Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Scheepvaart   Vervuiling en verstoring   Scheepsafval   Verstekelingen   
Lozing vanuit een schip., RWS, Directie Noordzee

Vervuiling en verstoring door scheepvaart

Vervoer van vracht per schip is economischer en minder belastend voor het milieu dan andere vormen van vervoer. Maar omdat er zoveel schepen varen is scheepvaart toch een belangrijke bron van vervuiling en verstoring van Noordzee en Waddenzee. De belangrijkste milieuschade treedt op door lozing van huishoudelijk afval en bilgewater, lozing van ballastwater en waswater van tankers, luchtverontreiniging door uitlaatgassen, uitspoelen van aangroeiwerende verven, verontreiniging met giftige stoffen, introduceren van organismen en akoestische en visuele verstoring. Veel troep spoelt aan op het strand.

  • Luchtverontreiniging

    De uitlaatgassen van scheepsmotoren bevatten verschillende stoffen, die nadelige milieu-effecten veroorzaken. Zwaveldioxide (SO2) is een bekende verzurende stof, maar ook stikstofoxiden (NOx) dragen bij aan verzuring. Het gehalte NOx in uitlaatgassen kan op verschillende manieren omlaag worden gebracht, onder meer door de verbrandingstemperatuur omlaag te brengen. In uitlaatgassen zitten verder deeltjes die slecht voor de longen zijn, zoals roet. De uitlaatgassen van de scheepvaart bevatten ook een aanzienlijke hoeveelheid roetdeeltjes, die als fijn stof de lucht in gaan. Afhankelijk van de windrichting kan dit stof hinder veroorzaken langs de kust.
    Via de ontluchting op ladingtanks van olie- en chemicaliëntankers komen diverse vluchtige stoffen in de lucht. Op grote schepen gebruikt men vaak een vuilverbrander (een zogenaamde 'incinerator') om huisvuil te verbranden. De hoeveelheid uitgestoten schadelijke stoffen hangt af van de kwaliteit en verbrandingstemperatuur van deze vuilverbranders.
    Koel- en vriesinstallaties op schepen verliezen grote hoeveelheden CFK's. Volgens een rapport van het ministerie ("Hoe de scheepvaart het lek boven water houdt: CFK-onderzoek bij zeescheepvaart", 1999), verloor de zeescheepvaart in 1998 in totaal 53% van de koelvloeistoffen, terwijl op sommige vissersschepen zelfs 81% weglekte. De industrie werkt aan de introductie van koelinstallaties die op kooldioxide en ammoniak werken. Deze stoffen zijn, op de schaal waarin ze worden gebruikt in dit soort installaties, veel minder schadelijk voor het milieu.
    Luchtverontreiniging heeft een eigen Bijlage in het Marpol-verdrag. In deze Bijlage VI worden onder meer normen gesteld voor de maximale uitstoot van SOx en NOx. Voor SOx geldt dat de scheepsbrandstof maximaal 4,5% zwavel mag bevatten, maar in zogeheten Sulphur Emission Control Areas (gebieden met strenge regels voor de zwaveluitstoot, waaronder de Noordzee) mag dat slechts 1,5% zijn. Annex VI zal naar verwachting in 2005 van kracht worden.Ook energiezuinige scheepsmotoren kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vermindering van de uitstoot. In 2003 werd zo'n motor gepresenteerd. De ontwikkeling van die motor had 215 manjaren en 11,2 miljoen euro gekost. De Noorse chemicaliëntanker Bow Cecil gaat ermee varen.

  • Ballastwater

    Vrijwel elk zeeschip moet voor de stabiliteit van het schip ballastwater innemen. Dit zeewater wordt weer geloosd in de haven van aankomst of in de kustwateren. Jaarlijks vindt op de wereldzeeën zo transport van 10 miljard ton 'vreemd zeewater' plaats. Ook op de Noordzee wordt ballastwater ingenomen en geloosd.
    Met dit ballastwater worden veel verschillende planten en dieren van het ene zeegebied naar het andere getransporteerd. Dit transport over grote afstanden kan zorgen voor een behoorlijke aantasting van de biodiversiteit op de plek waar het ballastwater wordt geloosd en daardoor leiden tot grote ecologische en economische schade.
    Tussen 1900 en 2000 zijn ruim 150 geïntroduceerde soorten ontdekt in de Noordzee, waaronder bijvoorbeeld verschillende dinoflagellaten, Japans bessenwier, Amerikaanse boormossels, Amerikaanse zwaardschedes, Japanse oesters en de worm Marenzelleria. Sommige van deze soorten zijn bewust uitgezet of per ongeluk geïmporteerd met bijvoorbeeld een lading schelpdieren, maar veel soorten zijn als verstekeling meegereisd in het ballastwater van schepen.
    In 2006 troffen zeebiologen bijvoorbeeld opeens aanzienlijke aantallen van de amerikaanse ribkwal Mnemiopsis leidyi aan in de deltawateren en de Waddenzee. Dit Amerikaanse ribkwalletje kan zich explosief ontwikkelen. Omdat deze ribkwallen zich voeden met vislarven en -eieren kunnen dit soort explosies een bedreiging vormen voor het mariene ecosysteem. Eerdere invasies in de Zwarte Zee en de Kapische Zee leverden grote problemen op. Vooralsnog zijn deze problemen niet opgetreden in de Nederlandse wateren.
    Het probleem van de introductie via het ballastwater is lastig op te lossen. Men veronderstelt dat door het ballastwater halverwege de reis, op volle zee, te wisselen het risico van het meevoeren van organismen wordt verkleind. Oceanische organismen zouden in de kustwateren niet goed gedijen. Deze methode heeft als voordeel dat men de schepen niet hoeft aan te passen. Veel landen met regelgeving ter oplossing van het ballastwaterprobleem stellen het wisselen onderweg dan ook verplicht. Bij het NIOZ wordt onderzoek gedaan naar methodes om te beoordelen hoe schoon ballastwater is.
    Een nadeel van de 'wissel'-methode is dat nog niet gebleken is of hij effectief is. Behandeling (sterilisatie) van het ballastwater is dat zeker wel, maar dat is duurder en vereist aanpassingen op de schepen.
    Een andere oplossing zou het 'ballastloze' schip zijn. Dit schip zou zowel in geladen als ongeladen toestand zeewaardig moeten zijn. Deze oplossing heeft als bijkomend voordeel dat de vaart in ongeladen toestand weinig brandstof kost. Maar zo'n schip bestaat nog niet. In oktober 2003 heeft de organisatie Nederland Maritiem Land een ontwerpwedstrijd voor een ballastloos schip uitgescheven. De winnaar was de MonoMaran, ontworpen door het bureau MARIN. Dit slim ontworpen schip lijkt van onderen op een catamaran, maar is voor de rest een gewoon schip. Het heeft hierdoor bij weinig belading toch een grote diepgang, en bij een grote belading normale diepgang. Wel is er meer weerstand, maar die wordt verminderd met 'luchtsmering', waarbij luchtbellen onder het schip geblazen worden. Een andere inzending betrof een ballastdoorstroomsysteem waarbij het ballastwater voordurend door het schip stroomt.

  • Clean ship project

    In 2002 lanceerde de internationale milieuorganisatie Seas at Risk het idee van een schip dat helemaal niets meer hoefde te lozen, gebouwd zou zijn van louter recyclebare materialen en kon varen met een minimum aan brandstofgebruik: het zogenaamde 'Clean Ship' concept. Onder deze titel zijn inmiddels vele innnovaties van de tekentafel gerold. Het meest tot de verbeelding spreken de grote vrachtschepen die voorzien zijn van hoogtechnologische zeilen, en dus op een minimum aan brandstof de wereld rond kunnen.