Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Dolfijnen en bruinvissen

Je zou het misschien niet zeggen, maar er zwemmen honderdduizenden bruinvissen en duizenden dolfijnen in de zuidelijke Noordzee. Vroeger kwam de tuimelaar ook veel voor, maar tegenwoordig zie je de witsnuitdolfijn vaker. Zo nu en dan worden er gewone dolfijnen of witflankdolfijnen gezien of gevangen. Nog zeldzamer zijn grijze dolfijnen, gestreepte dolfijnen, orca's en grienden.  De spitssnuitdolfijnen vormen een aparte groep, waar ook de butskop bij hoort. Dit zijn dieren van de oceaan, die af en toe in de Noordzee terecht komen.

Op Texel


Stranding van een witsnuitdolfijn, 1995, Ecomare, Salko de Wolf

Op Ecomare zijn botten en modellen te vinden van de meeste in de Noordzee voorkomende dolfijnen. Op het strand van Texel spoelen ook weleens dolfijnen of bruinvissen aan. Meestal zijn het bruinvissen, maar af en toe worden er ook andere soorten dolfijnen gezien of dood gevonden, zoals de witsnuitdolfijn, de tuimelaar en de gewone dolfijn.

  • Niet zien maar horen
    Tuimelaar, Jeroen Reneerkens

    Om eten te kunnen vinden gebruiken dolfijnen hun oren in plaats van hun ogen. Vanuit hun kop kunnen dolfijnen hoge pieptonen uitzenden die weerkaatsen tegen bijvoorbeeld een vis. De weerkaatsing wordt weer opgevangen in de onderkaak van de dolfijn. Dit heet echolocatie en hiermee kan een dolfijn bepalen hoe groot de vis is, welke kant hij op zwemt en hoe snel de vis zwemt. De dolfijn kan de sterkte van de pieptoon zelf regelen. In een rumoerige zee moeten de dolfijnen dus veel harder piepen dan in een stille zee. Dolfijnen en bruinvissen hebben daarom ook veel last van geluiden onder water die door mensen gemaakt worden, zoals van scheepsmotoren.

    Dolfijnen herkennen elkaar doordat elk dier zijn eigen 'fluitje' heeft. Ze gebruiken het om elkaar te roepen.

  • Bedreiging
    bruinvis aangespoeld, ecomare, salko de wolf

    Tussen 1940 en 1965 zijn er veel dolfijnen en bruinvissen verdwenen uit de Noordzee. Er zaten toen veel giftige stoffen in vissen. Omdat bruinvissen en dolfijnen vis eten, kregen zij erg veel last van deze stoffen. In die jaren namen de aantallen vissen ook erg af, waardoor er minder te eten was. Daarnaast is het toen een stuk rumoeriger geworden onder water, doordat er meer scheepvaart en bouwwerkzaamheden op zee kwamen. Dolfijnen oriënteren zich met behulp van geluid en hebben veel last van 'bijgeluiden'. Visnetten kunnen ook gevaarlijk zijn voor bruinvissen en dolfijnen. Als ze erin verstrikt raken kunnen ze niet meer boven komen om te ademen, en dan stikken ze. Om bijvangsten van dolfijnen en bruinvissen in visnetten te voorkomen worden pingers bij de netten gezet. Deze maken onder water een ping-geluid, dat de dolfijnen waarschuwt voor het gevaar.

  • Bescherming
    Gewone dolfijnen, Marijke de Boer

    In 1991 tekende een aantal landen de ASCOBANS-overeenkomst, dat staat voor 'Agreement on the Conservation of Small Cetaceans of the Baltic, North East Atlantic, Irish and North Seas'. Deze landen verplichten zich om de leefgebieden van kleine walvisachtigen te beschermen, de verspreiding beter te onderzoeken, vervuiling  te verminderen en informatie te verspreiden.

    Als bruinvissen en dolfijnen aanspoelen, zijn ze moeilijk te redden. De Stichting SOS Dolfijn, gehuisvest bij het Dolfinarium in Harderderwijk, probeert er toch zoveel mogelijk te redden. Verschillende instellingen langs de kust, waaronder Ecomare, hebben de uitrusting voor de eerste opvang, waarna de dieren naar Harderwijk worden vervoerd. Lukt het daar om ze weer gezond te maken, dan worden ze teruggebracht naar zee.

  • Slapen en ademhalen
    gewone dolfijnen, marijke de boer

    Dolfijnen kunnen niet onbewust ademen, zoals mensen doen. Ze moeten blijven denken aan hun zuurstofhuishouding omdat ze anders dood gaan. Wanneer ze op de menselijke manier in slaap zouden vallen, zouden ze dan ook doodgaan. Dolfijnen slapen daarom ook op een andere manier. Ze kunnen de ene hersenhelft laten slapen, terwijl de andere helft het belangrijke werk van de slapende helft overneemt. Op deze manier kan er toch veilig geslapen worden.
    Als dolfijnen gewond raken, worden ze vaak door hun soortgenoten geholpen. Ze houden de gewonde dolfijn boven water tot ze een veilige plek bereikt hebben. Dat dolfijnen dit ook bij mensen in nood zouden doen is waarschijnlijk een fabeltje.