Behalve water worden door de rivieren ook slib, voedingsstoffen en verontreinigingen geloosd op de Noordzee en Waddenzee. De aanvoer van zoet water via de rivieren schommelt per seizoen en per jaar. Deze schommeling beïnvloedt het zoutgehalte van de Noordzee. De slibaanvoer via de rivieren is wat hoeveelheid betreft veel minder dan wat via de Atlantische Oceaan wordt aangevoerd. Echter het rivierslib evenals het water zelf is vaak flink verontreinigd met allerlei vervuilingen zoals zware metalen. Veel verontreinigingen bezinken in de monding van de rivier omdat de stroming afneemt en/of als gevolg van chemische reacties met in het zeewater aanwezige stoffen. Langzaam maar zeker komen deze verontreinigingen vanuit de monding en de kuststrook toch in de Noordzee terecht via de bijna altijd aanwezige onderstroom. Dit proces wordt plaatselijk versneld door het uitbaggeren van de waterlopen, waarna men de bagger stort op depots in zee.
Aanvoer vervuilende stoffen via de Rijn naar de Noordzee (in ton per jaar) |
| stof | aanvoer 1980 | aanvoer 2000 (% van 1980) | reductie |
| cadmium | 18 | 5,5 (31%) | 69% |
| koper | 500 | 240 (48%) | 52% |
| lood | 320 | 150 (47%) | 53% |
| zink | 2000 | 810 (41%) | 59% |
| PCB's | 0,22 | 0,08 (36%) | 64% |
| PAK's | 2,1 | 2 (95%) | 5% |
| bron: directie Noordzee 2003 |
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de aanpak van de cadmium- en PCB-vervuiling het grootste succes heeft gehad. Koper en PAK's blijven moeilijke stoffen en de overige zware metalen nemen een gemiddelde positie in.