Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Milieukwaliteit van de Waddenzee

De kwaliteit van natuur en milieu van de Waddenzee kan bepaald worden met vele maatstaven. De verscheidenheid aan soorten is er één, de mate van vermesting, vervuiling met industriële stoffen en verstoring door visserij, delfstoffenwinning, recreatie en landaanwinning zijn andere. Tenslotte is er de bedreiging van problemen die met klimaatverandering te maken hebben: de zeespiegelstijging en de opmars van gebiedsvreemde soorten.

  • Natuurkwaliteit en vervuiling

    De natuur en het milieu in de Waddenzee zijn er op vooruit gegaan sinds 1990. Vooral de waterkwaliteit is verbeterd, met positieve invloed op de planten en dieren.
    Vermesting zorgt nu en dan voor een bloei van algen in het waddenwater. Samen met stofdeeltjes in het water wordt het water zo troebel dat de groei van wieren belemmerd wordt. Maar metingen wijzen uit dat deze verschijnselen in de 21e eeuw afnemen, doordat de Rijn en andere rivieren steeds minder voedingsstoffen aanvoeren omdat er minder vuil water wordt geloosd. Vooral het gehalte aan fosfaat is afgenomen, een belangrijke voedingsstof voor algen. De hoeveelheid nitraat, een andere belangrijke voedingsstof, is niet gedaald. De afname van voedingsstoffen heeft tot gevolg dat er minder algen in het water groeien. De concentratie van ammonia en nitriet is nog steeds een factor drie tot vijf hoger dan in natuurlijk water. In het algemeen is de zuidelijke Waddenzee meer geëutrofieerd dan de noordelijke Waddenzee.
    De hoeveelheden zware metalen nemen af of blijven stabiel. De concentraties van industriële stoffen, zoals PCB's , TBT en andere bestrijdingsmiddelen worden steeds lager.
    Van enkele hardnekkige verontreinigingen blijven de concentraties hoger dan de streefwaarden, zoals van gebromeerde vlamvertragers. Het langetermijn effect van deze stoffen, net als dat van hormoonverstorende stoffen op organismen is nog niet duidelijk.

  • Olievervuiling en zeevogels

    De olievervuiling is minder geworden sinds 1990, maar blijft een gevaar voor vogels. Het aantal olievogels per kilometer kust is langs de Waddenzee kleiner dan langs de Noordzee. Er wordt naar gestreefd dat niet meer dan 10% van de dode vogels op het strand olieslachtoffers zijn. Dat streven is nog lang niet gehaald. Door olierampen zijn er soms tijdelijk meer dode vogels.

  • Verstoringen

    De schelpdiervisserij heeft veel schade aangericht op het wad. Stabiele natuurlijke mosselbanken bestaan niet meer. Kokkelbanken zijn sterk verarmd, deels ook door een matige natuurlijke aanwas. Zeegrasvelden zijn vrijwel verdwenen. Met het verbod op de mechanische kokkelvisserij en de beperking van de mosselzaadvisserij zijn veel van de oorzaken van deze problemen weggenomen.
    De recreatie op de eilanden vormt een bedrieging voor de strandbroeders. Sommige soorten, zoals de meeste sterns, kunnen nog wel een ander heenkomen zoeken, maar de strandplevier krijgt het bijvoorbeeld steeds moeilijker.
    Inpolderingen hebben gezorgd voor meer leef- en broedgebieden voor de kluut. Maar de waterstaatkundige werken hebben ook de ontwikkeling van nieuwe zeegrasvelden bemoeilijkt. Trekkende visssorten, zoals de spiering, kunnen hun paaigebieden niet meer bereiken als gevolg van de afsluiting van riviermondingen.
    De wadvogels hebben gebrek aan voedsel- en ruigebieden. Wormenetende vogels zijn, vergeleken met 1990, toegenomen, en schelpdiereters afgenomen.
    Alleen de zeehonden lijken zich niet veel aan te trekken van de toenemende drukte op het wad. Na de epidemie van 2002 is de populatie gestaag toegenomen.

  • Kwelders

    Kwelders worden tegenwoordig steeds vaker met rust gelaten, zodat ze zich natuurlijk kunnen ontwikkelen. Vroeger werden kwelders vaak kunstmatig ontwaterd en beweid. Door het nieuwe beleid neemt de natuurlijke vegetatie weer toe. Het streven is om meer kwelder te laten ontstaan.
    Het oppervlakte kwelders is sinds 1990 gestegen, maar de 15.000 hectare die nodig zijn voor een ecologisch stabiele situatie (Kaderrichtlijn Water) zijn nog lang niet bereikt. Het huidige oppervalkte is 6200 hectare.

  • De wadden

    De wadden worden nog steeds gekenmerkt door een hoge natuurlijke dynamiek. Dat wil zeggen dat de natuur op veel plaatsen haar gang kan gaan. Af en toe zijn er menselijke verstoringen zoals het uitdiepen van vaargeulen, het aanleggen van dijken en recreatie. Een andere vorm van verstoring is de verstoring van de bodem, zoals die tot 2005 door de kokkelvisserij werd veroorzaakt met nadelige gevolgen voor de broedval van schelpdieren, zoals die van het nonnetje. Het beleid is erop gericht deze bodemverstoring te beperken.
    In het verleden zijn de natuurlijke mosselbanken en zeegrasvelden enorm in omvang afgenomen. Stabiele oude mosselbanken zijn in het Nederlandse deel van de Waddenzee een zeldzaam verschijnsel. Vroeger was dat anders. In 1976 was er, verspreid over de Waddenzee, nog een oppervlakte van bijna 4200 hectare aan stabiele mosselbanken. In 1997 waren daar nog ongeveer 100 hectare van over. Dat oppervlakte was in 2007 weer gestegen naar 1865 hectare, maar dat is nog steeds veel minder dan de beleidsdoelstelling. Ook het areaal aan Sabellaria-riffen blijft achter bij de gewenste ontwikkeling. Het lukt nog niet om ze weer terug te krijgen. De natuur lijkt zich in gebieden waar niet gevist mag worden wel beter te ontwikkelen dan in gebieden waar dat wel mag.
    Experimenten met de nieuwe ontwikkeling van zeegrasvelden hebben een wisselend succes gehad. Met groot zeegras zijn bijna alle experimenten mislukt. Op het Balgzand ontwikkelen zich wel enkele velden met klein zeegras.