet zozeer de vissen profijt van zullen hebben van het bemesten van de zee, maar vooral andere algeneters, zoals mosselen. Daarnaast kan bemesting een toename van giftige plaagalgen veroorzaken.