Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Steenloper, Jeroen Reneerkens

Strandfauna

Het zandstrand is een slechte plek voor dieren om te leven. Alleen enkele soorten ongewervelden, zoals strandvlooien, vlokreeftjes, en de gemshoornworm, zijn in staat om weerstand te bieden aan de barre omstandigheden. Op het hoger gelegen strand leven een aantal gespecialiseerde insecten: strandvliegen en enkele kevers zoals aaskevers en zwartlijfkevers. Het echt rijke dierenleven begint vlak naast het strand: in het kustwater. De schelpen op het strand zijn daar de getuigen van.

  • Strekdammen

    Op dijken en strekdammen wemelt het vaak van de zeepokken, mosselbanken, zeesterren, pissebedden, slakken, krabbetjes en zee-anemonen. In het kustwater leven schelpdieren, slakken, vissen en allerlei andere zeedieren.
    De voedselrijkdom van de strekdammen en het kustwater is de reden waarom er ook altijd vogels op het strand te zien zijn. In de zomer zijn dat voornamelijk meeuwen en sterns, maar soms ook bontbekplevieren of strandplevieren . In de winter zijn de zomergasten vertrokken maar melden zich vele andere soorten zoals drieteenstrandlopers.

  • Dieren tussen de zandkorrels
    Microscoopopname meiofauna tussen strandzandkorrels, Suzanne Holtman

    Het is een wereld op zich die niet op het eerste gezicht zichtbaar is. In de met water gevulde gaatjes tussen de zandkorrels leeft de zandholtenfauna (meiofauna). Deze diertjes zijn allemaal kleiner dan 2 millimeter. Ze behoren tot verschillende diergroepen. Ze grazen bacteriën en algen van de zandkorrels of eten organische resten of andere zandholtenbewoners . Deze diertjes hebben een aantal gemeenschappelijke kernmerken: een slank lenig lichaam waarmee zij gemakkelijk kunnen klauteren en slingeren tussen de zandkorrels, en kleine hechtorganen zodat zij zich aan zandkorrels kunnen vasthouden. In de getijdenzone kunnen een miljoen beestjes per vierkante meter leven, maar toch wegen zij samen nog geen 2 gram.

  • Strandzoogdieren

    Zoogdieren zie je zelden op het strand (behalve mensen en honden natuurlijk!). Zeehonden jagen vaak in de kustwateren, maar kiezen om aan land te gaan liever voor rustige wadplaten of slikken. Bruinvissen en witsnuitdolfijnen spoelen nog wel eens levend op het strand aan. Het zijn altijd zieke dieren of dieren die de weg kwijt zijn, want gezonde inheemse walvisachtigen vermijden het ondiepe kustwater.
    In zo'n geval: het dier rustig benaderen, het dier nat houden met zeewater, en zo snel mogelijk contact opnemen met het Dolfinarium in Harderwijk! Men is daar gespecialiseerd in de opvang van zieke walvisachtigen.
    Dood aangespoelde zeehonden, bruinvissen en dolfijnen kunnen vaak nog van nut zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Meldt deze vondsten altijd zo snel mogelijk aan de plaatselijke politie of gemeente. Als het om een bruinvis of een dolfijn gaat is de afspraak dat ook het nationaal natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden op de hoogte gesteld moet worden.