Op een onbehandelde scheepshuid groeit snel een dikke laag met waterdieren en -planten aan. Het schip verbruikt hierdoor meer brandstof en de snelheid neemt af. Om de aangroei te voorkomen, kan de huid behandeld worden met aangroeiwerende, want giftige, verf. Het gif lost langzaam op in het water. Vroeger gebruikte men vaak tinhoudende verf, totdat duidelijk werd dat de tinverbindingen zeer schadelijk waren voor sommige soorten waterslakken. Daarna kwam koperhoudende verf in gebruik, maar ook die verf is nu verboden voor schepen op het zoete water omdat de koperconcentraties in het water te hoog blijven. Voor gebruik op zoet water bestaat er nu moderne aangroeiwerende verf zonder veel schade voor het watermilieu. Omdat deze verf slechter hecht, moet het schip vaker worden behandeld, wat weer ongunstig is voor de hoeveelheid afvalstoffen.
Een groot probleem in de watersport is de bestrijding van de aangroei van bacteriën, algen en zeepokken op het onderwaterschip. Van oudsher gebruikte men (PAK-houdende) teerproducten om deze aangroei tegen te gaan. Later zijn slijtende, giftige verfsoorten (antifoulings) in zwang gekomen. De tinhoudende verven zijn inmiddels verboden voor de kleinere schepen omdat de tinverbindigen onaanvaardbare schade voor purperslakken en wulken opleverde. Daarna kwam koperhoudende antifouling in zwang, maar ook die verf kent veel milieubezwaren. Per 1 september 1999 is het voor watersporters verboden deze verf aan te brengen.