Op Loswal Noord, 5 kilometer uit de kust van Hoek van Holland, werd tot 1996 jaarlijks circa 14 miljoen kubieke meter baggerspecie uit de Euro-Maasgeul en het westelijk havengebied van Rotterdam gedumpt. Op de 'Slufter' op de Maasvlakte kan uiteindelijk na 15 jaar 100 tot 150 miljoen kubieke meter licht tot matig verontreinigde baggerspecie (klasse 2 en 3) worden gestort.
In 1996 beëindigde men het dumpen van baggerspecie op Loswal Noord. Een tweede baggerdepot, de Loswal Noordwest werd in gebruik genomen. Met het in gebruik nemen van deze nieuwe loswal kwam de behoefte om inzicht te krijgen in de milieueffecten van het storten van baggerspecie. Er werd een onderzoek gedaan door het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee). Op de oude Loswal Noord bleek dat na een jaar de bodemfauna zich aan het herstellen was en de korrelgrootte van het zand was toegenomen. Op de nieuwe Loswal Noordwest was echter de bodemfauna verarmd en werden hoge slibconcentraties aangetroffen.
Na het lossen van de baggerspecie op Loswal Noord bleef slechts 20% van het slib op de bodem liggen. Ongeveer 40% werd met de stroming mee teruggevoerd naar de Nieuwe Waterweg. Bijna eenzelfde hoeveelheid slib trok met de stroming langs de kust noordwaarts richting Waddenzee. Daarbij ging het vooral om het fijne slib, waarin de meeste verontreinigingen voorkomen.
In havenslib zitten nog steeds te veel zware metalen, vooral zink en koper. Ook komen er veel polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) in voor, evenals tributyltin, het giftige bestanddeel van antifouling verven die op scheepswanden werden toegepast. De uitspoeling van het verontreinigde slib draagt voor 15% bij aan de gehalten aan zware metalen in het Hollandse kustwater en voor 40% aan de gehalten aan organische microverontreinigingen. Deze invloed neemt in noordelijke richting af en bedraagt in de westelijke Waddenzee nog tussen de 5 en 15% voor de zware metalen en tussen de 10 en 20% voor de organische microverontreinigingen. Omdat de Loswal Noord op deze manier mede bijdroeg aan de vervuiling van het Noord-Hollandse kustwater en de Waddenzee onderzoekt men de mogelijkheden om in de toekomst gebruik te gaan maken van een verdiept opslagdepot: een kuil in de Noordzee-bodem die na de stort van baggerspecie weer kan worden afgedekt met schoon zeezand.