Zeehondenjacht in het waddengebied
Zeehonden zijn in het verleden in het Noordzeegebied sterk bejaagd. Ze werden beschouwd als schadelijke dieren. Ze beschadigden de netten en kaapten de vis voor de neus van de beroepsvissers weg. Jagers kregen een premie voor elke afgeschoten zeehond. Om de premie te krijgen moest op het gemeentehuis de rechter flipper worden ingeleverd. Omdat deze werden geregistreerd, was het mogelijk aan de hand van deze gegevens terug te rekenen hoeveel dieren er in 1900, toen de premies begonnen, ongeveer geweest moeten zijn. De aantallen in 1900 zijn geschat tussen de 6000 en 14.000 in het Nederlandse deel van de Waddenzee.
Zie ook
- Nederlandse Vissersbond
- Waddengebied

