Je zou verwachten dat, wanneer na een paar jaar het visbestand weer gegroeid is, de watervlooien weer bedreigd worden door jonge vis en het water opnieuw z'n helderheid verliest. Maar dat is niet zo, het blijkt dat het schone water tot in de lengte van dagen schoon blijft, zolang het water niet meer dan een kritische hoeveelheid voedingsstoffen bevat. Het geheim zit in de waterplanten. De waterplanten op de bodem krijgen, als het water eenmaal helder is, weer volop de kans om te groeien. Deze waterplanten, zoals waterlelie, krabbescheer en gedoornd hoornblad houden de bodem vast en zorgen ervoor dat de wind minder sterke golven kan veroorzaken. Hierdoor wervelt minder slib op. Via hun stengels en bladeren halen deze planten bovendien de voedingsstoffen voor het fytoplankton weg. Tussen de planten kunnen watervlooien zich beter verstoppen voor de vissen. Ze komen alleen 's nachts tevoorschijn en filteren dan het water. De waterplanten zorgen dus voor een positieve terugkoppeling: het heldere water wordt door de aanwezigheid van de waterplanten steeds helderder.