Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Glanzende tepelhoorn

afmetingen:

tot 15 millimeter groot

kleur:

geelbruin met donkere vlekjes, op het strand vaak verkleurd donkerblauw-zwartgrijs

voedsel:

andere weekdieren, zoals slakken en tweekleppigen

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Glanzende tepelhoren
  • Lat: Lunatia alderi (Euspira poliana, E. nitida, Natica poliana, N. alderi, L. intermedia, L. poliana)
  • Eng: Alder's necklace shell
  • Dui: Glänzende Mondschnecke (Glänzende Nabelschnecke)
  • Dan: Lille boresnegl
Tepelhoren, Ecomare, Sytske Dijksen

Glanzende tepelhoren

De glanzende tepelhoren is een roofslakje, dat ingegraven in de zeebodem leeft. Eenmaal aangespoeld lijkt de glanzende tepelhoren heel erg op de gewone tepelhoren, maar hij is veel kleiner. Levende glanzende tepelhorens spoelen zelden aan. De lege schelpen spoelen soms wel bij duizenden aan, vaak tussen Den Helder en Hoek van Holland. Vroeger waren glanzende tepelhorens een zeldzame strandvondst. Nu zijn ze dankzij zandsuppleties steeds vaker op het strand te vinden.

  • Verspreiding en habitat

    De soort komt algemeen voor op de bodem van de Noordzee, met grote dichtheden op enkele plaatsen langs de kust en bij het Friese Front. Hij heeft geen voorkeur voor een bepaalde bodemsoort: zand, slik of grind is allemaal goed.