Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Vissen   Visbiologie   Voortplanting   Kinderkamers   Zeefauna   Zeevissen   Wadfauna   Vissen   Trekkende vissen   
Paaiplaatsen en kinderkamers, Kaartjes van Bert van Rees

Voortplanting van vissen

Het afzetten van de eitjes en de bevruchting daarvan heet bij vissen 'paaien'. De vrouwtjes leggen de eieren, en de mannetjes bevruchten die eieren door er hun zaad overheen te brengen. Dat zaad heet bij vissen hom, en de eitjes heten ook wel kuit. De meeste soorten vis paaien altijd op dezelfde plaatsen, de paaiplaatsen. Bij veel vissen moeten die plaatsen een bepaalde eigenschap hebben. Haringen paaien op schelp- of grindbanken, bijvoorbeeld aan de Britse kust. Zandspieringen paaien juist op zandbodems. Als de eitjes zijn uitgekomen leiden de vislarven eerst een leven als planktondiertje. Ze komen dan door de stroming van de zee terecht op plekken waar ze verder opgroeien: de kinderkamers.

  • Waddenzee als kinderkamer

    De Waddenzee was voor veel platvissen de kinderkamer. De platvissen paaiden op die plaatsen in de Noordzee, waar de zeestromen de vislarfjes naar de Waddenzee brachten. De Waddenzee was een ideale plek voor jonge platvisjes om op te groeien. Er is veel voedsel, en in de zomer is het er ook warmer dan in de Noordzee, omdat de Waddenzee zo ondiep is.

    Tegenwoordig worden er nog maar weinig jonge platvisjes in de Waddenzee gezien. Ze zijn niet uit het systeem verdwenen, want er zwemt voldoende volwassen platvis in de Noordzee. De larven groeien dus elders in de Noordzee op. Visserijbiologen denken dat dit komt omdat het water in de Waddenzee té warm geworden is. "'T ken te gek ok." moeten de minischolletjes op zijn Texels hebben gedacht, en ze hebben koeler, dieper water opgezocht om groot te groeien.

    Een ander vermoeden heeft met de zeestromingen te maken. Het zou kunnen dat de larfjes vroeger 'vanzelf' de goede afslag, de Waddenzee in, namen. Maar ingrepen in de kustlijn, zoals de aanleg van de Maasvlakte of van de dwarsdam bij Eierland op Texel, kunnen ervoor zorgen dat de stroom langs de kust net even anders komt te lopen, zodat de larven de afslag missen en naar een ander deel van de Noordzee spoelen.

  • Een eitje meer of minder

    Vissen hebben vaak veel nakomelingen, vooral die soorten waarvan de eitjes vrij in het water zweven. Een kabeljauw legt tot één miljoen eitjes per jaar. Veel viseitjes en -larven worden namelijk opgegeten door allerlei dieren. Maar een klein deel groeit uit tot volwassen vis. Bij soorten als haring en zandspiering worden de eieren op de zeebodem afgezet. De eitjes zijn minder kwetsbaar, zodat deze vissen met minder toe kunnen. Zo produceert een vrouwtjesharing per jaar 'slechts' dertigduizend eitjes. Andere soorten, zoals de hondshaai en stekelrog, leggen nog minder eieren, zo'n 140 stuks per jaar.

  • Eierlevend-barend

    Sommige vissen leggen geen eitjes, maar zijn eierlevendbarend. De bevruchting vindt in het lichaam plaats. De mannetjes van deze vissoorten hebben een speciale vin om het sperma in het lichaam van het vrouwtje te brengen. Daarna blijven de bevruchte eitjes in het lijf van de moedervis, tot ze uitkomen. Al het eten wordt vooraf meegegeven in het ei. De jonge vissen zijn dus niet met een navelstreng met het moederlijf verbonden om voedsel te krijgen. De eieren zitten alleen in het lichaam van hun moeder omdat het daar veilig is. De jongen worden levend geboren. Eierlevend-barende vissen zijn bijvoorbeeld guppy's, puitalen en verschillende haaiensoorten.

    Zeenaalden en zeepaardjes hebben een nog andere methode. Bij deze soorten broedt het mannetje de eitjes uit in een vrijwel afgesloten huidplooi, de broedbuidel. Op de keper beschouwd is dat dus niet in het lichaam, maar het lijkt er wel veel op. De mannetjes van deze soorten 'bevallen' echt: met schokkende bewegingen wordt een hele wolk mini-zeepaardjes of mini-zeenaaldjes uit de buidel geperst.