Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Laatvlieger

afmetingen:

lichaamslengte 6-8 centimeter
vleugelspanwijdte 30-38 centimeter

gewicht:

15-35 gram

kleur:

roodbruin tot geelbruin

leeftijd:

maximaal 20 jaar

voedsel:

insecten

Winterslaap:

november tot begin april

voortplanting:

aantal: één jong per jaar
geboorteperiode: juni

  • Ned: laatvlieger
  • Eng: Serotine
  • Fra: la sérotine (commune)
  • Dui: die Breitflügelfledermaus
  • Lat: Eptesicus serotinus
, Pierre Bonnet

Laatvlieger

Laatvliegers zijn grote vleermuizen. Ze heten laatvlieger omdat ze later op de avond uitvliegen dan een andere grote vleermuis waarmee ze weleens verward worden, de rosse vleermuis oftewel vroegvlieger. Je kunt laatvliegers in de schemering zien vliegen rond lantarenpalen, langs bosranden en boven water, op jacht naar allerlei insecten. Overdag zijn de vleermuizen in gebouwen te vinden; in spouwmuren, onder dakpannen, achter beschot en op zolders. Daar overwinteren ze ook. Ze vliegen zelden verder dan drie kilometer van hun slaapplaats.

Op Texel


De laatvlieger is de meest algemene vleermuissoort op Texel. Je kunt ze op heel Texel zien vliegen, vooral in de Eijerlandse polder. Op Texel zijn 7 kolonies van de laatvlieger bekend over 9 locaties. In 2010 herbergden de kolonies 227 vrouwtjes.

  • Hondsdolheid

    De laatvlieger is soms besmet met het rabiesvirus (hondsdolheid). Een zeer gevaarlijke ziekte, ook voor mensen. Pak ze daarom nooit met je blote hand als je er een vindt, maar zet er een doosje of een blik overheen (zoals je ook een spin vangt). Schuif er dan een kaartje onderdoor, zodat je de vleermuis naar een opvangadres kunt brengen.