Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Lepelaar

afmetingen:

80-90 centimeter, spanwijdte 115-130 centimeter

kleur (volwassen):

wit, zwarte poten, zwarte snavel met gele punt. In het broedseizoen witte kuif en gele vlek op de borst

voedsel:

kleine vis, garnalen en waterinsecten

vijanden:

vos, bunzing

status Nederland:

broedvogel

winterverblijf:

West-Afrika

habitat:

moerasgebieden, wadden, slikken

voortplanting:

rond 4 eieren per nest, in kolonies in bomen of rietlanden

karaktersitiek:

vliegt met gestrekte nek, heen en weer gaande beweging tijdens het vissen

  • Ned: Lepelaar
  • Eng: Eurasian Spoonbill
  • Fra: Spatule blanche
  • Dui: Löffler
  • Dan: Skestork
  • Nor: Skjestork
  • Fries: Leppelbek
  • Ital: Spatola
  • Lat: Platalea leucorodia
lepelaar, foto fitis, adriaan dijksen

Lepelaar

Met hun lepelvormige snavel, helder witte verenkleed en lange waadpoten zijn lepelaars een elegante verschijning. Ze 'lepelen' het voedsel uit het water door hun snavel heen en weer te bewegen. Er broedden in 2011 zo'n 2300 paren in Nederland, waarvan de ruime meerderheid op de Waddeneilanden. Lepelaars broeden bij voorkeur op rustige plekken, niet veel verder dan 50 kilometer van de plaats waar ze voedsel kunnen vinden. 'Rustig' wil in dit geval vooral zeggen: liefst buiten bereik van roofdieren.

Op Texel


De lepelaar is de beroemdste broedvogel van het eiland. Toch broeden ze pas sinds 1933 elk jaar op Texel. Daarvoor broedden ze er erg onregelmatig, waarschijnlijk doordat de kolonies veel bezocht werden door mensen die de eieren raapten. Er zijn nu drie kolonies: in de Geul, de Muy en de Schorren. De kolonie in de Geul is de grootste van Nederland. In 2011 werden er 416 nesten geteld. Op de Schorren hebben de lepelaars steeds vaker last van overstromingen omdat de kwelder buitendijks ligt. In 2010 en 2011 spoelde daardoor een deel van de nesten weg. In 2009 zijn er twee Texelse lepelaars van de Schorren van een zender voorzien. Lepelaar Eckard vloog naar de Banc d'Arguin in Mauretanië, lepelaar Loran naar Khniffiss Lagoon in de Westelijke Sahara. Helaas is daar het contact met de lepelaars verloren.

  • Vestiging en ontwikkelingen in het Nederlandse waddengebied
    Aantal broedparen Lepelaars 1990-2004, Uit: gegevens SOVON

    Op alle Waddeneilanden zijn broedkolonies, in totaal broeden er meer dan 60% van alle Nederlandse lepelaars. Na 1900 ontstond de eerste waddenkolonie lepelaars op Texel (in de Muy). In 1962 vestigde de lepelaar zich op Terschelling, in 1983 op Vlieland en in 1992 op Schiermonnikoog. In 1994 is ook Ameland door de lepelaar 'ontdekt' als broedgebied, hoewel het pas in 1996 tot echt broedsucces kwam. Twee jaar later, in 1998, werd het eerste broedende lepelaarpaar gezien op Rottumerplaat en in 2000 vestigde de soort zich op de kwelders langs het Balgzand. In 2010 broedden er voor het eerst lepelaars op Griend. De lepelaar staat sinds 2004 niet meer op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland.

  • Hollandse winterlepelaars

    Soms worden er in Nederland overwinterende lepelaars gezien. Ze hoppen vaak als enkelingen of in kleine groepjes heen en weer tussen de moerasgebiedjes in de Hollandse duinen, en wagen ook nu en dan de oversteek naar Texel. Er is weinig bekend over de overlevingskansen van deze wintergasten in de Nederlandse vrieskou. De garnalen zijn meestal buiten bereik omdat die naar dieper water zijn getrokken. De lepelaars moeten het dus hebben van kleine visjes in de duinmeertjes en -sloten. Als die dichtvriezen wordt de situatie echt kritiek.

  • Trekgedrag van lepelaar
    , Marijke de Boer

    De lepelaars die in West-Europa broeden, overwinteren vooral langs de West-Afrikaanse kust, zoals in het tropische waddengebied Banc d'Arguin voor de kust van Mauretanïe. Een klein deel blijft in Europa en overwintert langs de kusten van Frankrijk, Spanje en Portugal. Soms worden er in Nederland overwinterende lepelaars gezien.

    De trekkende lepelaars rusten onderweg op verschillende plekken om weer op krachten te komen. Die rustplekken zijn van levensbelang voor trekvogels. Hoe langer de reis, hoe langer de lepelaars nodig hebben om tussendoor op krachten te komen. In totaal kan de hele trektocht wel twee maanden duren. Tijdens de trek gaat ongeveer 60% van de jongen dood door jacht, roof, uitputting en vooral hoogspanningskabels. Begin februari vertrekken de lepelaars weer uit hun overwinteringsgebieden. De terugreis wordt nog vaker onderbroken. Friesland is de laatste verzamelplaats. Van daaruit vliegen de vogels door naar hun broedkolonies.  In 2008 zijn op Schiermonnikoog lepelaars voorzien van zenders. Door deze vogels te volgen hopen onderzoekers meer inzicht te krijgen in de doodsoorzaken tijdens de trek.

  • Verdronken nesten
    Lepelaar op verdronken nest, Eckard Boot

    Kwelders zijn belangrijke broedgebieden voor lepelaars. Het nadeel van deze broedplekken is dat ze eens in de zoveel jaar overstromen door stormen en hoogwater. Als dat gebeurt tijdens het broedseizoen dan verdrinken de eieren en de jongen die zich nog niet snel genoeg uit de voeten kunnen maken. In zulke jaren kan het gebeuren dat er bijna geen kuikens groot gebracht worden. Een ramp natuurlijk, maar zolang het niet te vaak gebeurt is het voor de soort in zijn geheel niet zo'n probleem. In de volgende jaren komen ze het gemiste jaar wel weer te boven. Nu blijkt echter dat het zeewater de afgelopen tientallen zomers steeds vaker zo hoog komt dat de kwelders onder water komen te staan en dan vooral tijdens het broedseizoen. Voor de Waddenzee is berekend dat ruim 60% van de broedparen per jaar tenminste één nest ziet wegspoelen. Het ziet er naar uit dat de overstromingsrisico's de komende jaren door de klimaatverandering alleen nog maar verder toenemen.

  • Vissen langs de kust
    lepelaar, foto fitis, adriaan dijksen

    De lepelaars op de Waddeneilanden hebben in het voorjaar voedselgebrek. Ze eten gewoonlijk garnalen die ze in ondiepe geulen en prielen van het wad vinden. De garnalen zitten echter in het voorjaar nog in de diepe geulen en zwemmen dus buiten bereik van de lepelaars. De driedoornige stekelbaars is een alternatief. Dit visje trekt in het voorjaar van zee naar zoet water om te paaien. In de slootjes wachten de lepelaars ze op. Maar op veel plaatsen kunnen de visjes de tocht van zout naar zoet niet maken, omdat ze stuiten op dijken en sluizen. Daarom zijn er hier en daar in het waddengebied speciale stekelbaarspassages gebouwd. Via de passages vinden ze de weg naar het zoete water.....en soms naar de snavel van een lepelaar.

  • Stekelbaarspassages op Texel
    Het principe van de stekelbaarspassage, Ecomare, Gerbrand Gaaff
    Naar een origineel van Staatsbosbeheer

    Speciaal voor de lepelaars heeft Staatsbosbeheer in 1995 in de waddendijk bij de Cocksdorp op Texel een hevelpassage voor driedoornige stekelbaarsjes gebouwd. Twee jaar later kwam voor hetzelfde doel een vistrap tot stand tussen de Moksloot en de Mokbaai. De hevelpassage is gebouwd bij het gemaal van de Cocksdorp. Als er zoet water wordt gespuid, trekt dit grote hoeveelheden stekelbaarsjes aan. Deze worden met een zoetwaterstroom naar een opvangbak gelokt. Van daaruit worden ze met een hevel over de dijk gezogen. Daarna kan de vis via de Roggesloot de polder in trekken. Tijdens het proefdraaien in 1996 zette men met de hevel al 40.000 stekelbaarsjes over. Het aantal stekelbaarsjes in de Texelse sloten nam tijdens die periode meetbaar toe. Door de passage is er in het voorjaar meer eten voor de lepelaars. De palingen profiteren er ook van. De jonge glasalen maken gebruik van de passage.

  • Bescherming

    Signalering: Netwerk Ecologische Monitoring
    Nederland: Doelsoortenlijst
    Nederland: Soortenbeschermingsplan, Flora en Faunawet
    Internationaal: Vogelrichtlijn EU, CITES, AEWA (bescheming trekvogels), conventie van Bern, conventie van Bonn

Eerste kennismaking

Ik fietste over het fietspad langs de Pontweg. Ik woonde toen nog niet lang op Texel.
Natuurlijk lette ik op alles wat ik onderweg zag. Kieviten, scholeksters in het weiland, en mussen in de tuinen. Tot plotseling een grote witte vogel vlakbij langs vloog. Het leek wel of hij me de weg wilde wijzen. Mijn eerste lepelaar!
Natuurlijk zag ik later vaker lepelaars. Maar die eerste keer maakte toch de meeste indruk.

Ans Dijkman, medewerkster administratie

Kijkje in de kolonie