Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Grijze zeehond, Robert Oortgijsen

Zeezoogdieren

Zeezoogdieren zijn populair. Weinig dieren krijgen zoveel publiciteit als de zeehond, of er moeten potvissen stranden. En dat komt niet alleen door zijn mooie ogen. Het dier is ook een graadmeter van de toestand van z'n leefmilieu. In de Noordzee leven niet alleen zeehonden: ook de bruinvis en een paar soorten dolfijnen zwemmen er rond. Een enkele keer bezoekt zelfs een grote walvis de Noordzee. In het verleden werden zeezoogdieren zwaar bejaagd.

  • Terug naar zee
    Zwembewegingen, gewone zeehond, Tekening uit een Deense lesbrief

    Zeehonden en walvissen zijn zoogdieren. Ze zijn warmbloedig, ademen lucht met behulp van longen en brengen levende jongen ter wereld. De voorouders van alle zeezoogdieren waren op het land levende zoogdieren. In de loop van miljoenen jaren zijn ze steeds meer in het water gaan leven, en ze hebben zich op allerlei manieren aan het leven in het water aangepast. Walvissen en dolfijnen kunnen nu niet meer buiten het water leven. Ze hebben de opwaartse kracht van het water nodig om hun lichaam te ondersteunen, en brengen hun jongen onder water ter wereld. Zeehonden gaan het land op voor de geboorte van hun jongen en om ze te zogen.

    Net als vissen hebben zeezoogdieren een gestroomlijnd lichaam om goed te kunnen zwemmen. De kop is rond en de oorschelpen zijn verdwenen. De voorpoten zijn vervormd tot peddels. De achterpoten zijn bij zeehonden ook tot flippers omgevormd. Bij dolfijnen en walvissen zijn achterpoten afwezig. De staartvin van walvissen is geen uitloper van het staartbeen, maar een apart gevormd onderdeel.
    Zeezoogdieren blijven in het koude water warm door hun speklaag. Die kan in tijden van voedselschaarste als reserve-energiebron worden aangesproken. Op plaatsen waar geen speklaag zit, bijvoorbeeld bij de flippers, doen zeehonden op een bijzondere manier aan warmtebesparing: de aderen die het bloed naar de flippers voeren, zijn nauw verstrengeld met de aderen die het bloed vanuit de flippers terug naar het lichaam voeren. Het bloed dat de flippers instroomt staat zijn warmte grotendeels af aan het bloed dat vanuit de flippers komt. Zo wordt het warmteverlies beperkt. De flippers worden ook gebruikt om in de zomer warmte af te voeren.
    Om uitdroging en beschadiging van de huid boven water te voorkomen zijn zeehonden behaard. Dolfijnen en walvissen hebben geen haren: zij blijven altijd in het water.
    De ogen van zeezoogdieren zijn zwak ontwikkeld. Om onder water hun weg te kunnen vinden maken walvissen gebruik van geluidsgolven. Zij zijn dan ook bijzonder gevoelig voor geluidhinder onder de waterspiegel. Zeehonden hebben lange, gevoelige snorharen.
    Wetenschappers hebben ontdekt dat zeezoogdieren niet actief zwemmen om te duiken naar een grotere diepte. Uit beelden van videocamera's die vastgemaakt waren op de rug van verschillende soorten zeehonden, walvissen en dolfijnen bleek dat de dieren alleen aan het begin van de duik naar beneden zwemmen. Daarna vertrouwen ze op de zwaartekracht en glijden langzaam richting de bodem. Omdat ze op deze manier minder energie verbruiken kunnen ze langer onder water blijven.

  • Aan het eind van de voedselketen
    Ingewikkeld voedselweb in de Waddenzee, Ecomare

    Zeezoogdieren staan aan de top van de voedselketen in zee. Aan de basis van die voedselketen staan microscopisch kleine plantjes, het fytoplankton. Deze groeien met behulp van zonlicht en meststoffen. Dit wordt gegeten door planktondiertjes, die met het fytoplankton in het zeewater rondzweven. Dit plankton wordt gegeten door bodemdieren en kleine vissen. Deze dieren zijn op hun beurt weer het voedsel van grotere vissen. Die grote vissen staan tenslotte op het menu van de zeevogels en zeezoogdieren. Met deze dieren eindigt de voedselketen in zee.
    De voedselketen in zee zit in werkelijkheid complexer in elkaar dan hierboven is beschreven. Zo eten baleinwalvissen naast vis ook plankton.

  • Collega-vissers
    Fuiken van een wadvisser., Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    Zeezoogdieren zijn niet de enige vissers. Beroepsvissers halen jaarlijks bijna drie miljoen ton vis uit de Noordzee, dat is een kwart van alle daar aanwezige vis. Soms leidt deze zeer intensieve visserij tot voedseltekorten voor zeezoogdieren. Zo zijn er aanwijzingen dat de overbevissing van de haring in de jaren zestig effect heeft gehad op het voorkomen van bruinvissen en tuimelaars in de Noordzee.
    Beroepsvissers zijn nooit erg gelukkig geweest met zeezoogdieren. Zij beschouwen zeehonden en bruinvissen als concurrenten. Bij Noorwegen en Schotland is de hoeveelheid vis die de zeezoogdieren consumeren ongeveer 5% van de hoeveelheid die door de mens wordt gevangen. In de zuidelijke Noordzee is dat minder.
    Een zeehond eet jaarlijks 950-1200 kilogram vette vis. Als een zeehond alleen platvis eet, is dit anderhalf keer zo veel. De 4500 'Nederlandse' zeehonden, het aantal in 2002, eten dus tussen de 4200 en 5400 ton vis (of 6400 tot 8000 ton als ze alleen platvis eten). De gehele zeehondenpopulatie in de Waddenzee (rond de 21.000 dieren in Nederland, Duitsland en Denemarken) eet 20.000 - 25.000 ton vis per jaar (of rond de 35.000 ton als ze alleen platvis eten). Dit is nog geen 1% van de hierboven genoemde 3 miljoen ton.

  • Dodelijke netten
    Schietfuik met verdronken zeehond (Griend), Ter beschikking gesteld door Jan van Dijk

    Regelmatig komen zeezoogdieren in vissersnetten terecht, waarna ze meestal verdrinken. Fuiken maken slachtoffers: jaarlijks verdrinken in het Nederlandse kustgebied zo'n 15 zeehonden in visfuiken.
    Ook drijvende en staande netten maken veel slachtoffers. Als kilometers lange gordijnen hangen of staan deze netten in het water. Zeezoogdieren komen op de vis af, zwemmen het net in en raken erin verward. In 1987 kwamen in Noorwegen 60.000 zadelrobben om in staande netten. Deze dieren trokken uit de leeggeviste Barentsz Zee naar zuidelijker streken. Op zoek naar rijkere visgronden raakten ze massaal verstrikt. In de Noordzee verdrinken ieder jaar 5000 tot 8000 bruinvissen in netten. Incidenteel worden op de stranden dode of stervende bruinvissen gevonden met in hun huid de afdruk van netten.

  • Spooknetten
    A seal ensnared in a ghost net, Ecomare

    Per ongeluk, bij het overvaren van elkaars netten bijvoorbeeld, verliezen vissers wel eens een stuk net. Deze nylon netten vergaan nauwelijks en drijven nog jaren op zee rond. Zeezoogdieren komen in deze 'spooknetten' terecht en verdrinken. Voor het project 'Vuilvissen' worden dit zwerfafval weer aan land gebracht. In zeehondencrèche Pieterburen is een berg van 700 ton afgedankt netwerk, door vissers binnengebracht, verwerkt tot een 'aanklacht tegen de nonchalance waarmee de mens omgaat met de natuur'.

  • Onderzoek

    Wetenschappers onderzoeken al jaren de gevolgen van milieuvervuiling voor zeezoogdieren. Zo kon men aantonen dat zeehonden die met PCB's vervuilde vis uit de Waddenzee eten, zich slechter voortplanten dan soortgenoten die gevoed werden met vis uit de Atlantische Oceaan. Ook heeft men aangetoond dat er een verband is tussen milieuvervuiling en de weerstand van zeehonden tegen ziekten. Dergelijk onderzoek is belangrijk om de overheid tot goede milieumaatregelen aan te zetten. Ook bruinvissen en dolfijnen worden in de Noordzee geteld. Men schat dat er zo'n 300.000 bruinvissen en ruim 10.000 witsnuitdolfijnen in de Noordzee leven. Gestrande dieren worden altijd onderzocht op giftige stoffen.