Aalscholver
afmetingen:
80-100 centimeter, spanwijdte 130-160 centimeter
gewicht:
tussen 2,6 en 3,7 kilogram
kleur:
(volwassenen) zwart met witte wangen en een gele vlek bij de keel; witte vlek bij de heupen gedurende het broedseizoen
voedsel:
vooral kleine vis, zoals pos, grondels, zandspiering en jonge platvis
Nederlandse broedvogel
ja
habitat
zoetwater- en kustgebieden
karakteristiek:
zittend met gespreide vleugels, om veren te laten drogen
voortplanting:
3 tot 4 eieren per jaar, meestal in grote kolonies in bomen of op rotsen
- Ned: Aalscholver (schollevaar, zeeraaf, stinker, konteklopper (Texel) butstekker (B), preekheer (B), scholvader (B))
- Eng: Great cormorant
- Fra: Grand Cormoran
- Dui: Kormoran
- Dan: Skarv
- Nor: Storskarv
- Fries: Lelgoes
- Ital: Cormorano o Marangone
- Lat: Phalacrocorax carbo

- Aalscholver, Jeroen Reneerkens (jeroenreneerkens@hetnet.nl)
Aalscholver
Een sigaar met vleugels, zo wordt de aalscholver ook wel beschreven. Aalscholvers zijn viseters die erom bekend staan dat zij erg goed kunnen duiken. Dat doen ze zowel in zoet, zout als brak water. Hun poten hebben zwemvliezen voor het zwemmen onder water. Bovendien kunnen ze hun ogen draaien, iets dat de meeste andere vogels niet kunnen. De snavel heeft een scherpe haak. In tegenstelling tot dat van andere watervogels is het verenpak van een aalscholver niet vettig: het neemt veel water op, waardoor de vogel na het zwemmen met gespreide vleugels moet opdrogen.
print

