Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Vlaams-Zeeuwse banken, Ecomare, Thomas Dogger

Zandbanken

De bodem van de Noordzee is niet zo vlak als men zou vermoeden. Onder het wateroppervlak liggen heuvels van zand of grind: de zandbanken. Voor de Belgische en Engelse kust liggen ze zelfs zo dicht bij elkaar dat ze ware landschappen vormen. Ze verschillen in hoogte, breedte en lengte, maar liggen allemaal evenwijdig met de kustlijn. Deze banken zijn heel belangrijk voor bodemdieren en zeevogels. Het zijn ook kraamkamers voor vissen.

  • Netwerk

    Vanaf de Franse kust tot voorbij de Scheldemonding strekt zich een netwerk van zandbanken uit. Naargelang hun ligging krijgen ze een groepsnaam. De Hinderbanken, helemaal achteraan in het Belgische deel van de Noordzee, de Zeelandbanken op de Nederlands-Belgische grens, de Kustbanken en de Vlaamse banken. Heel wat banken hebben ook een eigen naam. De Fairy bank,  welgekend van de ramp met de Tricolor, werd zo genoemd naar het schip HMS Fairy. Dat schip werd gebruikt tijdens een uitgebreide hydrografisch onderzoek in 1836 dat gedetailleerde kaarten van het Zuidelijke Noordzeegebied opleverde.

  • Vlakte van de Raan
    Vlakte van de Raan, Ecomare, Thomas Dogger

    Als een wigvormige zandbank strekt de Vlakte van de Raan zich uit over een belangrijk deel van de Scheldemonding tussen Zeebrugge en Walcheren. De diepte varieert van + 0.1m (die droog vallen bij laagtij) tot 8 m onder de gemiddelde laagwaterstand bij springtij. De Vlakte van de Raan vormt de overgang tussen het Schelde-estuarium en de volle zee. Dit vrij uitgestrekt driehoekig gebied wordt begrensd door een aantal geulen: aan de oostzijde de vaargeul van Oostgat, Sardijngeul en Galgeput, aan de noordzijde de Westpit en Steendiep en ten zuiden Wielingen en Scheur. De driehoekige vorm heeft het gebied te danken aan zijn ligging in het deltavormige mondingsgebied. De ebstoom voert veel zand aan. De Vloedstroom botst daar tegenaan zodat het water tot rust komt en het zand zeewaarts van de riviermonding bezinkt. Net als andere delen in het Schelde estuarium is de Vlakte van de Raan een Natura 2000 gebied. De aanwezigheid van bruinvissen, gewone en grijze zeehond, elft, fint en zeeprik zorgen ervoor dat het gebied ook opgenomen is als Europees Habitatrichtlijngebied.

  • Raan = kluut?

    Het woord raan is volgens het Van Daele woordenboek een volksnaam voor de kluut, een zwart-wit gekleurde steltloper met lange, opgewipte snavel. Van Daele steunt hierbij op het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), waaruit blijkt dat deze berust op slechts één vindplaats van het woord, nl. in het boek over dieren van de Hollandse bioloog L. Burgersdijk (°1828, Alphen aan de Rijn). Raan is verder in geen enkel regionaal of dialectwoordenboek terug te vinden als volksnaam vor de kluut. Toch valt de mogelijkheid dat de kluut het motief voor de naamgeving heeft geleverd, niet geheel uit te sluiten. In de eerste plaats is de Vlakte van de Raan inderdaad een rust- en foerageerplaats voor heel wat vogels, zowel tijdens de trekperiode als in de zomer- en winterperiode. In de tweede plaats is de kluut bij ons een inheemse (trek)vogel, die na zijn overwintering in zuiderse oorden in kolonies komt broeden aan onze kusten. Daarbij verkiest de kluut weinig begroeide zandige terreinen, met voldoende ondiep, rustig water in de buurt. Zijn voedsel, bestaande uit insecten en kleine kreeftjes, vangt hij in dit ondiep water, waarbij zijn snavel zich maaiend door de modder beweegt. Het valt dus niet uit te sluiten dat kluten uit noordelijker gebieden op de Vlakte van de Raan een rustpunt inbouwden op hun weg naar het zuiden, en evenmin dat de vogels tijdens het broedseizoen hun voedsel kwamen zoeken in die ondiepe wateren.