Er werden bij het opstellen van de Wet op de Waterkering vier mogelijkheden onderscheiden.
1. Terugtrekken: alleen daar waar de veiligheid van de polders in het geding is wordt kustachteruitgang bestreden; op andere plaatsen wordt kustachteruitgang geaccepteerd, zij het gecontroleerd. Kosten: circa 16 miljoen euro per jaar.
2. Selectief handhaven: behalve voor de veiligheid wordt ook op grond van bijvoorbeeld natuurbescherming en andere belangen de kustachteruitgang bestreden. Kosten: circa 20 miljoen euro per jaar
3. Handhaven van de kustlijn waar die in 1990 lag. Kosten: ongeveer 27 miljoen euro per jaar
4. Zeewaarts verdedigen: overal wordt kustachteruitgang bestreden en op zwakke plekken wordt een zeewaartse constructie geplaatst die de kust versterkt en wordt natuurlijke aanzanding bevorderd. Het versterken van de zwakke plekken zal in tien jaar tijd zo'n 36 miljoen euro gaan kosten.
Uiteindelijk is gekozen voor het alternatief 'handhaven van de basiskustlijn' in de toestand van 1990. De uitvoering van het werk ligt bij het Provinciaal Overleg Kustverdediging (POK). Daarin zitten vertegenwoordigers van alle betrokken instanties, zoals de waterschappen, Rijkswaterstaat en de gemeenten.
Haakse Zeedijk
De Haakse Zeedijk is een plan om van Walcheren tot Den Helder op 25 kilometer uit de kust een compleet nieuwe kust aan te leggen. Het lijkt futuristisch, maar volgens de opstellers is het de oplossing voor de overstromingen, kustafslag, energietekorten, ruimtegebrek voor woningen en een nieuwe luchthaven.