Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Kabeljauw

afmetingen:

tot 1,80 meter, meestal tot 65 centimeter

gewicht:

tot 95 kilo, meestal tot 7 kilo

kleur:

groenachtig, met een lichte zijlijn

leeftijd:

tot 15 jaar

voedsel:

vis, schelpdieren, wormen

vijanden:

roofvissen, waaronder grote kabeljauwen, dolfijnen, mensen

voortplanting:

eileggend
geslachtsrijp: 3-4 jaar
500.000 tot 5 miljoen eitjes per jaar

  • Ned: Kabeljauw (dogger, gul, kolvis, labberdaan, muitje, stockvis)
  • Lat: Gadus morhua
  • Eng: Cod (codling)
  • Dui: Kabeljau (Dorsch)
  • Fra: Cabillaud (morue)
  • Dan: Torsk
Kabeljauw, Joachim S. Müller

Kabeljauw

Kabeljauwen houden van koud water. Ze leven het liefst in zeewater dat rond de 10 graden Celsius is. Het zijn grote vissen. Ze kunnen tot 1,5 meter lang worden, maar door overbevissing zijn zulke exemplaren zeldzaam geworden in de Noordzee. Kabeljauwen hebben een typische kindraad, waarmee ze naar voedsel zoeken in de zeebodem. Ze worden ook wel 'de stofzuigers' van de zeebodem genoemd omdat ze werkelijk alles eten. Meestal vind je ze dicht bij de bodem, maar ze zwemmen ook wel hoger in de waterkolom. Jonge kabeljauw wordt gul genoemd.

  • Grootste kabeljauw

    In 1895 ving men voor de Noord-Amerikaanse kust de grootste kabeljauw die ooit gevangen werd: hij woog 95 kilomgram en was 1,8 meter lang. Het Nederlands hengelrecord staat op 1,3 meter. Door overbevissing is tegenwoordig het gemiddelde gewicht van een opgeviste kabeljauw 1 kilogram, de grotere exemplaren zijn zelden zwaarder dan 7 kilogram.

  • Voortplanting en groei

    Vrouwelijke kabeljauwen kunnen 500 eitjes per gram lichaamsgewicht leggen. Voor een vis van 10 kilogram betekent dit 5 miljoen eitjes. Kabeljauwen paaien in de wintermaanden. De 1,5 millimeter grote en doorzichtige eitjes stijgen naar de bovenste waterlagen waar ze, afhankelijk van de temperatuur, uitkomen na 10 tot 30 dagen. Hele jonge kabeljauwen eten roeipootkreeftjes. Als de jongen een lengte bereiken van 7 centimeter (binnen 3 - 5 maanden) verhuizen ze naar de zeebodem. Vanaf dat moment eten ze bodemdieren, vooral garnalen en krabben. Volwassen dieren leven op een dieet van vis (haring, zandspiering, platvis, kabeljauwachtigen en haringachtigen). Gedurende de winter en het paaien eten ze erg weinig.

  • Kabeljauw eten

    Kabeljauw is een heel smakelijke vis met wit vlees. Het bevat heel weinig vet. De kabeljauw wordt ook wel het varken van de zee genoemd omdat alle onderdelen van het lichaam worden gegeten. Zo wordt de lever voor olie (levertraan) gebruikt, en hom en kuit vers, gerookt of ingeblikt verkocht. Het afval van de kabeljauw wordt tot vismeel verwerkt. In de Scandinavische landen wordt kabeljauw vaak gedroogd (stokvis) of gedroogd én gezouten (klipvis of rotsvis) verkocht. Sinds de tijd van de Vikingen is gedroogde kabeljauw een belangrijk basisvoedsel en handelsartikel geweest. In Portugal is "bakeljauw" (gezouten en gedroogde kabeljauw) geliefd. Op veel plaatsen gaat het slecht met de kabeljauw door overbevissing.

  • Verspreiding
    Verspreiding van kabeljauw, Ecomare

    Kabeljauwen leven in de Noordelijke IJszee, het noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Oostzee en de Noordzee, ook langs de Nederlandse kust.

  • Kabeljauwvisserij op de Noordzee

    Kabeljauw wordt op heel veel manieren gevangen: met sleepnetten, staande netten en lijnen. De laatste jaren is door intensieve bevissing steeds ongeveer de helft van de totale kabeljauwpopulatie weggevist. Vooral jonge kabeljauw wordt onbedoeld veel meegevangen met de vangst van schol en tong. Daardoor is het erg moeilijk om goede afspraken te maken over de maximale hoeveelheid te vangen kabeljauw. Als sinds 1983 ligt de stand van volwassen kabeljauw in de Noordzee beneden de grens die als veilig wordt beschouwd. Dit betekent dat er zo weinig volwassen kabeljauw in de Noordzee zwemt dat de voortplanting van de soort in gevaar komt. Bij de achteruitgang van de kabeljauw speelt ook mee dat kabeljauw een koudwatervis is, die zich niet zo thuis voelt in het warmer wordende water van de Noordzee. De kans is aanwezig dat de kabeljauwstand zich helemaal niet meer kan herstellen.