Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Strand op Texel, foto fitis, sytske dijksen

Stranden

Als de oever van de zee uit zand of grind bestaat, spreekt men van een strand. Door de invloed van de zee verandert de begrenzing van het strand voortdurend. Per definitie is het strand de zone tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn. Het strand is van groot belang voor de kustverdediging, een breed en hoog strand beschermt de duinen beter dan een smal strand omdat de golven daar minder afgeremd worden. Daarom wordt eventueel weggespoeld zand tegenwoordig door middel van zandsuppletie weer aangevuld. Verder zijn de Nederlandse stranden van groot belang als natuurgebied en recreatiegebied.

  • Vooroever
    Profiel van de zandige kust, met vooroever, Ecomare

    Voor de kust ligt de vooroever, meestal in de vorm van één of meer zandbanken. Het strand begint op de (gemiddelde) laagwaterlijn en eindigt aan de voet van de duinen.

  • Vloedmerk
    vloedmerk, foto fitis, sytske dijksen

    Als het water aan het eind van de vloed op z'n hoogst is, blijft die waterstand enige tijd hetzelfde. Alles wat in de branding heen en weer rolt heeft dan de tijd om aan te spoelen. Is er veel aanspoelsel, dan ontstaat er een duidelijke streep van rommel, wieren en schelpen langs het hele strand, de hoogwaterlijn of vloedmerk. Soms zijn er meer vloedmerken te vinden: de wind stuwt het water niet elke vloed even ver het strand op en dus komen de aanspoelsels niet altijd even ver.

  • Getijdenzone
    getijdenzone, foto fitis, sytske dijksen

    De getijdenzone is de strook die ligt tussen de lijn tot waar de normale vloed komt en de lijn van het allerlaagste laagwater. Samen met de wadden en de slikken is het strand tussen de vloedlijn en de laagwaterlijn een bijzonder stukje kust dat land noch zee is. De dieren die hier leven hebben zich aangepast aan dit uitermate dynamische milieu: krabben, schelpdieren en garnalen graven zich in de zeebodem, zeepokken en mosselen sluiten zichzelf op. Jonge visjes zwemmen gewoon voor de laagwaterlijn uit, maar zwemmen met de vloed het strand weer op.

  • Aanspoelsels
    aangespoelde zeedieren, foto fitis, sytske dijksen
    aangespoelde zeedieren, foto fitis, sytske dijksen

    Op het strand zijn allerlei interessante aangespoelde voorwerpen te vinden. Zo vind je vaak eierkapsels van de wulk, dat zijn bollen zo groot als een tennisbal met eieren als kleine gele blaasjes. Ook eieren van de hondshaai en de stekelrog kunnen aangetroffen worden op het strand. In de zomer spoelen vaak kwallen aan die dat meestal niet overleven. Rugschilden van inktvissen spoelen veel in de herfst aan. Gedurende het hele jaar kun je schelpen vinden op het strand. Kokkels, mosselen, zwaardschedes en mesheften vind je naast verlaten huisjes van wulken, platte strandgapers, boormosselen en gewone strandschelpen. Tussen al deze materialen zit altijd wel iets eetbaars. Vooral meeuwen en strandlopers scharrelen op het strand hun kostje bij elkaar.Er spoelt van alles en nog wat op het strand aan. Ook laten recreanten afval en verloren voorwerpen achter. Het aanspoelsel zijn restanten van planten en dieren, en dingen die gedumpt zijn vanaf schepen, of lading die van dek is gespoeld. De meeste mensen vinden toevallig iets op het strand maar anderen zoeken bewust naar vondsten: de jutters. Na een storm is er heel wat bruikbaars op het strand te vinden, maar het meest tot de verbeelding spreken toch wel scheepsladingen hout, hele kratten whisky of rookwaren. 'Helaas' veraangenaamt het moderne containervervoer het leven van de jutter niet! Minder leuk, of zelfs gevaarlijk, zijn medicijnen, verfresten en andere giftige stoffen die aanspoelen nadat ze overboord gezet zijn.

  • Strandflora
    kiemplantje van zeeraket, foto fitis, sytske dijksen

    Op het strand groeien bijna nergens planten. Als leefgebied is het veel te onrustig. Zelfs de taaiste eenjarigen zoals zeepostelein, loogkruid en zeeraket kunnen zich maar tijdelijk, en dan alleen op het hoge strand, handhaven. Biestarwegras is de enige vaste plant die je op het hoge strand kunt vinden. Al deze planten hebben wat (zoet) regenwater nodig om te ontkiemen en groeien het best in het vloedmerk waar rottend aanspoelsel voor een beetje bodembemesting zorgt. Meestal spoelen deze planten tijdens een storm weer weg. Om langer te overleven hebben deze pioniers bredere stranden nodig.

  • Strandfauna
    strandvlo, foto fitis, sytske dijksen

    Het zandstrand is voor dieren een slechte plek om te overleven. Ze moeten tegen zout water kunnen, op weinig voedsel kunnen leven, en bestand zijn tegen grote temperatuur-schommelingen. Slechts enkele soorten, zoals strandvlooien, vlokreeftjes, de agaatpissebed en de gemshoornworm, zijn in staat om altijd weerstand te bieden aan de barre omstandigheden. Op het hogere strand leven een aantal gespecialiseerde insecten: strandvliegen en enkele kevertjes (aaskevers en zwartlijfkevers). Veel vogels die landinwaarts leven, komen voedsel zoeken in de vloedlijn.
    Het strandzand lijkt overal hetzelfde, maar er zijn aanmerkelijke verschillen in korrelgrootte: van zeer fijn tot grof zand. In de natuurlijke situatie komt het fijnere zand hoger op het strand te liggen dan het groffere zand, omdat het langer blijft zweven in het zeewater. Het fijnste zand wordt bovendien door de wind nog hoger het strand op geblazen. Er is dus een geleidelijke overgang van grof zand aan de vloedlijn naar fijner zand tegen de duinrand. De dieren die tussen de zandkorrels leven hebben allemaal een speciale voorkeur voor een bepaalde korrelgrootte.
    Bij een zandsuppletie worden fijn zand en grof zand in gemengde vorm op het strand gebracht. Daardoor is er in deze onnatuurlijke situatie minder verscheidenheid in strandfauna.

  • Strandvervuiling
    onschadelijk maken van een granaat op het strand, foto fitis, sytske dijksen

    Op het strand ligt niet alleen afval dat kort geleden weggegooid is. Er kan ook afval liggen dat al tientallen jaren oud is, zoals explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog zijn grote hoeveelheden mijnen en explosieven onschadelijk gemaakt, maar een deel is blijven liggen. In de zomer van 2000 werd bijvoorbeeld op het strand van Zandvoort munitie gevonden die na vijftig jaar weer boven kwam. Maar het oudste menselijke 'afval' dat een enkele keer op het strand aanspoelt, is gereedschap van vuursteen uit de prehistorie!

Drijfzaden

Prachtig gekleurde zaden waren er aangespoeld op het Amelander strand. Ik verzamelde ze allemaal. Het waren er zoveel, dat ik er een ketting van reeg: met een speld kon je er gemakkelijk gaatjes in prikken. Tot ik ontdekte dat ik allemaal zweertjes op mijn vingertoppen kreeg: het was wonderbomenzaad, zwaar giftig. Ik had mezelf er tientallen malen mee geprikt!
Je moet dus wel oppassen met wat je van het strand opraapt!

Sytske Dijksen, expositie