Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Verontreiniging   Zwavel   

Zwavel

Zwavelverbindingen spelen in het milieu vooral een rol in de vorm van de verzurende zwaveloxiden (SO2). Deze ontstaan bij de verbranding van zwavelhoudende olie en kolen, bijvoorbeeld in energiecentrales en scheepsmotoren. Ook aardgas kan zwavelhoudend zijn. Dit zwavel wordt er echter voor de verbranding uit gehaald. Om de verzuring van het milieu tegen te gaan zijn de moderne verbrandingsinstallaties op het land meestal uitgerust met ontzwavelingsapparatuur. Voor de scheepvaart ligt de oplossing in het gebruik van zwavelarme brandstof.

  • Zure regen

    SO2 is een van de stoffen die een rol spelen in de verzuringsproblematiek. Vele plantensoorten krijgen problemen als ze worden blootgesteld aan te veel verzurende stoffen. Vooral korstmossen zijn bijzonder gevoelig voor verzuring.
    Rond 1985 was het groot alarm rond de zure regen. Als gevolg daarvan werd de uitstoot van zwavel door de industrie en het wegverkeer voortvarend aangepakt. De uitstoot door de zeescheepvaart is daarbij achtergebleven, zodat nu het aandeel van de scheepvaart in de SO2-uitstoot relatief veel groter is geworden.

  • Zwavelvrij

    De SO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de zwavel in de scheepsbrandstof (bunkerolie). De zwavelgehaltes in de bunkerolie wisselen aanzienlijk. Het wereldwijde gemiddelde ligt op circa 3,5%, en in de olie die rond de Noordzee wordt ingenomen is het zwavelgehalte gemiddeld 2,5%. Zwavelarme bunkerolie is duurder dan zwavelhoudende. Vanaf augustus 2007 mag brandstof van schepen op de Noordzee maximaal 1,5% zwavel bevatten.
    Wat betreft de productietechniek kan gasolie, in elk geval voor de binnenvaart, redelijk snel zwavelvrij worden. Naast ontzwavelen kan dit worden bereikt door minder aardolie en meer biobrandstof en olie uit steenkool en aardgas aan de gasolie toe te voegen. Schepen laten varen op andere brandstoffen dan gasolie zal in de nabije toekomst nog niet mogelijk zijn.
    In Annex VI van het Marpol-verdrag worden onder meer normen gesteld voor de maximale zwavelgehalte van scheepsbrandstof. Wereldwijd is dat voor SOx 4,5%, maar in 'Sulphur Emission Control Areas' (gebieden waar de noodzaak om de zwaveluitstoot terug te dringen extra hoog is) mag het schip alleen maar varen op bunkerolie met hooguit 1,5% zwavel, of met een uitlaat die is voorzien van een ontzwavelingsinstallatie. Annex VI is in 2005 van kracht geworden en in datzelfde jaar hebben de Noordzee en de Oostzee de status van 'Sulphur Emission Control Area' gekregen.