Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Aalscholver

afmetingen:

lengte: 80-100 centimeter
spanwijdte: 130-160 centimeter

gewicht:

tussen 2,6 en 3,7 kilogram

kleur:

volwassenen: zwart met witte wangen en een gele vlek bij de keel; witte vlek bij de heupen gedurende het broedseizoen.
onvolwassenen: grijszwart met een witte buik.

voedsel:

vooral kleine vis, zoals pos, grondels, zandspiering en jonge platvis

Nederlandse broedvogel

ja

habitat

zoetwater- en kustgebieden

karakteristiek:

zittend met gespreide vleugels, om veren te laten drogen

voortplanting:

3 tot 4 eieren per jaar, meestal in grote kolonies in bomen of op rotsen

  • Ned: Aalscholver (schollevaar, zeeraaf, stinker, konteklopper (Texel) butstekker (B), preekheer (B), scholvader (B))
  • Eng: Great cormorant
  • Fra: Grand Cormoran
  • Dui: Kormoran
  • Dan: Skarv
  • Nor: Storskarv
  • Fries: Lelgoes
  • Ital: Cormorano o Marangone
  • Lat: Phalacrocorax carbo
Aalscholver, Jeroen Reneerkens (jeroenreneerkens@hetnet.nl)

Aalscholver

Aalscholvers zijn viseters die erom bekend staan dat zij goed kunnen duiken. Dat doen ze zowel in zoet, zout als brak water. Ze kunnen hun ogen draaien, iets dat de meeste andere vogels niet kunnen. In tegenstelling tot andere watervogels zijn de veren van een aalscholver niet vettig. Ze nemen veel water op, waardoor ze na het zwemmen met gespreide vleugels moeten opdrogen. De aalscholver heeft het in Nederland niet altijd makkelijk gehad. Omdat ze beschouwd werden als concurrenten voor de vissers werden ze massaal afgeschoten, vergiftigd, verjaagd en zelfs opgehangen.

Op Texel


In het begin van de vorige eeuw werd de aalscholver als broedvogel uitgeroeid, nota bene in het bijzijn van de grote natuurbeschermer Jac. P. Thijsse. In 1999 broedden er weer aalscholvers op het eiland. Sinds 2007 zijn dat er meer dan duizend. Ze broeden graag op plekken waar ook lepelaars zitten. Op Texel worden aalscholvers ook wel 'kontekloppers' genoemd. Deze bijnaam hebben ze te danken aan de vaak hortende take-off, wanneer ze van het water willen opstijgen. Hierbij stoten ze een aantal keer achter elkaar de poten naar achteren, bij wijze van aanloop, en na het opstijgen raakt hun achterwerk nog herhaaldelijk het water.

  • Zwart gemaakt
    aalscholver, foto fitis, sytske dijksen

    Aalscholvers hebben zwaar te lijden gehad onder hun slechte naam. In een zoölogisch standaardwerk uit 1812 werd de aalscholver als volgt omschreven: 'De aalscholver stinkt stuitender en afstotender dan alle andere vogels. Zijn gestalte is walgelijk, zijn geluid schor en hees en zijn eigenschappen min.' In het begin van de vorige eeuw hadden aalscholvers ook geen goede naam bij natuurbeschermers omdat de bomen waar ze in nestelen vaak doodgaan door de scherpe mest. Uit anekdotes is bekend dat zelfs de bekende natuurbeschermer Jac. P. Thijsse samen met enkele scholieren in 1904 de laatste aalscholver broedpaartjes op Texel zo verstoord heeft dat ze niet meer terugkwamen. Het duurde bijna een eeuw voordat de aalscholver weer op Texel nestelde. Vanaf 1985 stond de aalscholver in Nederland op de lijst van beschermde vogels. Vooral de kolonies rond het IJsselmeer groeiden sindsdien zo sterk dat de vogel sinds 1994 van de Rode Lijst is afgevoerd. De aalscholver is nog wel beschermd via de Vogelrichtlijn van de EU en andere internationale verdragen. Inmiddels broeden er ook weer aalscholvers op verschillende waddeneilanden. De laatste jaren neemt het aantal aanscholvers niet meer toe: er broeden gemiddeld zo'n 23.000 paartjes in ons land.

  • Folklore
    aalscholver, foto fitis, sytske dijksen

    Voor de mensen in het noorden van Noorwegen zijn aalscholvers min of meer heilig. Als aalscholvers in een dorp neerstrijken is dat een teken van geluk. De legende gaat dat de mensen die op zee zijn gebleven de eeuwigheid doorbrengen op het eiland Utrøst. Dit eiland is voor mensen praktisch onvindbaar. De bewoners van Utrøst bezoeken de bewoonde wereld daarom regelmatig in de gedaante van aalscholvers.

  • (On)gemakkelijk maaltje
    aalscholvers, foto fitis, sytske dijksen

    Aalscholvers volgen vissersschepen, net als meeuwen. Ze eten niet het visafval maar ze duiken naar de vissen die opgeschrikt worden door het net. Aalscholvers eten alle vissen die ze te pakken kunnen krijgen. In de Waddenzee zijn dat vooral kleine platvissen. Soms zijn aalscholvers iets te gulzig. Dan kunnen ze zich ernstig verslikken in hun prooi. Ze worden dan dood gevonden met een grote vis nog half in hun keel. Uit onderzoek aan deze dode aalscholvers blijkt dat een snoekbaars van 48 centimeter de grootste vis is die een aalscholver nog in kan slikken. Grotere vissen blijven steken in het keelgat. Het is helaas niet alleen het formaat van de vis dat voor slikproblemen kan zorgen. In januari 2009 werd een dode aalscholver gevonden met een vis in zijn keel. De snoekbaars was 46 centimeter lang en had dus het keelgat net moeten kunnen passeren. Toen de aalscholver werd opengesneden werd al gauw duidelijk wat het probleem was geweest. De vis had een felgroen haakje in zijn bek en dat haakje was ook blijven hangen in het verhemelte van de aalscholver. Hierdoor was het niet gelukt om de vis verder door te slikken, met de dood tot gevolg.

  • Concurrent voor de visser?
    aalscholver, foto fitis, sytske dijksen

    De aalscholver is altijd vervolgd omdat men vond dat hij een geduchte concurrent was voor de visserij. De visliefhebbers zeggen dat al die kilo’s vis die aalscholvers nu eten, anders voor de visserij beschikbaar zouden komen. Maar de vogelliefhebbers zeggen dat aalscholvers vooral vissen eten die de vissers niet willen. In het IJsselmeer eten aalscholvers ongeveer evenveel snoekbaars als wat de mensen vangen. Het Productschap Vis schat de schade voor de IJsselmeervisserij op 7,5 miljoen euro per jaar.

  • Menu uit de Waddenzee
    Voedselkeuze van aalscholvers Waddenzee, Ecomare

    In de Nederlandse Waddenzee varieërt het dieet van de aalscholver per seizoen. In april eten ze zowel zoutwatervis als zoetwatersoorten. In mei bestaat het menu vooral uit zoutwatervis, zoals zandspiering, bot en tong. Het dagrantsoen van aalscholvers is ongeveer 450 gram.

  • Bescherming

    Nederland: Flora en Faunawet
    Europees: Vogelrichtlijn
    Internationaal: AEWA-conventie (over watervogels die trekken over Afrika, Europa en Azië); conventie van Bern

  • Samen sterk

    In sommige zoetwatermeren, zoals het Naardermeer en meren in de

    Ooijpolder is gezien dat aalscholvers samenwerken tijdens het vissen.

    Door samen te jagen hebben ze vaak meer succes. In de Ooijpolder werken

    de aalscholvers ook samen met grote zilverreigers. De aalscholvers jagen

    de vis richting de waterkant, waar de zilverreigers ze staan op te

    wachten. Die hoeven hun snavel bij wijze van spreke alleen maar open te

    sperren. De niet gevangen vis zwemt in paniek terug, regelrecht in de

    snavels van de aalscholvers.