Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Nonnetje

afmetingen:

tot 4 centimeter

kleur:

geel, rose of wit

leeftijd

12 tot 16 jaar

voedsel:

fytoplankton

vijanden:

krabben, platvis, wadvogels

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Nonnetje
  • Lat: Macoma balthica
  • Eng: Baltic tellin
  • Dui: Nordische Tellmuschel (Baltische Tellmuschel, Baltische Plattmuschel)
  • Dan: Østersømusling
nonnetjes, foto fitis, sytske dijksen

Nonnetje

Het nonnetje leeft ingegraven in de slikkige of zandige zeebodem van het wad, waarbij alleen de zuigbuisjes boven de bodem uitkomen. De zuigbuisjes worden er echter regelmatig afgehapt door platvissen. Nonnetjes graven zich steeds dieper in naarmate ze ouder worden. Schelpen van nonnetjes worden overal op het strand gevonden. Ze zijn vaak heel kleurrijk.

  • Verspreiding en habitat
    , foto fitis, sytske dijksen

    Nonnetjes komen voor langs de kusten van de Noordelijke IJszee en aan beide zijden van de Atlantische Oceaan tot op een diepte van 190 meter. Het nonnetje komt dus ook algemeen voor in de Noordzee, Waddenzee en deltagebieden. Het nonnetje leeft ingegraven in de slikkige of zandige zeebodem van het wad en de kustwateren.

  • Fastfood voor vogels en vissen
    nonnetje met sifo's, foto fitis, sytske dijksen

    Het feit dat nonnetjes ook kunnen overleven in de Noordelijke IJszee zegt iets over de temperaturen die dit schelpdier nog aan kan. In tegenstelling tot veel andere schelpdieren, zoals kokkels, is het nonnetje goed bestand tegen vorst. Daarmee is het nonnetje een betrouwbare voedselbron voor de vogels die de kunst verstaan om nonnetjes op te sporen. Kanoetstrandlopers en mannelijke rosse grutto's zijn daar bijvoorbeeld meesters in. Maar ook bonte strandlopers, scholeksters, en tureluurs speuren de wadplaten af naar bijvoorbeeld nonnetjes. In dieper water hebben eidereenden en grote en zwarte zee-eenden het op deze schelpdieren voorzien.

    Nonnetjes eten de algen van het wadoppervlak. Ze zuigen ze op met een soort onderwaterstofzuiger, de instroombuis. Schollen en andere platvissen knabbelen die graag af. De zuigbuis kan weer aangroeien, maar het slachtoffer moet eerst wel ondieper gaan leven om aan eten te komen. Dat is onveilig omdat er veel wadvogels zijn die graag nonnetjes eten!

  • Ontwikkeling van het nonnetje
    Ontwikkeling van een nonnetje, Koninklijk NIOZ, www.nioz.nl

    In het voorjaar plant het nonnetje zich voort. De mannetjes en vrouwtjes spuiten dan hun sperma- en eicellen het water in. Daar komen deze elkaar tegen en ze bevruchten elkaar. Dan gaan de cellen zich delen. Het larfje leeft eerst als planktondiertje. Na een week heeft het een soort vleugeltjes, waarmee het rondzwemt en plankton vangt. Later, na 2 tot 3 weken, verdwijnen die. Het diertje krijgt dan een voet en een schelpje en dan zakt het naar de bodem.

  • Nonnetje gaat achteruit

    In de Waddenzee gaat het slecht met het nonnetje. Het nonnetje heeft er last van dat de Waddenzee warmer wordt. In de tijd dat er veel jonge nonnetjes op het wad zijn, waren er vroeger nog geen garnalen. Die zaten nog in de diepere geulen. Tegenwoordig komen de garnalen eerder het wad op en eten dan veel jonge nonnetjes.