Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Mens en Milieu

  • Ned: Vleet (scate, vloot)
  • Eng: Skate (blue skate)
  • Dui: Glattrochen
  • Fra: Pocheteau gris
  • Dan: Skade
  • Lat: Dipturus batis (Raja batis)
Vleet, Ecomare, Peter van der Wolf

Vleet

De vleet is de grootste soort rog die in de Noordzee voorkomt. Hij kan drie meter lang, 1,6 meter breed, 100 kilogram zwaar en twintig jaar oud worden. Vleten zijn bodemvissen die leven van kreeftachtigen, vissen, wormen en inktvis. De vleet kwam vroeger algemeen voor in de Noordzee. De visserij op deze rog was lonend omdat het vlees bekend stond als lekkernij. Vleten worden echter pas zeer laat geslachtsrijp (vanaf het twaalfde levensjaar) en zijn daarom door overbevissing sterk achteruit gegaan.

  • Vleteneieren

    De vleet legt eieren: na interne bevruchting worden de eieren afgezet en ontwikkelen de eieren zich verder buiten de moederrog. Het afzetten van de eieren gebeurt tussen februari en augustus. Daarna rijpen de eieren 2 tot 5 maanden lang, afhankelijk van de watertemperatuur. Als ze uitkomen zijn de jonge vleetjes 20 centimeter lang. Ze hebben dan grote stekels achter hun ogen en een enkele rij stekels op de staart. Oudere vleten verliezen de stekels achter de ogen en ontwikkelen twee rijen stekels op de staart.
    De lege eikapsels van de vleet waren tot 1970 regelmatig op het Nederlandse strand te vinden, maar zijn sindsdien zeldzaam geworden. Ze zijn ongeveer acht bij vijftien centimeter groot en hebben korte puntige uitsteeksels, aan alle vier de hoeken even groot. De kapsels hebben geen vlies langs de zijkanten, maar wel vezels die in de lengte over het kapsel lopen. De kapsels lijken daardoor gestreept. Vers gelegde eikapsels van de vleet zijn geel- of groenachtig; later worden ze donkerbruin.

  • De vleet als consumptievis

    Voor de commerciële visserij was de vleet de belangrijkste soort rog. Het vlees van de zijvinnen (de 'vleugels') en de staart werd vers en gerookt verkocht en stond bekend als een lekkernij. De vleet werd veel gevangen in de noordelijke Noordzee en de wateren rond Ierland, vooral in de herfst en de winter. Rond 1900 kwam de vleet nog algemeen voor in de Noordzee, maar sindsdien is zijn aantal drastisch teruggelopen, naar men aanneemt als gevolg van overbevissing. In de Ierse Zee is de vleet vrijwel verdwenen. Men neemt aan dat de achteruitgang van deze soort wordt veroorzaakt door de zeer hoge leeftijd (pas na twaalf jaar), waarop deze rog geslachtsrijp wordt. Dit betekent dat een vleet een hele hoge kans heeft om gevangen te worden voordat hij of zij zich heeft kunnen voortplanten.

  • Vangstmeldingen

    In oktober 2004 werd een vleet van 1,5 bij 2 meter ten noorden van Vlieland gevangen. Het dier woog 48 kilo en was een mannetje van minstens 15 jaar oud. In januari 2000 ving de SL3 een 2 meter lange en 55 kilo zwaar exemplaar in de omgeving van Smith's Knoll (bij Yarmouth). In augustus 1996 werd een vleet van 48 kilo en ongeveer 1,80 meter lang aangeboden op de Urker afslag. Deze vis was door de WK 96 bij Schotland gevangen.
    De vleet wordt zelden door nettenvissers gevangen, maar is in de buurt van Schotland toch niet zeldzaam. In 2002 werd in de Firth of Mull in Schotland met de hengel op vleet gevist in het kader van een onderzoek om vissen te merken. In twee dagen werden elf grote vleten gevangen varierend van 33 tot 77 kilo. Drie exemplaren waren al eerder gemerkt, twee daarvan in 1997 dicht bij de huidige plek. Eén van deze exemplaren woog in 1997 11,3 kilo en in 2002 39,9 kilo.

  • Verspreiding van de vleet
    Verspreiding van de vleet, Kaartje getekend door Sherri Huwer