Op een workshop op 17 september 1997 presenteerde het RIKZ een studie naar de mogelijkheden voor uitbreiding van het brakwater-areaal in Nederland. Dit naar aanleiding van het rapport 'Tussen Zilt en Zoet'. Alle aanwezigen waren het erover eens dat de uitbreiding van dat areaal gewenst is met het oog op de verrijking van de natuur in de Nederlandse kustgebieden. Het rapport wijst geen locaties aan waar de uitbreiding zou moeten plaatsvinden. Wel is er een discussie opgestart over de vraag of het areaal moet worden uitgebreid binnen de grenzen van het huidige waddengebied, of gezien moet worden als een uitbreiding van het waddengebied ten koste van huidig cultuurland. Deze discussie wordt vooral via de Interwad-site op Internet gevoerd.
Parallel hieraan loopt de discussie over de vraag of ook de harde zoet-zoutovergang tussen de Oosterschelde en het Krammer-Volkerak kan worden aangepakt. Door de aanleg van de Volkerak- (1969), Oester- en Philipsdammen (1987) kan er geen Maas- en Rijnwater meer in de Oosterschelde komen. Dit is indertijd gedaan om het gebied te beschermen voor het sterk vervuilde rivierwater. De Oosterschelde veranderde daarmee echter van een riviermonding (met een geleidelijke overgang van zoet, via brak naar zout water) naar een permanent zoute zeearm. Onderzoek en modelstudies van het RIKZ en het RIVO (uit 1998) tonen aan dat de natuurlijke kwaliteit en de productiviteit van de Oosterschelde aanzienlijk vooruit zouden gaan als er weer sprake zou zijn van een hernieuwde doorstroming van zoet water. Enkele typische zee-soorten zullen uit het brakke deel verdwijnen, maar voor het merendeel zal de bestaande fauna, inclusief schelpdierbestanden, behouden blijven. Men verwacht een herstel van de zeegrasvelden en, door de aanvoer van meer voedingsstoffen, een toename van de hoeveelheid schelpdieren en dierlijk plankton. Met name de functie als kinderkamer voor jonge vis zal worden versterkt.
Een probleem bij een eventueel verhoogde doorvoer van zoet water door de Oosterschelde is de kwaliteit van het Maas- en Rijnwater. Deze is nu zo nog steeds zo slecht dat het niet verantwoord lijkt om meer rivierwater uit het Volkerakmeer (via het Zoommeer) of het nog sterker vervuilde Hollands Diep in te laten. Bovendien bevat het Volkerakmeer hiervoor te weinig water.