Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Water en land

Mens en Milieu

Kustbescherming   Zeedijken   
Zeedijk Koehool, Friesland, Ecomare, Oscar Bos

Zeedijken

Zeedijken zijn aangelegd om kwetsbare delen van de kust te beschermen. Langs 34 van de 353 kilometer Noordzeekust vervangen een aantal dijken de te zwakke of ontbrekende duinenrij. De meeste zeedijken liggen langs de Waddenzee en de deltastromen. Zeedijken zijn, naast strekdammen, de 'rotsen' langs de verder zandige kustlijn, en hebben daarom een heel eigen flora en fauna. Door voortschrijdende landaanwinning zijn sommige oude zeedijken landinwaarts komen te liggen. Soms werden ook extra dijken achter zeedijken opgeworpen. In het land liggende dijken worden 'slaperdijken' of 'slapers' genoemd.

Op Texel


Inpolderingen op Texel 1300-2000, Ecomare, Peter Smit

Friese monniken zijn in de 13e eeuw begonnen met de dijkenbouw op Texel. Sommige van die oude dijken liggen nu in het boerenland omdat de buitendijkse kwelders later op hun beurt ook weer zijn ingepolderd. Een voorbeeld daarvan is het Waal en Burger dijkje. De zanddijken bij de Slufter zijn in de 17e, 18e  en 19e eeuw aangelegd.

  • De eerste dijken

    De geschiedenis van de dijkenbouw in het terpen- en wierden landschap gaat heel ver terug. De oudst bekende dijk in Nederland is ongeveer 2000 jaar oud, ligt bij het Friese dorp Peins en was gemaakt van gestapelde graszoden. In de Middeleeuwen werden veel dijken van samengeperst zeegras gemaakt. Deze wierdijken beschermden waarschijnlijk een of meerdere boerderijen met de bijbehorende akkers. In de tiende eeuw werden grotere dijken aangelegd die meerdere dorpen beschermden. Nog later zijn hele streken van een ringdijk voorzien, zoals gebeurd is met het Friese Oostergo en Westergo rond ongeveer 1100.
    Door de aanleg van de dijken kwam er veel meer bouwland beschikbaar, wat een grote verbetering was voor de boeren. Voor de handel was de aanleg van de dijken minder gunstig: dorpen die eerst een open verbinding hadden met de Waddenzee, werden afgesloten van het open water. Het gevolg was dat een netwerk van kanalen, vaarten en tochten aangelegd werd om toch scheepvaart mogelijk te maken. Ook ontwikkelden zich kleine stadjes en zijldorpen langs de kust. In Noord-Groningen is de oudste zeewerende dijk omstreeks 1200 aangelegd.
    De vroege dijken in Friesland waren heel laag, je kon er overheen kijken. Ze waren voornamelijk met klei versterkt en hadden een schuin talud. Later zijn de dijken steeds verder opgehoogd waardoor ze ook breder werden. In het begin van de 16e eeuw ging men de dijken versterken met palenrijen. Tussen de dubbele rijen die aan de zeezijde van de dijk werden aangebracht, werd zeewier of riet aangebracht met daarbovenop stenen. Hierdoor ontstond aan de zeezijde een steile wand die de golven moest breken of tegenhouden. Ook werden haaks op de dijk strekdammen aangelegd. Rond 1739 begon echter de paalworm, ingevoerd uit Azië, zijn vernietigende werk te doen. Om grote rampen te voorkomen werden slaperdijken achter de zeedijken aangelegd. De overheid wilde in het begin van de 19e eeuw de de zeeweringen beschermen met Drentse of Noorse steen, maar daar was veel weerstand tegen omdat de stenen duur waren. Na de stormvloed van 1825 en steeds meer schade door paalwormen werden na 1863 dijken aangelegd met een schuin talud en stenen. Bij echt kritieke punten werd basalt toegepast. In 1888 was dit werk klaar. De laatste verhoging vond plaats na 1953 in het kader van de Deltawet.

  • Opbouw van een moderne dijk
    Opbouw van een moderne dijk, Ecomare

    Een zeedijk is opgebouwd uit een dijklichaam en een bekleding die het dijklichaam moet beschermen tegen erosie door golven, stromingen en kruiend ijs. Omdat nieuwe dijken vaak inklinken, moet het materiaal ook redelijk flexibel zijn. Vroeger werden dijken gemaakt met behulp van zeegras ("wier"), rijshout, houten palen, natuursteen en soms baksteen. Tegenwoordig worden vaak betonblokken, betonzuilen en asfalt gebruikt.

  • De dijk onder water

    Op het schema is te zien hoe de dijk is opgebouwd. Het onderzeese deel van de dijk is niet zichtbaar, maar wel belangrijk. De onderzeese oever (links op het plaatje) moet de onderkant van de dijk beschermen tegen uitschuring door de zeestroming en de golven. Deze beschermlaag kan bestaan uit kunststof doek met een bestorting van stenen. Dan volgt het zogenaamde onderwaterbeloop. Dit deel van de dijk bestaat uit kunststof doek met een laag grote stenen. Op de stenen leven veel dieren zoals krabben, anemonen, zakpijpen en schelpdieren, maar ook allerlei wieren en algen. De onderwaterkade ondersteunt het dijklichaam en is vaak opgebouwd uit zand of grind. Ook worden wel staalslakken (restafval uit de staalindustrie) gebruikt.

  • Zinkstukken
    Zinkstukken, Ecomare, Sytske Dijksen

    Zinkstukken worden vaak toegepast in combinatie met dijken vanwege het gunstige effect op de zandhuishouding voor de dijk. De zeestroming schuurt het zand voor een dijk normaal gesproken weg. Deze 'ontgrondingskuil' komt door het aanbrengen van zinkstukken verder zeewaarts te liggen wat de stabiliteit van de dijken versterkt en ze minder gevoelig maakt voor erosie. Om de zinkstukken op hun plaats te houden worden ze bestort met basaltblokken of ander zwaar materiaal.

  • De dijk boven water
    Teenconstructie, Hondsbossche Zeewering, Ecomare, Oscar Bos, Ecomare

    Onderaan de dijk zie je vaak rijtjes palen staan. Deze palen, die trouwens bijna twee meter lang zijn, vormen de "teenconstructie" en zorgen ervoor dat de andere lagen niet naar beneden kunnen schuiven. Dan volgt onderaan de dijk een laag basaltblokken of betonblokken, die rust op een laag grof korrelig materiaal. Tussen de stenen is veel ruimte, zodat het water makkelijk wegzakt. Door de laag korrelig materiaal kan het water weer snel afgevoerd worden naar zee. Op deze manier worden de golven geabsorbeerd en het dijklichaam beschermd. Boven de filterlaag begint het asfalt. Dit is een waterdichte laag, ook wel "gesloten bekleding" genoemd, die het dijklichaam beschermt tegen uitschuren en uitzakken. De kruin en de landkant van de dijk bestaan uit een met gras begroeide kleilaag. Deze kleilaag beschermt de dijk tegen water en houdt de laag onderliggende zand vast. De graslaag is essentieel: de wortels zorgen voor een stevige structuur, waardoor de klei niet kan wegspoelen. Ook droogt de klei door het gras niet uit.

  • Zijn dijken waterdicht?
    Normale en te hoge verhanglijn dijk, Ecomare, Oscar Bos, Ecomare
    Naar Van der Velden & Van Leusen, 1999

    Geen enkele dijk is waterdicht. Omdat de dijkbekleding aan de zeezijde waterdoorlatend is, sijpelt er altijd water vanuit zee door de dijk naar de landkant. De dijk moet daarom zo opgebouwd zijn dat het water veel weerstand ondervindt, waardoor er een zogenoemde "normale verhanglijn" ontstaat. Deze verhanglijn geeft de grondwaterstand binnen een dijk aan en moet van zeeniveau aflopen tot slootniveau. Je kunt een normale verhanglijn krijgen door goed verdicht zand te gebruiken: zand waarbij er weinig ruimte voor water tussen de zandkorrels is
    Wanneer de dijk teveel water doorlaat ontstaat kwel. Zout grondwater komt aan de landzijde van de dijk aan de oppervlakte. Kwel is ongewenst, want door de druk van het water kan de kleilaag van de dijk aangetast worden. De dijk kan hierdoor bezwijken.
    Boeren zijn niet blij met zoute kwel omdat het zout de groei van de landbouwgewassen belemmert. Beheerders van natuurgebieden langs de zeedijk stellen vaak wel een bepaalde mate van zoute kwel op prijs, want hierdoor ontstaat in deze gebieden een brakwatermilieu met de bijhehorende bijzondere dieren en planten.

  • Hoogte van dijken
    Dijkversterkingen, Ecomare, Peter Smit, Gerbrand Gaaff

    Hoe wordt bepaald hoe hoog een dijk moet worden? De dijken worden zo ontworpen dat hun hoogte gelijk is aan de maximale waterhoogte bij een superstormvloed die statistisch eens in de 10.000 jaar voorkomt. De dijk van die hoogte heeft dan in theorie een kans van 1 op 10.000 dat hij overstroomd raakt. Deze dijkhoogte wordt afgeleid uit historische gegevens over maximale waterstanden.
    In de loop van de vorige eeuw zijn de zeedijken in Nederland twee maal verhoogd. In het kader van de Zuiderzeewerken werden alle dijken, waar nodig, op een hoogte van 4,30 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP) gebracht ('Zuiderzeehoogte'). Na de watersnoodramp in 1953 besloot men dat alle zeeweringen tot 7,65 meter boven NAP moesten worden verhoogd. Dit noemt men 'het op deltahoogte brengen' van de dijken. In de bovenstaande figuur is versterking en verhoging aan de binnenzijde van de dijk aangegeven. In enkele gevallen werd om landschappelijke of technische redenen de versterking buitendijks aangelegd.

  • Zeedijken in Nederland
    Zeedijk met paardenbloemen, Ecomare, Sytske Dijksen

    Noordzeedijken zijn te vinden op de 'koppen' van Zeeuws Vlaanderen en de delta-eilanden, even ten noorden van Hoek van Holland, bij Petten (de Hondsbosse Zeewering), bij Den Helder en op de noordpunt van Texel (het Bolwerk).
    Vanaf 1990 is de aanleg van nieuwe Noordzeedijken gestopt door de beleidskeuze voor zandsuppleties als belangrijkste vorm van kustverdediging.
    Langs de Deltastromen en de Waddenzee liggen vrijwel overal zeedijken die de achterliggende polders beschermen tegen hoge waterstanden. De uitzonderingen op deze regel zijn de strandvlakten op alle waddeneilanden, de kweldergebieden op Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden.

  • Dijkcoupures
    Coupure in de oude zeedijk, Wim Bouwland, www.bouwland.org

    Op veel plekken zijn oude dijken doorgesneden ten behoeve van het verkeer. Dit heet een dijkcoupure. Het gat in de dijk moet natuurlijk wel afgesloten kunnen worden, want deze oude dijken vervullen nog een functie in de waterkering. Daarom staat er naast zo'n coupure vaak een schotbalkenhuisje of dijkmagazijn, waarin schotbalken liggen opgeslagen die in geval van nood het gat kunnen vullen. In de Dollardpolders komen dijkcoupures voor die niet met balken maar met deuren worden afgesloten.

  • Dijkdoorbraken

    Dijkdoorbraken kunnen ontstaan bij zware stormen die de waterstand verhogen en tegelijkertijd zorgen voor hevige golfslag. Als er een gat in de dijk gevormd is, ontstaat direct achter dit gat een stroomgeul landinwaarts. Wanneer dit gat min of meer komvormig is, heet het een 'wiel'. Om de doorbraak te stoppen kan het gat met zandzakken gevuld worden, maar dit werkt maar korte tijd. Een dam of nooddijk om het wiel kan uitkomst bieden als zandzakken niet werken. Ook kan er tijdelijk een caisson of vaartuig vol met zand of steen in het gat worden afgezonken. Na het voorlopige herstel van het gat kan van de nooddijk om het wiel een echte dijk worden gemaakt. Als de zwakke dijk over grote lengte vervangen moet worden, wordt ook wel een nieuwe dijk aan de zeekant gebouwd.

  • Veiligheid van dijken
    Werkzaamheden aan de Waddenzeedijk (Friesland), Ecomare, Oscar Bos

    In 1995 is de Wet op de Waterkering in werking getreden. De dijkbeheerders zijn verplicht elke vijf jaar de dijken te toetsen aan de normen op het gebied van veiligheid. De basisnorm is dat een dijk bestand moet zijn tegen de extreme omstandigheden die eens in de 4000 jaar kunnen voorkomen. Het rapport komt uiteindelijk bij de minister van Verkeer en Waterstaat terecht.
    Een aantal dijken is te laag en instabiel, zo bleek uit de periodieke schouwing van Rijkwaterstaat en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier begin 2006. De Afsluitdijk uit 1932 is in verval en zou dringend versterkt moeten worden. Als uitgangspunt geldt bij deze dijk dat hij een superstorm moet kunnen doorstaan die eens in de 10.000 jaar kan voorkomen. De Afsluitdijk moet daarom verhoogd worden van 3,5 meter boven NAP naar 5,5 meter boven NAP, wat tussen de 100 en 400 miljoen euro gaat kosten. Ook zijn de Hondsbossche en Pettemer zeewering zwakke schakels. De Waddenzeedijk op Texel en een aantal andere dijken op de eilanden en in Friesland en Noord-Holland is eveneens niet stabiel genoeg. Een gedeelte van de Friese Waddenzeedijk is er zelfs erg slecht aan toe over een lengte van 6 kilometer. Waar de honderden miljoenen euro's vandaan moeten komen om de dijken te versterken is nog onduidelijk.
    De acht zwakke schakels in de Noordzeedijken, waaronder de Hondsbossche en Pettemer zeewering, worden tussen 2007 en 2010 aangepakt. Hiervoor wordt 96 miljoen euro beschikbaar gesteld.
    In Friesland en Groningen is maar 18% van de dijken in orde, volgens het Wetterskip Fryslan. Uit berekeningen blijkt dat bij een grote doorbraak van de de Waddendijk in theorie 1000 doden kunnen vallen en er een schade van 100 miljard euro zal ontstaan. Om de dijken weer in orde te brengen is 90 miljoen euro nodig.
    Voor het veiliger maken van de Afsluitdijk werden in 2008 acht plannen gepresenteerd bij het ministerie. In één daarvan worden extra kwelders aangelegd aan de waddenzijde, mede met oog op de natuur en de recreatie. De Tweede Kamer zal in december 2008 een keuze maken, waarna enkele van de plannen verder worden uitgewerkt.

  • Hondsbossche Zeewering: 'de zwakste schakel'
    Hondsbossche Zeewering, Ecomare, Oscar Bos

    Een zwakke plek is de Hondsbossche Zeewering bij Petten. Deze dijk bleek onveilig toen TNO de nieuwste rekenmodellen van de golfenergie tijdens een superstorm er op los liet. De versterking van de dijk heeft daardoor hoge prioriteit gekregen in het schema voor de kustverdediging. Ophoging van de Hondsbossche Zeewering is niet de beste optie. De dijk zou 1,5 tot 3,5 meter moeten worden verhoogd. Uit een studie van het projectbureau Kustvisie 2050 bleek dat een serie strekdammen, in combinatie met forse zandsuppleties, minder geld zou kosten en net zo effectief zou zijn als een ophoging.
    Als tijdelijke oplossing is in 2005 een stalen damwand in de kruin van de zeewering geslagen, zoals dat ook al bij de Pettemer zeewering is gebeurd. Ook is het gras aan de bovenkant van de dijk vervangen door basaltvormige betonblokken in een dambordpatroon.

  • Langs het Marsdiep

    Bij Den Helder schuurt de sterke stroming in het Marsdiep de stenen aan de voet van de dijk weg. De dijkvoet moet versterkt worden door extra natuursteen te storten. De kosten van de operatie worden geraamd op 1,45 miljoen euro.

  • Dijken in de toekomst

    In Bellingwolde (Groningen) wordt een proefdijk aangelegd die gevuld is met de modernste sensortechnologie. De toestand van de dijk kan zo elektronisch in de gaten worden gehouden. De waterschappen moeten in de toekomst in staat zijn de dijken 24 uur per dag te bewaken. Hierdoor kan er snel worden ingrepen als de conditie van de dijk verslechtert en een doorbraak en overstroming dreigen. Wanneer de proef slaagt, moeten in de toekomst ook andere dijken in het land van sensoren worden voorzien.

  • Schorbuffers
    Schorbuffer, Uit: www.duurzaamzeeland.nl

    In Zeeland wordt nagedacht over het maken van schorbuffers. Voor de hoofddijk ligt een breed schor (of kwelder), die door de zeespiegelstijging door opslibbing kan meegroeien. De provincie Zeeland staat open voor deze en alternatieve methoden van waterkering.

  • Golfoverslagsimulator

    Een alternatief voor dijkverzwaring is dijkversteviging aan de binnenkant. Als onderdeel van een Europees project werden in 2007 in Delfzijl proeven gedaan met een golfsimulator. Het apparaat kan 14.000 liter water tegelijk over de binnenkant van de dijk storten. Op deze manier worden verschillende materialen getest waarmee de dijk verstevigd kan worden. De proef in Delfzijl bracht aan het licht dat de huidige dijken meer dan 50 keer zo stevig zijn aan de binnenkant als gedacht. De proeven zullen ook in andere delen van het land worden gehouden.

  • Beheer van de zeedijken

    In de Wet op de waterkering is geregeld dat het beheer van de dijken in Nederland berust bij de Waterschappen. Op Texel beheert bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap voor de Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier de waddendijk. Een uitzondering op deze regel vormen enkele zeedijken langs de kust, en de Afsluitdijk. Deze dijken vallen, om uiteenlopende redenen, onder beheer van Rijkswaterstaat.