Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Mens en Milieu

  • Ned: Grauwe poon (grauwe zeehaan, kleine poon, kleine zeehaan, knorhaan(tje), spoon)
  • Lat: Eutrigla gurnardus
  • Eng: Grey gurnard
  • Dui: Grauer Knurrhahn
  • Fra: Grondin (trigle, grondin gris)
  • Dan: Gri knurhane
Grauwe poon, Ecomare, Peter van der Wolf

Grauwe poon

De grauwe poon is de meest algemeen voorkomende poon-soort in de Noordzee. In de zomer verblijven ze massaal in de ondiepe zuidelijke Noordzee. Als het kouder wordt zoeken ze dieper en warmer water op. De grauwe poon is een bodembewoner en wordt daarom vaak als bijvangst meegevangen met ander bodemvis (schol, tong). Zelf is de Grauwe poon nauwelijks van commercieel belang.

  • Veel poon, weinig haring?

    Grauwe ponen leven van garnalen, andere kleine kreeftachtigen en kleine vis (waaronder jonge wijting en haring). Ze kunnen tot 50 centimeter groot worden, maar het merendeel van de gevangen vis is ongeveer 20 centimeter groot. Omdat de grauwe poon vrij algemeen is, vermoeden de visserijbiologen dat deze soort wel eens een belangrijk effect kan hebben op de stand van bijvoorbeeld haring in de Noordzee.

  • Verspreiding
    Verspreiding van grauwe poon, Kaartje getekend door Sherri Huwer

    Onderzoek naar de verspreiding van de grauwe poon laat zien dat de vis zich in de winter terugtrekt op drie plaatsen in de Noordzee: rond de Shetlandeilanden, ten noordwesten van de Doggersbank en in het Kattegat. Nu en dan overwintert ook een school in de Zuidelijke Bocht.
    Een bijzonderheid van de grauwe poon is dat hij af en toe in enorme scholen voorkomt. In de loop van het voorjaar verspreidt de vis zich over de hele Noordzee, ook naar de Nederlandse kustwateren. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit met de paai te maken: regelmatig worden eieren aangetroffen in watermonsters die zijn genomen langs de Nederlandse kust.
    Jonge grauwe ponen worden niet vaak aangetroffen in de netten van de onderzoeksschepen. Men vermoedt dat de kinderkamers van deze vis juist op de extreem modderige en/of stenige delen van de Noordzeebodem liggen; stekken die doorgaans worden gemeden door de kotters.