Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Kustbescherming   Zandsuppletie   
Vooroeversuppletie door een sleephopperzuiger , Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Zandsuppletie

Op veel plekken langs de Nederlandse kust spoelt meer zand weg dan er aanspoelt. De zandbanken voor de kust worden kleiner, de oever steiler en het strand smaller. Bij storm kan de zee gemakkelijker zand van de buitenste duinenrij wegslaan. De oplossing is eenvoudig maar ook bewerkelijk: meer zand in het kustgebied brengen. Sinds 1979 bestrijdt Rijkswaterstaat kustafslag met het opspuiten van zand op het strand voor de Nederlandse kust. Sinds 1990 is dit de voornaamste vorm van kustverdediging, en vanaf 1993 brengt men ook veel extra zand naar de zee vlak voor het strand, de vooroever. Het doel is om de kustlijn op de plek te houden waar hij in 1990 lag.

Op Texel


Kustverdedigingswerken langs de Texelse kust, Ecomare
Uit: gegevens Rijkswaterstaat Texe

De eerste strandsuppletie op Texel was in 1979, bij Eierland. In 1984 en 1985 bracht men extra zand op de stranden bij de Koog en Eierland. Sinds 1990 wordt bijna ieder jaar twee tot drie miljoen kubieke meter zand op het Texelse strand gespoten. Wat kustbescherming betreft is Texel het duurste stukje van Nederland! Om de kosten binnen de perken te houden is in 1995 een dam van 825 meter dwars uit de Eierlandse kust gebouwd. Die houdt het zand bij de noordpunt vast. De eerste vooroeversuppleties op Texel waren in 2002 en 2003. Deze bleken na 2 jaar niet aan de verwachtingen te voldoen. Nog steeds moet regelmatig zand worden aangevuld, op de vooroever en op het strand zelf.

  • Waarvandaan en waarheen
    Zandsuppletie, Ecomare, Peter Smit

    Het zand wordt gewonnen op plekken die een aantal kilometers uit de kust liggen, waar de zee minstens twintig meter diep is. Ook zand uit vaargeulen wordt gebruikt voor suppleties. Tussen 1990 en 2000 werd voor Nederland elk jaar zo'n 7 miljoen kubieke meter zand aangebracht. Tussen 2000 en 2010 was het 12 miljoen kuub per jaar. De kustbeschermers verwachten dat er binnenkort jaarlijks 20 miljoen kuub per jaar nodig zal zijn. Dat komt door de zeespiegelstijging.
    Ook op de Oostfriese en Noordfriese eilanden moeten de stranden regelmatig van nieuw zand voorzien worden. De badstranden van Baltrum en Wangerooge gingen tijdens de zware winterstormen van 1998/99 bijna volledig verloren. Ook Sylt wordt door zandverlies bedreigd.

  • Opgezogen bodemdieren en bodemschatten
    Stenen op het strand door strandsuppletie, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    Het zand voor de strandsuppleties wordt vrij ver uit de kust op een diepte van meer dan 20 meter opgebaggerd. Het is te zien dat het zand van elders komt. Het is bruinachtig van kleur en rijk aan kalk. Er zitten bodemdieren in die je normaal niet op het strand vindt. Voor kustvogels is een zandsuppletie een buitenkansje. Bodemdieren en vissen, zoals schol en tarbot, komen na een reis met de sleephopperzuiger op het strand terecht. Er komen ook fossiele botten, vroeg-Middeleeuwse munten, zilveren ringen en vuurstenen werktuigen mee. Die komen van plekken in de Noordzee die vroeger land waren en waar mensen woonden, of van schepen. Bij zandsuppleties in Zeeland komen vaak fossiele haaien- en roggentanden met het zand op het strand terecht. Deze komen van een dicht bij de kust gelegen zandbank.

  • Vooroeversuppleties
    Strand- en vooroeversuppletie, Ecomare, Gerbrand Gaaff

    In 1993 is voor Terschelling voor de eerste keer in Nederland een vooroeversuppletie uitgevoerd. Dat is goedkoper dan strandsuppletie omdat men het zand minder ver hoeft te vervoeren. Bovendien zijn er geen hinderlijke werkzaamheden op het strand.
    Men stortte twee miljoen kubieke meter zand vlak voor de Terschellinger kust op een diepte van 6 meter. Op basis van ervaringen in Australië en de Verenigde Staten werd verwacht dat het zo de achteruitgang van de kustlijn kan tegengaan. Die verwachting kwam uit, en Rijkswaterstaat besloot om meer vooroeversuppleties te doen.

  • Ecologische effecten

    De effecten van de onderwatersuppletie op Terschelling zijn onderzocht met subsidie van de Europese Unie. Het ging om de verstoring van het bodemleven op de onderwateroever én in het zandwingebied. Een half jaar na de suppletie was de dichtheid van bodemdieren ongeveer de helft van die van vóór de suppletie. De schelpdieren waren achteruitgegaan, wormen en kreeftachtigen herstelden zich snel. Na twee jaar was de bodem redelijk normaal. Alleen de spisula, het zaagje en de zeeklit hadden zich nog niet kunnen herstellen.
    Vissen die in de kustwateren leven (schol, tong, schar, griet, tarbot) voeden zich vooral met wormen en kreeftachtigen, die zich snel  herstellen. Groter zijn de risico's voor schelpdieren etende duikeenden, zoals de zwarte zee-eend. Als een schelpdierenbank wordt verstoord door een zandsuppletie kan het enkele jaren duren voordat de eenden er weer kunnen eten.
    In het zandwingebied zijn er vergelijkbare effecten. Ook hier herstellen wormen en kreeftachtigen snel, en langlevende soorten zoals schelpdieren en zeeklitten moeizaam.
    Omdat zandsuppleties ecologische en geologische gevolgen hebben, zullen ze in de toekomst getoetst moeten worden onder de Natura 2000-regeling.

  • Zandmotor
    Zandmotor in aanlag, Layla Wijsmuller

    Een paar kilometer ten zuidwesten van Den Haag is vlak voor de kust een grote kunstmatige zandbank aangelegd. Op 17 januari 2011 is begonnen met het opspuiten van zand. Op 24 november 2011 was de zandbank 'klaar voor gebruik'. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de zee er zand vanaf snoept om het weer neer te leggen op de zwakke plekken langs de Hollandse kust. Zo’n zandbank aanleggen is goedkoper dan al die zandsuppleties die -naar de kustbeschermers veronderstellen- niet meer zullen nodig zijn. De waterbouwkundigen verwachten dat de Zandmotor over 20 jaar 'op' is.