De SO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de zwavel in de scheepsbrandstof (bunkerolie). De zwavelgehaltes in de bunkerolie wisselen aanzienlijk. Het wereldwijde gemiddelde ligt op circa 3,5%, en in de olie die rond de Noordzee wordt ingenomen is het zwavelgehalte gemiddeld 2,5%. Zwavelarme bunkerolie is duurder dan zwavelhoudende. Vanaf augustus 2007 mag brandstof van schepen op de Noordzee maximaal 1,5% zwavel bevatten.
Wat betreft de productietechniek kan gasolie, in elk geval voor de binnenvaart, redelijk snel zwavelvrij worden. Naast ontzwavelen kan dit worden bereikt door minder aardolie en meer biobrandstof en olie uit steenkool en aardgas aan de gasolie toe te voegen. Schepen laten varen op andere brandstoffen dan gasolie zal in de nabije toekomst nog niet mogelijk zijn.
In Annex VI van het Marpol-verdrag worden onder meer normen gesteld voor de maximale zwavelgehalte van scheepsbrandstof. Wereldwijd is dat voor SOx 4,5%, maar in 'Sulphur Emission Control Areas' (gebieden waar de noodzaak om de zwaveluitstoot terug te dringen extra hoog is) mag het schip alleen maar varen op bunkerolie met hooguit 1,5% zwavel, of met een uitlaat die is voorzien van een ontzwavelingsinstallatie. Annex VI is in 2005 van kracht geworden en in datzelfde jaar hebben de Noordzee en de Oostzee de status van 'Sulphur Emission Control Area' gekregen.