Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Waterbouw op zee   Kunstriffen   
Scheepswrakken, http://www.urgq.org/images/curtin.jpg

Kunstriffen

De bodem van de zuidelijke Noordzee is zacht en heeft geen rotsen of riffen. Wel liggen er zo'n 1400 scheepswrakken. Rotsen, stenen en scheepswrakken raken begroeid met algen en wieren en trekken organismen aan die er een schuilplaats, een voedselbron of een mogelijkheid voor het afzetten van eieren en een kinderkamerfunctie in vinden. Dat kan leiden tot een grote visrijkdom. Met behulp van stenen of ander duurzaam, hard materiaal, kan men kunstmatige riffen op een zachte zeebodem aanleggen.

  • Het Nederlandse experiment

    In Nederland is in 1992 een experiment met vier kunstriffen in de Noordzee begonnen, ruim 8 kilometer uit de kust bij Noordwijk, naast het REM-eiland. De riffen zijn 1.60 meter hoog, hebben een diameter van 12 meter en zijn 14 meter lang. Ze liggen 50 meter uit elkaar op een diepte van 18 meter. De kunstriffen bestaan uit 112 ton basaltstortsteen uit Noorwegen. De kosten bedroegen 41.000 euro. Rijkswaterstaat begon de proef vooral om de biologische effecten te bestuderen. Het rif ligt te diep om als golfbreker te fungeren.
    Na de aanleg is al een aantal malen gedoken (vijf maal per jaar) en de eerste resultaten kwamen goed overeen met de verwachtingen. De eerste 'kolonisten' waren hydroïdpoliepen, die een week na plaatsing al op het rif groeiden. Ook Noordzee-krabben en zeesterren hadden het rif toen al ontdekt. Na een maand verschenen zeepokken en zeeanjelieren. In 1993 raakten de kunstmatige riffen vrijwel helemaal begroeid en vormden zee-anemonen de grootste bedekking. Op elk rif woonden na verloop van tijd naar schatting ongeveer 30 Noordzee-krabben. Verder is het opmerkelijk dat inktvis-eieren zijn aangetroffen. De belangrijkste ontdekking is de naaktslak Polycera. Die was is in Nederland nog niet eerder waargenomen.
    Rijkswaterstaat besloot in maart 1996 te stoppen met het experiment bij Noordwijk. Het experiment had na drie jaar te weinig resultaat opgeleverd. Rond 1997 zou een evenwicht bereikt moeten zijn in de begroeiing en bewoning van de kunstmatige riffen. Op basis van de laatste metingen concludeerde Rijkswaterstaat echter dat de biomassa en het aantal organismen op en rond de riffen blijft toenemen maar veel minder omvangrijk dan bij bijvoorbeeld scheepswrakken. In vergelijking met kunstriffen in Engeland was de toename van het aantal soorten laag, daar werden twee keer zo veel soorten fauna geteld.
    Het ligt in de lijn der verwachting dat de bouw van kunstriffen, met als enige doel natuurontwikkeling, in de toekomst niet zal worden toegepast in Nederland. Rijkswaterstaat ziet echter wel mogelijkheden voor de toepassing van kunstriffen bij de kustverdediging, kunstmatige eilanden en boorplatforms, waarbij natuurontwikkeling een secundair doel zou kunnen zijn. Stichting De Noordzee denkt dat de riffen niet bijdragen aan de kustverdediging.
    De Raad voor Verkeer en Waterstaat adviseerde het kabinet eind 2005 om boorplatforms op de Noordzee die buiten gebruik raken af te laten zinken zodat ze als kunstrif kunnen dienen. Tot nu toe zijn oliemaatschappijen verplicht de booreilanden weg te slepen.