Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Bestrijdingsmiddelen   Organotinverbindingen   

Organotinverbindingen

Organotinverbindingen zijn koolstofverbindingen met tin als giftige component. Deze stoffen worden gebruikt in aangroeiwerende verf. Begin jaren tachtig werden in druk bevaren delen van de Noordzee veel afwijkingen bij bodemdieren gevonden. Vooral de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken bij vrouwelijke wulken was opvallend. Franse vissers vonden in dezelfde periode veel vervormde oesters. Dergelijke vervormingen werden ook in jachthavens gevonden, waar het verband met de aangroeiwerende verf tributyltin het eerst werd aangetoond. Vanaf 2003 is het wereldwijd verboden om tinhoudende verf op het onderwaterschip aan te brengen. Vanaf 2008 mag geen enkel schip meer varen met dit soort verf onder de waterlijn.

  • Hardnekkig gif
    TBT in het havenmilieu, Ecomare

    In 1990 heeft de Europese Gemeenschap het gebruik van tinhoudende aangroeiwerende verf verboden voor schepen die korter zijn dan 25 meter. De grafiek laat zien dat sindsdien de gehaltes van giftige tinverbindingen in het havenwater sterk dalende zijn. Metingen in organismen (mosselen, garnalen, verschillende soorten vis) laten echter zien dat dit soort stoffen lang terug te vinden zijn in het milieu. In de Noordzee werd in 2003 de maximaal toelaatbare concentratie TBT in het water en in de bodem tien tot honderdvijftig keer overschreden. Bij scheepswerven in Nederland wordt de verf inmiddels niet meer gebruikt, bleek uit controles in 2004.

  • TBT, voorkomen in het zeemilieu

    Tributyltin gaat op een schip tussen de 2 en 5 jaar mee. In die periode lekt de verf TBT in het water. Door het lekken van TBT in het water zal de stof ook in het slib terechtkomen. In sommige monsters bedraagt de concentratie tinverbindingen in het slib zo'n vierhonderd maal de toegestane waarde. De grootste concentraties worden nog steeds gevonden in de buurt van de scheepvaartroutes en in de havens.
    Wanneer TBT in het water terecht komt, wordt de stof binnen enkele weken afgebroken tot het minder giftige di- of monobutyltin. In de zeebodem gaat de afbraak veel langzamer. Afhankelijk van het zuurstofgehalte kan de afbraak van de stof vele maanden tot jaren duren.

  • Giftigheid

    Milieu-toxicologe Wieke Tas promoveerde in december 1993 aan de Rijksuniversiteit Utrecht op een onderzoek naar de effecten van organotinverbindingen in vissen. In een laboratorium stelde ze guppen bloot aan organotinverbindingen. De stoffen werden snel door de vissen opgenomen, maar langzaam weer uitgescheiden, zodat ze zich in de vissen ophoopten. De vissen stierven al bij een concentratie die honderd maal lager lag dan de dodelijke concentratie PCB's. Bot krijgt met een verlaging van de weerstand te maken bij blootstelling aan TBT. Als bodembewoner op plaatsen waar veel slib en sediment op de bodem ligt, is de soort zeer gevoelig voor TBT.
    Het besef groeit bij onderzoekers dat dit giftige middel in grote delen van de Noordzee ook grotere slakken steriel maakt en waarschijnlijk tot het verdwijnen van de wulk uit het Nederlandse kustgebied heeft geleid. Ook elders uit de wereld komen steeds meer aanwijzingen dat gevoelige oesters en slakken op hun retour zijn. Bij oesters blijkt de schelp dikker te worden wanneer het schelpdier in aanraking komt bij TBT. De stof verstoort de calcium-huishouding van het dier.
    Onderzoeken op het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel bevestigden dat door het gebruik van tributyltin lichamelijke veranderingen optreden bij wulken. Vrouwelijke wulken krijgen penis-achtige aangroeisels. Dit verschijnsel heet imposex. Het is een direct gevolg van het gebruik van TBT. Imposex is onomkeerbaar, zelfs als de slakken verplaatst worden naar een omgeving die vrij is van TBT.

  • Vanaf 2008 verboden

    De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft in 1990 al een verbod uitgevaardigd op het gebruik van TBT op schepen en jachten die kleiner zijn dan 25 meter. Grotere schepen zijn van dit verbod gevrijwaard, omdat men aannam dat de lage concentraties TBT in open zee niet schadelijk waren. Uit onderzoek van de milieuinspectie, een aantal jaar na instelling van het verbod, is gebleken dat TBT op recreatievaartuigen inderdaad nauwelijks meer wordt gebruikt.
    Sinds 2003 mag TBT niet meer worden aangebracht en in 2008 mag geen enkel zeeschip nog TBT-houdende verf op de romp hebben.