Tepelhoren gewone
afmetingen:
tot 4 centimeter groot maar meestal kleinerkleur:
verse schelpen geelgrijs tot lichtbruin, oude schelpen donkerder, blauw of bruinvoedsel:
tweekleppigen, zoals nonnetjes en zaagjesvoortplanting:
geslachtelijk- Ned: Tepelhoren
- Lat: Euspira catena (Lunatia catena, Natica catena)
- Eng: Large necklace shell
- Dui: Halsband-Mondschnecke (Halsband-Nabelschnecke)
- Dan: Stor boresnegl

- gewone tepelhoren, foto fitis, sytske dijksen
Tepelhoren
De tepelhoren komt aan zijn naam doordat hij van bovenaf gezien op een tepel lijkt. Het zijn roofslakken die het voorzien hebben op andere weekdieren. Slachtoffers van de tepelhoren kun je goed herkennen. De tepelhoren raspt met zijn tong een gaatje in de schelp van zijn prooi. Door het raspen is het gaatje aan de ene kant breder dan aan de anderekant. Je vindt bijna nooit een levende tepelhoren op het strand. Lege schelpen zijn op alle stranden te vinden in de vloedlijn.
Zie ook
Info
Copyright Ecomare
print
