Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Duinflora, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Duinflora

Het duin kent veel verschillende vegetaties. De flora van de stuivende zeereep, met helm, zandhaver en blauwe zeedistels is heel anders dan die van jonge duinvalleien achter de zeereep, met vlierbosjes en duindoornstruiken. In oudere duinen is er een groot verschil tussen de vegetatie van de noordhellingen (gematigd klimaat, veel kraaiheide en eikvaren), de zuidhellingen (sterk wisselend klimaat, veel korstmossen) en de vlaktes (meestal heidevelden).

Op Texel


, Sytske Dijksen, www.fotofitis.nl

Op het eiland zijn veel oude duinen, met de bijbehorende plantengroei. Er zijn ook een paar duinvalleien die ’s winters onder water staan, maar niet zoveel als op de andere waddeneilanden. Aan de zuidkant en bij de Muy zijn een paar jonge duinvalleien, met een rijke plantengroei: parnassia, orchideeën en bitterling om een paar te noemen. Cranberries groeien ook hier, maar lang niet zo veel als op Terschelling en Vlieland.

  • Duinvorming
    Verwaaide meidoorn in de winter, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    In duinen treedt successie op. De reeks begint met zeeraket en biestarwegras die beide kunnen kiemen op het vloedmerk. Deze planten houden zand vast en vormen zo het begin van een duintje. Helm volgt als er zoet water in het duintje te vinden is. Ook zandhaver is dan al aan te treffen. Er wordt nog meer zand vastgehouden en op luwe plekken verschijnen blauwe zeedistel en zandteunisbloem.
    In de beschutting van de eerste aaneengesloten duinenrijen groeit duindoorn. De duindoornstruiken vormenn ondoordringbare stekelbossen. Duindoorn is een belangrijke plant voor het duin, hij brengt via wortelknolletjes voedingsstoffen (stikstof) in de bodem. Die voedingsstoffen worden door de duindoorn zelf weer gebruikt, maar er blijft voldoende over om de groei van andere planten mogelijk te maken. In de buurt van duindoorns zien we dan ook dikwijls dichte vlierbosjes en een bodembegroeiing van brandnetels en braam.
    Door de aanwezigheid van planten komt er ook humus in de bodem. Het verteerde bladafval betekent voedsel voor weer andere soorten. Grassen en mossen gaan zich uiteindelijk sterk ontwikkelen en leggen het duin vast; er komt een eind aan het verstuiven.

  • Heidegrens
    Wilde kamperfoelie, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    Bij Bergen aan Zee, in Noord-Holland, ligt een opmerkelijke grens.Ten zuiden van de grens is het duinzand kalk- en voedselrijk, ten noorden van de grens is het duinzand veel voedselarmer. Op rijke grond overwoekeren de grotere struiken de heide. In het duingebied ten zuiden van Bergen groeien kardinaalsmuts, populieren, eiken en beuken. Ten noorden van Bergen kunnen zich in het duingebied grote heidevelden handhaven. De grens bij Bergen heet dan ook de heidegrens.
    In het zeezand waaruit de jonge duinen bestaan, zitten nog zoveel mineralen dat de heide er niet wil groeien. Pas als de duinen ouder worden en de mineralen met het regenwater naar de diepte zijn gespoeld, krijgt de heide een kans. Heide groeit dus alleen maar in oudere duinen.
    In de jongere duinen, die vlak bij zee liggen, is er minder verschil tussen het noordelijke en het zuidelijke duingebied. Daar is de invloed van de zeewind dominant. En in de jonge noordelijke duinen is nog wel kalk aanwezig, die de zee zelf aan het zand heeft toegevoegd in de vorm van schelpen. Na verloop van enkele eeuwen spoelt deze kalk eruit. Langs schelpenpaadjes in de noordelijke duinen kom je planten tegen, die normaal kenmerkend zijn voor de kalkrijke duinen in het zuiden. Voorbeelden zijn slangekruid en duinsterretje (een mossensoort). Dat komt door de kalk van de schelpenpaadjes.

  • Noord- en zuidhellingen

    Als de duinen wat ouder zijn en uitloging en ontkalking plaats vinden, komen interessante verschillen aan het licht tussen de noordhelling en de zuidhelling van een duin. Op de noordhelling hebben zich heidesoorten gevestigd. Vooral de plantengemeenschap met kraaiheide en eikvaren is typerend. Struikheide komt meer landinwaarts op noordhellingen voor. De planten op de zuidhelling hebben het zwaar te verduren. De temperatuur wisselt zeer sterk. Op zonnige dagen kan de temperatuur oplopen tot zo'n 50 graden Celsius. Ook kunnen er zeer droge perioden optreden. De planten die zich daar willen handhaven moeten goed aangepast zijn aan dit extreme milieu. De vegetatie bestaat uit mossen en korstmossen met daartussen polletjes buntgras. Het hondsviooltje komt ook aan deze zijde van het duin voor. Wanneer konijnen het duin gevonden hebben, komen er ook veel kruiden voor, waaronder echt walstro en duinvleugeltjesbloem. Uit het verschil in begroeiing tussen de twee hellingen blijkt dat de sterkte van de dynamiek invloed heeft op de uiteindelijke climax-situatie.