Al zo'n 15 jaar wordt in landen als Noorwegen, Ierland, de Faröereilanden, Schotland, Canada en Chili zalm gekweekt. In 1998 werd er voor het eerst wereldwijd meer zalm gekweekt dan in het wild gevangen. De vraag naar zalm neemt nog elk jaar toe. Wereldwijd werd er in 2004 1,2 miljoen ton zalm gekweekt. In Nederland werd in 2006 meer dan 20 miljoen kilo
Er kleven diverse problemen aan het kweken van zalm. De kwekerijen zijn een soort bioindustrie, waarbij de zalmen heel dicht op elkaar leven, met alle gevaren van dien. De visluis, een teek die ook op wilde zalmen voorkomt, kan zich hier makkelijk verspreiden en zorgt bij de kweekzalm voor een verminderde eetlust en kleinere weerstand. De luis wordt bestreden met zwaar giftige insecticiden, waar plankton dood aan gaat. Ook zetten de kwekers een cocktail van antibiotica, hormoon-ontregelaars, organofosfaten en antifouling in om ziektes en aangroei te voorkomen. Al deze stoffen zorgen samen met de uitwerpselen van de vissen voor een enorme afvalstroom, die zo in zee geloosd wordt en voor drastische veranderingen in de mariene flora en fauna zorgt. Om de dieren sneller op gewicht te laten komen wordt er in de winter 's nachts kunstlicht aangezet in menig fjord, zodat de dieren blijven eten.
Daarnaast is de vermenging van wilde zalm met ontsnapte kweekzalm een probleem. Zo ontsnapten in 2005 in Noorwegen meer dan 300.000 zalmen na een hevige storm die het kweekbassin beschadigde. Door sabotageacties ontsnapten een jaar later een recordaantal zalmen, ongeveer 800.000 exemplaren. Onbekenden hadden de kabels kapot gemaakt waaraan de kweekbassins vast lagen. In 2007 zijn nog eens 800.000 zalmen ontsnapt. Gekweekte zalm kan ziektes overdragen. Ook zijn de gevolgen groot wanneer kweekzalmen die genetisch gemanipuleerd zijn om harder te groeien, gaan mengen met wilde zalmen, zoals in een kwekerij in Canada.