Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Slijkgarnaal

afmetingen:

maximaal 1 centimeter

kleur:

doorzichtig met grijze tinten

voedsel:

kiezelwieren en bacteriën op de slikdeeltjes

vijanden:

bergeenden, jonge eidereenden, steltlopers, vissen

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Slijkgarnaal (Langspriet)
  • Lat: Corophium volutator (C. arenarium)
  • Eng: Corophium (amphipod)
  • Dui: Schlickkrebs
  • Dan: Slikkrebs
Slijkgarnaal, Wim de Bruin

Slijkgarnaal

Als het heel stil is op het wad kun je de slijkgarnalen horen wroeten in de modder. Ze maken een wonderlijk droog, knisperend geluid. Slijkgarnalen zijn veel voorkomende bewoners van wad en slik. In de zomer leven soms wel 10.000 slijkgarnalen in één vierkante meter wadbodem. Ze graven tunnels, waarvandaan ze voedsel verzamelen met hun lange tentakels. Per dag kunnen ze wel 4000 kiezelwieren opeten. Deze hoeveelheid moet natuurlijk wel ergens blijven en daarom poept de slijkgarnaal tot wel 1000 keer per dag.

  • Verspreiding en habitat

    De slijkgarnaal komt algemeen voor op de hoger gelegen wadplaten in de Waddenzee en deltawateren. Ze leven in een u-vormige tunnel in het slik. Een slijkgarnaal graaft niet zomaar ergens zijn tunnel. De korrelgrootte van de modder is erg belangrijk voor de stevigheid van de tunnel en er moet ook voldoende voedsel op de korrels zitten. Daarnaast zijn slijkgarnalen groepsdieren: hoe meer buren, hoe beter. De slijkgarnaal verhuist soms om de dag, dus je kunt ze ook kruipend over de wadbodem vinden.
    De slijkgarnaal is kieskeurig als het gaat om zijn tunnel, maar verder kan hij een hoop hebben. Hij kan goed leven in brak water en in water dat zouter is dan de zee. Daarnaast is de slijkgarnaal geen koukleum. In hele koude winters kan de slijkgarnaal bevriezen, maar als hij weer ontdooit leeft hij gewoon verder.

  • Invloed op het wad

    De slijkgarnaal is een belangrijke soort op het wad. Veel vogels, zoals bergeenden en kluten, zijn gek op dit kreeftje, maar ook jonge vissen lusten wel een slijkgarnaal.
    Andere dieren zijn minder blij met slijkgarnalen. Door hun gegraaf en gehark in de bodem komen de modderdeeltjes los van elkaar. Die spoelen daardoor sneller weg en komen in het water terecht. Hierdoor wordt het water troebeler en krijgen dieren die het water filteren, zoals de mossel en de kokkel, meer modder binnen. Planten kunnen zich niet vestigen op het wad als de bodem door slijkgarnalen losgewoeld is. Zo blijven de uitgestrekte wadplaten bestaan, zonder planten maar met veel bodemdieren.

Vervellende strandkrab