- Ned: Zeenaalden (grote zeenaald, kleine zeenaald, adderzeenaald trompetterzeenaald)
- Lat: Syngnathus acus, Syngnathus rostellatusspp. / Nerophis spp. / Entelurus aequoreus / Syngnathus typhlespp.
- Eng: Pipefish (greaterdeep-snouted pipefish /, Nilsson’s pipefish / snake pipefish deep-snouted pipefishbroad-nosed pipefish)
- Dui: SeeGrasnadel (Große Seenadel, kleine Seenadel, Schlangennadel, Grasnadel)
- Dan: Tangnil (stor tangnil, almindelig tangnil)

- Zeenaald, Ecomare, Peter van der Wolf
Zeenaalden
Twee soorten zeenaalden, de grote (tot 50 centimeter) en de kleine zeenaald (tot 20 centimeter), komen algemeen voor in de getijdengebieden en het kustwater. De grote is iets algemener en komt meer voor in de diepere geulen van getijdengebieden. Zeenaalden leven vooral tussen wieren en zeegras en kunnen dan ook vaak gevonden worden in poeltjes op begroeide zeedijken en strekdammen. Ze eten kleine kreeftachtigen en vislarven, die ze in hun bekje naar binnen zuigen. Zeenaalden doen aan broedzorg: de mannetjes dragen de eieren en larven (in juni en juli) met zich mee in een broedbuidel.
Zie ook
Info
Copyright Ecomare
print


