De winter met de vaak stormachtige wind en korte dagen is de tijd van het jaar waarin noodgedwongen het minst gecontroleerd kan worden op illegale olielozingen van schippers. Iedere schipper die wat olie loost op de Noordzee weet dat hij vrijwel niet gepakt kan worden omdat bewijsvoering onmogelijk wordt als de controle pas na het liggen van de storm hervat kan worden.
De vervolging van de lozers stelde tot voor kort nauwelijks iets voor. Tot medio 1996 is het slechts in vier gevallen tot een veroordeling gekomen, terwijl zo'n 100 overtredingen werden geconstateerd. De overige processen werden geseponeerd, bijvoorbeeld omdat het desbetreffende schip onder een vlag voer van een land dat zich niet aan de regels heeft gebonden. Vooral schepen die onder 'vrije' vlaggen van de Bahama's, Panama of Liberia varen, maken zich schuldig aan het lozen van olie op zee. Nederland valt niets te verwijten. De grote rederijen houden zich aan de regels en de controle loopt goed.
Een groot probleem is dat niet alle landen het MARPOL-verdrag hebben getekend. In dit verdrag staat hoeveel olie geloosd mag worden. Op Ierland na hebben alle EU-landen het verdrag getekend. Landen in de Derde Wereld willen het MARPOL-verdrag niet tekenen, omdat ze dan genoodzaakt zijn om in hun havens schoonmaakapparatuur te installeren en daarvoor hebben ze geen geld.
Ook zijn de boetes laag. Een schip dat op een olielozing betrapt wordt, krijgt nu een boete van gemiddeld 910 euro. Het schoonmaken van de tanks in de haven van Rotterdam kost minimaal 9.100 euro. Lozen is dus lonend.
Nog steeds is het zo dat een schip dat illegaal loost, slechts een kleine kans heeft om te worden betrapt en vervolgd. Het probleem is dat olievervuiling door schepen moeilijk te bewijzen is. Een luchtfoto was bijvoorbeeld tot voor kort geen juridisch bewijs.
In Nederland wordt veel energie gestoken in de opsporing van illegale lozingen. In juni 1992 is door de Kustwacht een nieuw vliegtuigje in gebruik genomen met de nieuwste apparatuur aan boord om olielozingen op te sporen. Veel illegale olielozingen vinden 's nachts plaats, omdat dan de kans minder groot is te worden betrapt. Het nieuwe vliegtuig kan door infraroodfoto-apparatuur ook 's nachts lozers opsporen.
In de vervolging van de olielozers op zee kwam in december 1996 een doorbraak toen de economische politierechter in Amsterdam vier rederijen tegelijk schuldig bevond. Zij kregen boetes van meer dan duizend euro. In deze vier gevallen was er sprake van lozingen overdag, die werden waargenomen door een deskundige vanuit een vliegtuig. Juist de verklaringen van de deskundige waarnemers gaven voor de rechter de doorslag. Het ontbreken van monsters en/of meetapparatuur in enkele gevallen was van minder belang in de afweging.