Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Vogels   Vogelbescherming   Zeevogels   Olieslachtoffers   
Oliekoet op het Texelse strand, Ecomare, Salko de Wolf

Olieslachtoffers

Een triest gezicht: zeevogels die besmeurd zijn met olie. Deze vogels kunnen niet meer drijven of duiken omdat de olie zorgt voor een lek verenkleed. Door de olie klitten de veren aan elkaar, zodat het water tot op de huid kan doordringen. Meestal krijgt een olieslachtoffer dan ook te maken met onderkoeling. Slechts bij uitzondering gaat het om olie uit een gestrande tanker. Veel vaker is het olie die bewust of onbewust wordt geloosd.

  • Vogelwasmachine
  • Elk slachtoffer is er één teveel

    Vanaf 1970 tot ongeveer 1986 spoelden er 's winters echt veel olieslachtoffers aan op de Nederlandse stranden. Daarna nam het aantal met olie besmeurde vogels af. Blijkbaar drijft er minder olie op zee, onder meer als gevolg van het MARPOL-verdrag. Het aantal 'olievogels' dat wordt aangetroffen is overigens in vergelijking met dat in de omringende Noordzee-landen nog steeds hoog. Voor de zeekoet wordt bijvoorbeeld naar minder dan 10% olieslachtoffers gestreefd, maar de teruggang is bij 50% blijven steken. Dit blijkt uit de "Beached bird survey" die door Kees Camphuysen in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat werd uitgevoerd.

  • Contact met de olie: kou vatten of verdrinken
    Zeekoet, besmeurd met zware stookolie, Ecomare, Salko de Wolf

    Komt een vogel in contact met olie dan gaan ze meestal niet gelijk dood. Het verenpak van de vogel is dan niet meer waterdicht. Het dier verliest zijn warmte-isolatie en vat kou. Het drijfvermogen neemt ook af, de vogel kan zelfs verdrinken. Ook is bekend dat wanneer een vogel met olie op eieren gaat zitten, de kans op uitkomen kleiner wordt. Vooral de soort olie, het jaargetijde en de plaats van de olieverontreiniging bepalen de omvang van de schade. Zo blijft zware ('dikke') olie langer op het wateroppervlak drijven dan lichte olie, die sneller verdampt en door natuurlijke menging in de waterkolom terechtkomt. Een zware olievlek kan daardoor langer schade aanrichten aan vogels en ander zeeleven.

  • Olievogels schoonmaken
    Zeekoet in vogelwasser, Ecomare, Salko de Wolf

    Jaarlijks spoelen tienduizenden olieslachtoffers aan op de kust. Dit is meestal maar een klein deel van het totale aantal door olie getroffen vogels; de meesten spoelen nooit aan. De nog levende exemplaren kunnen terecht bij speciale vogel-opvangcentra. Deze hebben voorzieningen en richtlijnen voor de opvang van olievogels. Ecomare op Texel is zo'n vogelopvangcentrum. Vroeger werden daar elk jaar ongeveer 500 vogels opgevangen, tegenwoordig zijn dat er nog maar enkele tientallen.  Andere grotere opvangcentra in nederland zijn er in Middelburg, Rotterdam, Haarlem en Anjum.
    De olievogels worden gewassen met een speciaal wasmiddel. Daarna moeten ze op krachten komen en zorgen dat hun verenkleed weer waterdicht wordt. Na gemiddeld 2 maanden kunnen ze weer worden vrijgelaten. Opvangen van vogels is dweilen met de oliekraan open. Het is natuurlijk veel belangrijker dat de olievervuiling stopt.

  • Onderzoek naar olieslachtoffers

    Het Nederlands Stookolieslachtoffer-Onderzoek (NSO) werd in 1977 opgezet en is tegenwoordig een activiteit van de Nederlandse Zeevogelgroep (NZG). Maar ook daarvoor werden de olieslachtoffers op het strand al geteld. Zo organiseerde de Nederlandse Jeugdbond van Natuurstudie (NJN) sinds 1960 al tellingen op het strand en zijn er gegevens van tellingen sinds 1915, officieel het eerste jaar waarin olieslachtoffers in Nederland werden aangetroffen.

    Stookolieslachtoffertellingen worden door vrijwilligers verspreid over het gehele land en gedurende het gehele jaar uitgevoerd, maar de nadruk ligt op de winterperiode. Bijna driekwart van de vastgestelde gevallen van olievervuiling blijken lozingen te zijn van oliemengsels. Dat duidt op lozingen na het schoonmaken van de tanks. Ruwe aardolie, afkomstig van verongelukte tankers of ongelukken bij olieplatforms, wordt zelden op de Nederlandse kust gevonden.

    Er spoelen tegenwoordig veel minder olieslachtoffers aan dan dertig jaar geleden. De vermindering is terug te vinden bij alle onderzochte soorten en groepen kust- en zeevogels. Ervan uitgaande dat het gedrag van de vogels niet wezenlijk is veranderd en dat hun verspreiding op zee ook niet aan belangrijke veranderingen onderhevig is geweest, concludeert de Zeevogelgroep dat vooral de hoeveelheid olie op zee bepalend is geweest voor de kans om met olie in aanraking te komen.

  • Winterkwaal

    Aan de Nederlandse kust worden de meeste olieslachtoffers 's winters aangetroffen. De vogels hebben het dan al zwaar door de lagere temperatuur, regelmatig voorkomende stormen en een stuk minder voedsel. De winter met de vaak stormachtige wind en korte dagen is de tijd van het jaar waarin noodgedwongen het minst gecontroleerd kan worden op illegale olielozingen van schippers. Iedere schipper die wat olie loost op de Noordzee weet dat hij vrijwel niet gepakt kan worden omdat bewijsvoering onmogelijk wordt als de controle pas hervat kan worden als de storm is gaan liggen.

  • Risicogroep

    Een kleine olievlek in een vogelrijk gebied kan veel meer slachtoffers eisen dan een grote vlek elders. Zeevogelsoorten die veel op het wateroppervlak komen, zijn het meest kwetsbaar. Ze kunnen in een olievlek zwemmen of - na een diepe duik - bovenkomen. Zeekoeten zijn heel gevoelig voor olieverontreiniging. Deze vogels zijn altijd op zee, behalve een korte periode in de zomer als de jongen op steile kliffen worden uitgebroed. Zeekoeten brengen de meeste tijd zwemmend door en doordat ze overwinteren op de drukbevaren Noordzee komen jaarlijks grote aantallen in contact met olie. Een extra risico lopen zeekoeten en alken na de broedtijd. De oudervogels ruien in die tijd - alle slagpennen tegelijk - en kunnen dan niet vliegen. De kuikens springen al in zee voordat ze kunnen vliegen. Ouders en jongen kunnen zo honderden kilometers over zee zwemmen voor ze (weer) kunnen vliegen. Wegvliegen voor een olievlek is er dan dus niet bij.

  • Nieuwe ellende

    De olievervuiling is gelukkig een heel stuk minder geworden, maar er lijkt een nieuw probleem voor in de plaats gekomen. In maart 2010 strandden dode vogels die helemaal bedekt waren met een kleverige substantie. De veren en vleugels van de dieren zaten bovendien volkomen verkleefd aan het lichaam, waardoor ze ook niet meer konden bewegen, laat staan vluchten. Het was onduidelijk om welke stof het ging. Mogenlijk ging om iets dat wordt gebruikt bij het schoonspoelen van de ladingtanks van chemicaliëntankers.

Tweet van een vogelaar

Cduin: geen trek, wel leuk: 100+ genten, 1 no sto, 1 no pijl, 1 gr burrie, 1 m jager, 5 kl jager en wat nse sterns

 

Nick van der Ham, @nickvdh3

 

Wie weet wat hij allemaal gezien heeft?