Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Paaiplaatsen en kinderkamers, Kaartjes van Bert van Rees

Voortplanting van vissen

Het afzetten van de eitjes en de bevruchting daarvan noemt men bij vissen het 'paaien'. De meeste soorten vis doen dit op specifieke plekken in zee: de paaiplaatsen. Als de eitjes eenmaal zijn uitgekomen leiden de larven eerst een leven als deel van het zoöplankton. Ze komen dan, door de stroming van de zee, terecht op plekken (zoals de Waddenzee) waar het goed opgroeien is: de kinderkamers.

  • Een eitje meer of minder

    Vissen hebben vaak veel nakomelingen, vooral die soorten waarvan de eitjes vrij in het water zweven. Een kabeljauw legt tot één miljoen eitjes per jaar. Veel viseitjes en -larven worden namelijk opgegeten door allerlei dieren. Maar een klein deel groeit uit tot volwassen vis. Bij soorten als haring en zandspiering worden de eieren op de zeebodem afgezet. De eitjes zijn minder kwetsbaar, zodat deze vissen minder toe kunnen. Zo produceert de haring per jaar "slechts" dertigduizend eitjes. Andere soorten, zoals de hondshaai en stekelrog, leggen nog minder eieren, zo'n 140 stuks.

  • Vaste paaiplekken

    Vissen hebben voor hun voortplanting vaste stekken. Zo zetten haringen hun eieren (kuit) alleen af op grind of schelpenbanken, o.a. voor de Engelse en Schotse kust. Na het bevruchten van de eitjes door de mannetjes met zaad (hom) gaan de volwassen vissen weer terug naar de noordelijke en centrale Noordzee. Zandspieringen leggen hun eitjes in het zand.

  • Van prooi naar predator
    Embryo in ei van hondshaai, Ecomare, Sytske Dijksen

    De larven van haring, kabeljauw, platvissen en veel andere soorten horen bij het dierlijk plankton. Ze leven in de bovenste waterlagen van de zee, en eten voornamelijk roeipootkreeftjes. Als ze groter worden kunnen ze zich onafhankelijk van de waterstromen voortbewegen. Soorten als haring en sprot gaan nu zelf de grotere planktondieren eten, kabeljauw wordt een viseter en de platvis richt zich op de prooien op de zeebodem. De pijlworm is voor de haring eerst een roofvijand en later een prooi.

  • Eierlevend-barend

    Bij eierlevend-barende vissoorten vindt de bevruchting in het lichaam plaats. De mannetjes van deze vissoorten hebben een speciale vin waarmee ze het sperma in het lichaam van het vrouwtje kunnen brengen. Daarna blijven de bevruchte eitjes in het lijf van de moedervis. Al het eten wordt vooraf meegegeven in het ei. De jonge vissen zijn dus niet met een navelstreng met het moederlijf verbonden om voedsel te krijgen. De eieren zitten alleen in het lichaam van hun moeder omdat het een veilige omgeving is. Als de jongen groot en sterk genoeg zijn komen ze uit het ei en worden uiteindelijk levend geboren. Vissen die eierlevend baren zijn bijvoorbeeld guppy's en verschillende haaiensoorten.